RAF WILLEMS: Over Messi, Maradona, Mandela & Marley
december 7, 2009
Ik hield wel van Maradona. Zeker als hij, aan zijn Cubaanse Castrosigaar zuigend, met een arrogante smoel naar de camera loenste. Hij hoopte op een ontmoeting met Nelson Mandela, de FIFA stak er een stokje voor en greep zijn alle conventies tartende schuttingtaal op een persconferentie aan om hem de toegang tot het lotinggala van het WK in Zuid-Afrika te ontzeggen. Ik herinner mij hoe Bob Marley zong in No Woman, No Cry: ‘I remember, when we used to sit in a government yard in Trenchtown, oba-observing the hypocrites as they would mingle with the good people they meet.’
De zaal puilde uit van de foute lui in maatpak – niet dat ik deze Very Important Pokkekoppen niet de hand wil schudden – van wie de FIFA de aanwezigheid noodzakelijker achtte dan van haar geniaalste gek. Pluisje is de huilende wolf, de einzelgänger van het wereldvoetbal.
Zou Nelson Mandela Maradona in geuren en kleuren verteld hebben over ‘soccer’ als ‘the king of the townships’? Over Stanley Mattews, de grote Engelse dribbelaar uit de jaren vijftig? Die duwde na het einde van zijn loopbaan het niveau van het zwarte voetbal de hoogte in. De dribbelkoning reisde van 1963 af elk jaar ‘clandestien’ naar Soweto om gedurende vier maanden de kinderen van de townships al zijn geheimen te leren. De Sowetogemeenschap droeg hem, zeer tegen de zin van het apartheidsregime, op handen en noemde hem een zwarte met een blanke huid. Dat moet Maradona goed in de oren klinken. Stuur hem naar Soweto, Stanley Mattews achterna. En laat hem Messi meenemen.
‘Ik heb mijn opvolger gevonden.’ Zo sprak de immer vloekende El Diego na het bewonderen van de heerlijke jonge god die op het WK voor Junioren in 2005 de twee doelpunten versiert tijdens de finale tegen Nigeria (2-1). Lionel Messi (1987), hij staat vandaag met stip op de shortlist van de World Player of the Year 2009. Hij wordt geboren in de Argentijnse cultstad Rosario. Na enkele maanden bij zijn eerste club Newell’s Old Boys baart zijn wankele gezondheid zijn ouders zorgen. Ze sturen hem naar een tante in Barcelona. De club van Camp Nou schotelt hem na een test meteen een contract voor. Op zijn zeventiende debuteert hij in het eerste elftal en coach Frank Rijkaard geeft hem snel een vaste plaats in zijn plannen. Messi teert op de kracht van de verbeelding. Het samenspel met Ronaldinho verschaft de fans van de blaugrana het hoogste genot.
Was Maradona de beste voetballer aller tijden? Op basis van individuele brille vermoedelijk wel. Dribbelend voorbij zeven spelers en dan scoren. Tijdens een WK, tegen Engeland in 1986. Een strakke pas, die sneller dan het licht, vijftig meter overbrugt en Cannigia toelaat om de bal binnen te lepelen. Ook tijdens een WK, tegen Brazilië in 1990. Telkens op het hoogste podium. Maradona liet het elftal in zijn dienst spelen. Geen zin? Dan draaide alles stroef. Is Lionel Messi anders? Zijn baltoets benadert die van de maestro. Ligt zijn voetbal-IQ hoger? Ziet Messi het sneller? Maradona liep met de bal, Messi laat de bal lopen. Tot voorbij drie tegenstanders, die hij met een ingebeelde beweging de loef afsteekt. Eer zij het begrepen hebben, rent Messi al juichend weg. De ploeg knapte het vuile werk op voor Diego Armando, maar Lionel maakt zijn team beter. Door er steeds te staan, op de juiste plaats. Zich aanbiedend voor de snelle circulatie, met een brein dat de beweging bepaalt: altijd een stap sneller dan de anderen. Weerstaat hij de verwoestende verlokkingen van het vedetteleven? Dan is hij de man van de toekomst en wordt hij misschien beter dan de virtuoos van het verleden. Zijn dynamiek veroorzaakt pijnscheuten bij zijn opponenten. Zij kunnen hem enkel met gemene schoppen afstoppen. Zij lot is bekend: vroeg of laat wordt hij ‘verraden’ en nagelt men hem aan het kruis. Net als Maradona zal hij het slachtoffer worden van akelige en doortrapte schurkenstreken. Moge hij ons, voor dat gebeurt, nog op veel heerlijke dribbels trakteren. Hij is immers de nieuwe messias van het voetbal. Lionel Messi is de naam. Diego Maradona heeft zijn opvolger gevonden. Een nog onschuldig ogende jongen, die al eens in filmpjes voor Unicef opduikt. Ik gun ze graag een podium in juli 2010: Maradona, Messi en Mandela. Op de tonen van No Woman, No cry een oplawaai uitdelend aan the hypocrites van het balspel. Everything’s gonna be allright. Zo zong Bob Marley. Ik hou wel van Messi.
RAF WILLEMS: VAN VERA PAUW TOT LILLY PARR: DE VERGETEN VEDETTE VAN HET VROUWENVOETBAL
november 24, 2009
Zou er vijf jaar geleden iemand een eurocent hebben ingezet op de volgende oneliner? Lees en luister: het feministische maandblad Opzij beveelt met haar jaarlijkse emancipatieprijs voor bondscoach Vera Pauw ‘de kracht van het vrouwenvoetbal’ aan. Geen gokchinees zou het bod hebben aanvaard. En ziet: daar is het nu! Wie herinnert zich Lilly Parr? Zij was de eerste vedette van het vrouwenvoetbal, bij het einde van de Eerste Wereldoorlog, en zette een vrijmakende tendens in: voetballen voor de vrede én het plezier! Conservatieve bobo’s roken onraad en stuurden de voetballende suffragettes in 1921 terug naar af.
Het sigarettenstompje hobbelt tussen haar lippen. Pruimen is het niet, inhaleren evenmin. Het wiebelt zomaar heen en weer in haar mond. Op het ritme van de oneindig terugkaatsende bal, die ze een feilloze one touch geeft in die ene fractie van een seconde dat hij de duisternis ruilt voor het vale licht van de gaslamp. Niemand ziet haar. Ze voetbalt in stilte. In de smog van de slums. Met als enige ruis de stuiterende bal. Net veertien is ze. Geen kind meer maar ook nog onvolwassen. De techniek van het roken beheerst ze nog niet, die van de bal des te meer. Elke avond ontvlucht ze het piepkleine huisje, amper een kamer groot, waar ze met zeven mensen woont. In de bitterste armoede. Letterlijk tussen de varkens. Ierse migrantenkinderen ontkomen niet aan dit lot in het harde Victoriaanse Engeland. Geboren in 1905 in Lancashire, de streek rond Manchester. Veertien jaar op dat moment. De Eerste Wereldoorlog is net voorbij. Ze oefent met één doel voor ogen: de beste voetbalster van Groot-Brittannië worden. En ook figuurlijk tegen het onrecht en de wreedheid aanschoppen. Haar naam is Lily Parr. Ze heeft geen talent voor onderdanigheid.
In No Man’s Land is niemand meer. Wie brengt het lijden in beeld van de duizenden jongens die, onder het juk van de oorlogswaanzin, naar andere landen reizen om er te sterven? Bij het einde van Wereldoorlog I, the Great War, wordt in het district Lancashire rond Manchester een nieuwe sport geboren in de modder van de industrieterreinen. Het vrouwenvoetbal toont een humaan en gezellig gezicht met zijn boodschap tegen armoede en oorlog. Het idee van football for charity én de spitsvondigheid van de eerste rebelse vedette Lily
Parr grijpen het publiek bij de keel. Er steekt snel storm op want niet iedereen houdt van haar: ‘Voetbal is geen sport voor vrouwen’ sodemieteren de bobo’s van de conservatieve Football Association. Lily neemt geen genoegen met de ondergeschikte rol. Ze is van niemand, slechts van zichzelf. Vrouwen nemen in de fabrieken – uit economische noodzaak gedwongen – de plaats over van de mannen aan het front.
De omwenteling slaat toe. Barbara Jacobs diept in haar studie The Dick, Kerr’s Ladies. The factory girls who took on the world (2004, Robinson Ed.) uit hoe in 1920 voetballende vrouwen 53.000 toeschouwers naar hun wedstrijd lokken in Liverpool. De club van Lilly Parr noemt zich naar het bedrijf van WB Dick en John Kerr uit Preston dat populaire tramstellen vervaardigt, spoorwegen aanlegt en zich tijdens de Eerste Wereldoorlog omschakelt tot munitiefabriek. In de lunchpauzes trappen de vrouwen een balletje om de tijd te doden.
Op kerstdag 1917 spekken de DKL met een eerste benefietwedstrijd de kas voor gewonde soldaten. Vervolgens toeren ze door Groot-Brittannië en verzamelen overal fondsen. Over een periode van zeven maanden bezoekt het team in 1921 alle grote steden voor liefst 67 wedstrijden, die door ruim 1 miljoen mensen worden gevolgd en tienduizenden ponden verzilveren. Het voorbeeld werkt aanstekelijk. Meer dan 150 vrouwenelftallen schieten als paddenstoelen uit de grond en lokken meer volk dan de mannen.
In 1920 bezoekt het team per trein de oorlogsroute tussen de Somme en de IJzer.
De alledaagse, onverteerbare pijn snijdt Lily Parr tot in het merg. Ze rebelleert tegen de dwaasheid van de dood. Elke stad opent zijn Disabled Soldier’s Hospital & Charity Fund. De fans verdringen zich om de technische perfectie en de natuurlijke nonchalance van Lily Parr. Ze treedt op in films en fotoreportages en ze doet de krantenverkoop stijgen. Barbara Jacobs: ‘The exceptional Lily Parr was the star, who made everything happen.’ Ze is lesbienne en verbergt het niet.
De opkomst van DKL valt samen met de strijd van de suffragettes voor vrouwenkiesrecht. Lancashire schommelt de wieg van de vrouwenemancipatie en vermengt zich met de muzikale, pacifistische strekking van de talrijke
Ierse inwijkelingen, waar Lily’s ouders deel van uitmaken: tegen de oorlog en voor betere levensomstandigheden. Mannen tolereren de gelijkheid van de vrouw. Het dissidente district geniet vermaardheid om zijn matriarchaat en de invloed van vrouwen op het openbare leven. Vrouwenvoetbal zuigt als een magneet de liefhebber aan en dreigt de mannelijke variant inzake populariteit te overvleugelen. De opbrengsten van de wedstrijden belanden, na aftrek van een vergoeding voor de speelsters, integraal bij the good causes. De autoriteiten banbliksemen het vrouwenvoetbal als een politiek gevaarlijke sport. In Londen slijpen de conservatieve krachten de messen. Op 5 december 1921 velt de FA het zwaarste verdict: ‘Vrouwen horen niet thuis op het voetbalveld.’
De reden is voornamelijk psychologisch. Vrouwenvoetbal is een te spontane expressie van de vrije geest.
Tussen 1918 en 1921 brengen de wedstrijden van Lily Parr ruim 120.000 pond op ten voordele van mensen met een handicap. Ze neemt, tot in 1951, meer dan 900 keer de vijandelijke doelverdedigster te grazen. Altijd met een variatie op het thema van de virtuositeit. De onverwachte beweging heeft alle geheimen aan haar prijs gegeven. Door de duisternis zag zij het licht. Dankzij de bal en de meedeinende sigaret.
Zou Opzij het verhaal van Lilly Parr kennen? Het is op zijn beurt een emancipatieprijs waard.
RAF WILLEMS: OVER DE GOEDE, GEKKE MAN, DE BAL EN DE VLUCHTELING: WWW.THESHIRT2010.NET!
november 9, 2009
Soms is het goed het ‘halvezoolschap’ met iemand te delen. Te weten dat je niet alleen staat met je bizarre gedachten omtrent ‘voetbal, solidareit & ambiance’. Zo kwam ik vorige maand Bjorn Heidenstrom tegen, met dank aan Jan Caers, de commerciële manager van de club KVC Westerlo, in de Vlaamse Kempen op een half uurtje rijden van de Nederlandse grens. Jawel, ze bestaan: businessboys met een hart voor het sociale. Jan Caers verricht goed werk ter zake bij ‘Westel’ en ontving onze Noorse vriend in het nieuwe themacafé van de club. Daar overhandigde hij hem het truitje met de liefdevolle geel & blauwe kleuren. De dag nadien zaten we samen in Brussel, pizza’s te verorberen op kosten van de Belgische Profliga, het kàn! De Koninklijke Belgische Voetbalbond liet zich eveneens van zijn beste zijde zien en schonk een shirt weg van de Rode Duivels. Een etmaal later woonde Bjorn gratis en voor niets de wedstrijd België-Turkije bij, de vuurdoop voor Dick Advocaat.
Who the hell is Bjorn Heidenstrom? Met een Noorse streep door de o in de naam. Wel, dat zal ik u vertellen. Hij was enkele jaren semiprofspeler en studeerde marketing. Hij stond aan het hoofd van de Noorse topclub IF Valerenga en veranderde er grondig de mentaliteit. IF Valerenga kampte jarenlang met overlast van rechts-radicale hooligans. Als aandachtige lezer van deze weblog bent u dan gewaarschuwd want u weet intussen wat dit betekent: veel geweld in en rond het stadion, criminaliteit, vecht- en zuippartijen en racistische spreekkoren. Omdat Bjorn een kleine krachpatser is, gooide hij al eens letterlijk zijn gewicht in de strijd. Hij riep ook de gemiddelde fan op om zich af te zetten tegen het beroerde gelul. Het hielp, de racistische klanleden dropen op den duur af met de staart tussen de benen, oftewel bekeerden ze zich tot minder ranzig gedrag. Men houdt het niet voor mogelijk, maar ja hoor, ook dàt kan! Vandaag heeft Valerenga – met de projecten Soccer Against Crime en Valerenga against Racism – de vurigste supporters van Noorwegen.
Maar nu blijft u nog steeds in het ongewisse over de markante daden van Bjorn Heidenstrom. Hij noemt zichzelf ‘the crazy man of football’. En gelooft dat er zoiets bestaat als een relatie tussen ‘voetbal’, ‘goede doelen’ en ‘gekte’. Hij vertrok in de zomer van 2009 aan het Nobel Peace Centre in Oslo en reist richting Robbeneiland in Kaapstad, Zuid-Afrika. Niet zomaar, wel met de fiets! U leest dit goed! Hij kreeg een mountainbike cadeau van Hyundai Heavy Industries Noorwegen om deze tocht te voltrekken. Bjorn draagt een boodschap van vriendschap uit en verzamelt voetbaltruitjes om deze te symboliseren.

Hij wil arriveren in Zuid-Afrika tegen mei 2010, net voor de aanvang van het WK Voetbal. Onderweg tracht hij minstens 2010 voetbalshirts te verzamelen. In Zuid-Afrika worden deze dan samen genaaid tot één groot shirt. Bjorn heeft hier een blijde boodschap achter gestopt: via de bal aandacht opeisen voor de vluchteling, voor het probleem van mensen die over de hele aardbol op de dool zijn omdat zij hiertoe werden gedwongen door geweld, haat, hongersnood, klimaatrampen. U hebt nog een oud voetbalshirt in de kast hangen, waar u vanwege uw obesitas toch niet meer in past? Als de weerlicht naar de website www.theshirt2010.net en vis het adres uit in Noorwegen waar uw truitje naartoe kan worden gestuurd. Trek de aandacht op het probleem van de vluchteling. Hoe dan ook: steun de goede, gekke Noorse man van het voetbal. Soms is het leuk om het ‘halvezoolschap’ met iemand te kunnen delen.
The United Colours of Football. Football Against Racism in Europe! Zo klinkt de slogan van de antiracismecampagne die de Europese Unie en de UEFA nu al tien jaar voeren (www.farenet.org). Een goede aanleiding voor een wandeling langs tien gekleurde topspelers die de voorbije eeuw het aanzien van het wereldvoetbal ingrijpend veranderden door middel van een nieuwe beweging, een originele gedachte, hun opvallende verschijning of een combinatie van de drie samen. Tussen haakjes staan het jaar en het evenement van hun hoogtepunt vermeld.
THE UNITED COLOURS OF FOOTBALL
José Leandro Andrade, tokkel (WK 1930)
Hij was een van de arme voetballers die rond 1920 in Montevideo de dribbel op de kleine ruimte uitvond. ‘De getokkelde bal, alsof die een gitaar, een bron van muziek was’, schreef de Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano.
José Leandro Andrade, de grote man met het elastieken lichaam, was de eerste zwarte voetbalprins. De beste speler ter wereld van zijn tijd. Leidde zijn Celestes of hemelsblauwen, naar goud op de Olympische Spelen van 1924 en 1928 en op het eerste WK van 1930.
Dansen deed hij op het veld. Hij bedacht een voetbalstijl van korte, flitsende ritmewisselingen en zigzaggende passeerbewegingen. Hij was de koning van de tokkel.
Leonidas da Silva, bicecleta (WK 1938)
Hij was de eerste zwarte Braziliaanse voetbalvedette, en ster van het WK van 1938, wiens populariteit de grenzen van voetbal ver oversteeg.
Hij was onderwerp van films, liedjes, gedichten en reclameboodschappen. De zwarte diamant bedacht dé beweging uit de Braziliaanse voetbalschool: de bicecleta of sierlijke omhaal, hangend in de lucht.
Didi, bananenbal, (WK 1958)
De eerste zwarte voetbaldenker. De ontwerper van het ‘didiïsme’: de donkere dans der Seleçao. Hij beschouwde het voetbal als een filosofie van ratio en fantasie.
Didi was de constructeur van het fijnzinnige Braziliaanse multiculturele wereldelftal in 1958 en 1962. Hij doorbrak, op basis van zijn trots, de witte selectiepolitiek van de Braziliaanse voetbalbonzen. Didi liet de bal spreken en werd vergeleken met het herfstblad: het mooiste kleurenpalet dat melancholie en wijsheid uitstraalt.
De eerste zwarte voetballer die het strategiedebat beheerste, herdacht en nieuwe impulsen gaf. Hij etaleerde voetbaleruditie, meesterlijk en majestueus. Hij was de ontwerper van de bananenbal: een afstandsschot dat op het ultieme moment de doelman verrast door een onverwachte kromme curve.
Garrincha, dribbel uit stand (WK 1962)
De ultieme Braziliaan. De goddelijke gek.
Garrincha was het demonische dribbeldier op rechts, met x- en o-been. De bal voor de voet, dribbel en schijnbeweging uit stand. Hij deed alsof hij buitenom ging, ging niet. Deed weer alsof, ging niet, ging wél buitenom. Soms zonder de bal. Ongeletterd, ongekunsteld, authentiek. Onbegrepen door zijn medespelers, dodelijk voor de vijand, begeerd door de vrouwen. Hij bleef kind onder de kinderen, met wie hij uren op straat kon voetballen. A alegria do povo, de vreugde van het volk, omdat hij de simpele mensen liet lachen met zijn onnavolgbare fratsen
en altijd een van hen bleef.
Zijn dood in 1983 bracht 200.000 huilende fans op de been. De wereld weent om jou, Garrincha, stond op een Maracanamuur gekalkt.
Eusebio, sensuele snelheid (WK 1966)
Met ontbloot bovenlijf liep hij na een doelpunt in rituele trance rond het veld. Een vroegrijpe zwarte jongen knalde in de Europese finale van 1962 de witte machtsfalanx van Real Madrid aan flarden.
Eusebio bracht met Benflca sensualiteit én snelheid in het trage voetbalspel. In zijn tijd kreunde Lissabon – door de dichter Pernando Pessoa omschreven als stad der verborgen verlangens – onder de beklemmende gedachten van de oerkatholieke dictator Salazar. Die sloeg elke vorm van seksualiteit in de ban en noemde zwarten dom en minderwaardig.
De rusteloze Eusebio verzoende met zijn Mozambikaanse ambiance, ritmiek en spiritualiteit Lissabon opnieuw met de lust. Hij doorbrak de koloniale clichés, presenteerde zich als eerste zwarte Afrikaan aan de Europese voetbaltop – in de periode van de moord op Lumumba en de verbanning van Mandela – en hield het onwetende en beschaamde publiek een spiegel voor.
Pelé, O rei du futebol (WK 1970)
Een scène uit de documentaire ‘Gods of Brazil’, over het leven van Pelé en Garrincha ‘Vergeet de arme kinderen niet.’ Het waren de woorden van een geëmotioneerde Pelé bij zijn duizendste doelpunt. Hij voerde in zijn leven een dubbele strijd. Voor sprankelend spel, met altijddurende schoonheidswaarde. Tegen de vernederende leefomstandigheden van het meestal gekleurde Braziliaanse kind van de straat.
Pelé bereikte zijn hoogtepunt op het WK 1970, na enkele visionaire voetbalbewegingen, toen hij als een zonnegod met de Wereldbeker naar het Aztekenstadion zwaaide. Hij openbaarde de twee jaar eerder in droefheid gesmoorde droom van Martin Luther King: I have a dream. Daar stond de koning van het voetbal, O rei du futebol.
Ruud Gullit, Black Power op en naast het veld (EK 1988)
Gullit was de zwarte zoon van een oranje moeder. De eerste gekleurde aanvoerder van een Europees nationaal team, het Nederlandse elftal, dat bovendien de Europese Beker voor Landenteams won. Hij bekeerde zich tot het ritme van de reggae, de muziek uit de buik van de onderdrukte mens, de hartslag van de Afrikaanse slavencultuur.
Gullit bepaalde in de jaren tachtig met zijn uitgesproken maatschappelijke bevlogenheid het aanzien van het wereldvoetbal. Il Tulipo Nero, de zwarte tulp, zocht levenslessen bij Bob Marleys Redemption Song: ‘Verlos jezelf met dit lied van de vrijheid.’ Gullit belaagde het racisme vanuit het voetbal. De zwarte huid tegen het blanke masker. In 1989 droeg hij zijn verkiezing tot Voetballer van het Jaar op aan Nelson Mandela om de vloer aan te vegen met het akelige apartheidsysteem. Hij predikte krachtig leiderschap en black power op en naast het veld.
George Weah, dribbel in versnelling (Wereldvoetballer van het Jaar, 1995)
Hij verbond de loopcultuur van zwart Afrika met de dribbelaard van donker Brazilië. Hij vond bezieling bij Malcolm X, Nelson Mandela en Pelé. Weah was levensgenietende wereldburger, onvermoeibare vredesactivist en een diepgelovige islamiet. Hij was de eerste Afrikaanse wereldvoetballer van het jaar, die zijn titel opdroeg aan de vrede in zijn land. De geweren zwegen enkel als Big George in Monrovia op bezoek kwam.
Kanu, sleep (Olympische Spelen 1996)
Kappen en draaien, kappen en draaien, kappen en draaien, als was het voor hem puur natuur. Kanu domineerde met zijn lange benen de bal. Met links, met rechts, op de grond, in de lucht. Slungelachtig, onvoorspelbaar en tegelijk beheerst én beredeneerd. Slepend vooral, zoals hij op de Olympische Spelen van 1996 met zijn onderste ledematen de Braziliaanse en Argentijnse defensie toch uiteenrafelde en Afrika zijn eerste wereldprijs schonk.
Kanu voetbalt nog steeds zoals in zijn kindertijd, ergens in de stoffige savanne van Nigeria. Hij wil een voorbeeld zijn voor de duizenden straatkinderen: ‘Maak het voetbal niet te belangrijk, want dan ontneem je het zijn schoonheid. Afrikanen spelen het pure straatvoetbal. Football is a game of fun!’
Liliam Thuram, humanistische wereldburger (WK 1998)
Hij ontwikkelde zich tot het intellectuele brein van Les Bleus, de multiculturele wereldkampioen. De Franse flankverdediger combineert technische begaafdheid met tactische flair. Zonder twijfel de intelligentste man van de moderne voetballerij.
Liliam Thuram is een wereldburger en een mens van teksten tegen de oorlog, voor meer kansen voor de gediscrimineerde jeugd uit de banlieues en tegen racisme: een humanist
zonder meer.
Bewonderaar van Nelson Mandela, de Dalai Lama, Miles Davis en Milan Kundera.
Gepassioneerd door de geschiedenis: ‘Het gebrek aan kennis van de historie leidt tot onverdraagzaamheid en dat stemt me zeer triest.’ Het trotse gelaat van de internationale Football Against Racism-actie nadat hij in Italië en Spanje talrijke malen op oerwoudgeluiden en hatelijke spreekkoren was getrakteerd.
Nelson Mandela formuleerde het in de jaren negentig als president van zijn nieuwe Zuid-
Afrikaanse Regenboognatie als volgt: ‘Voetbal heeft de kracht te inspireren en te verenigingen. Het brengt hoop waar wanhoop heerste. Voetbal haalt raciale barrières neer.’ Hij trad daarmee in de voetsporen van mensenrechtendenkers als Mahatma Gandhi op het einde van de negentiende eeuw, de Uruguayaanse president José Batlle in de eerste helft van de twintigste eeuw; de Braziliaanse filosoof Gilberto Freyre in de jaren vijftig, de Ghanese leider Kwame Nkrumah. Zij lanceerden the united colours of football als bevrijdende filosofie. De gedachte is dus al meer dan een eeuw oud.
RAF WILLEMS: HERTHA BSC: WIR SIND EIN BERLINER!
oktober 12, 2009
Op 22 oktober speelt SC Heerenveen in het kader van de Euroleague in Berlijn tegen Hertha BSC. Tegen de achtergrond van de twintigste verjaardag van de Val van de Berlijnse Muur.
Wir sind ein Berliner! De tekst van het vaandel springt meteen in het oog als ik onder de triomfbogen van het Olympia Stadion loop. Het is een verwijzing naar de beroemde toespraak Ich bin ein Berliner van de Amerikaanse president John Kennedy in 1963 aan de Berlijnse Muur Honderdduizenden mensen drumden zich juichend rond het spreekgestoelte van JFK. De speech had een helende betekenis en trof de vrijheidslievende harten van de West-Berlijners, welhaast vanzelfsprekend supporters van Hertha.
Het is 8 augustus 2009, eerste speeldag van de Bundesliga. Wir sind ein Berliner is de slogan van de ‘Berliner Freunde’, een gemeenschappelijke onderneming van Hertha BSC, de Berlijnse overheid en enkele financiële partners: ‘Aus Verantwortung für unsere Stadt’. De ‘vrienden’ steunen 12 sociale, sportieve en vormingsgroepen die zich buigen over de levenskwaliteit van kinderen, jongeren en buurten van de metropool op de grens tussen West en Oost. Hertha drijft een verhaal aan: ‘Mehr Chancen durch Fussball’. Aan de hoofdtribune wappert de slogan ‘Für Toleranz und gegen Rassismus.’
Ik zit boven de blauw en wit geverderde Ostkurve. Hertha wint krap met 1-0, tegenstander is Hannover. De ereronde van de spelers duurt net zo lang als het clublied ‘Nur nach Hause gehen wir nicht’. Het refrein van de Hertha Hymne is gebaseerd op dat van Rod Stewarts I’m Sailing: ‘Nur nach Hause, nur nach Hause, nur nach Hause, gehen wir nicht.’ Inwisselbaar met: I’m Sailing, I’m Sailing, I’m Sailing, home again. Ter hoogte van de Ostkurve ontspint zich een apart ritueel. De hele blauwe selectie stelt zich naast elkaar op tegenover de wiebelende massa. Op de tonen van ‘Ich bin das Anton aus Tirol’ brullen duizenden: ‘Wir sind das Hertha BSC’. In elkaar hakend en op en neer jumpend.
Ik wip enkele uren voor de match de Herthapub binnen, op de hoek van de Jesse Owens Allee, aan de overkant van het Olympisch Stadion. Met nog steeds een grotesk uitzicht, men herinnert zich de Nazi-Olympiade van 1936, waarbij de zwarte lachende Amerikaan Jesse Owens alle records uit de tabellen liep en de verzuurde Hitler een denkbeeldige trap in de ballen gaf. In de kroeg hangen sjaals met de tekst ‘Unser Religion ist Hertha BSC’. Oude fans luisteren naar de schuine moppen van de pafferige, getatoeëerde cafébaas. Aan de muur, een poster met een scanderende blondine: ‘Rettet Arbeitzplätze. Trinkt mehr Bier!’ Ik voeg de daad bij het woord, bestel een ‘Berliner Weisser’ (0,33cl) en blader door het boek van historicus Michael Jahn: Hertha BSC. Eine Liebe in Berlin. Ik pluk er her en der elementen uit: Hertha werd opgericht in 1892 en vestigde zich in de wijk Wedding, das Rote Wedding, het grootste industriegebied van Midden-Europa met 170.000 mensen met sociaaldemocratisch stemgedrag. Daaronder meer dan dertigduizend immigranten: fabrieksarbeiders, dagloners, dienstmeiden en werklozen. Deze culturele smeltkroes smeedde innige banden van solidariteit. De schrale tuintjes en zijsteegjes vormden het eerste voetbaldecor voor de jeugd. Eén van hen, Ernst Wisch, nam in 1892 het initiatief: hij koos voor blauw en wit en voor de naam Hertha. Naar een toevallig passerende Zweedse rivierboot in dezelfde kleuren.
De onverwachte bouw van de Berlijnse Muur, een Nacht-und-Nebel-initiatief van de communistische DDR-dictatuur, trok in 1961 een letterlijke scheur door de oude arbeidersbuurt van Wedding. Duizenden Herthafans bevonden zich ineens in Oost-Berlijn.
Archivaris Andy Rygielski bevestigt me de band die Hertha steeds behield met de andere kant: ‘Na de bouw van de Muur zaten veel leden van onze club met de handen in het haar. Hun hart bleef voor Hertha slaan maar ze konden hun gevoelens niet meer kwijt. De clubleiding beschikte over een adressenbestand van de mensen die achter de Muur leefden. Ze probeerden contact te houden met briefwisseling en het…verzenden van lekkernijen en snoepgoed.’
In de eerste thuiswedstrijd van Hertha na de heropening van de grenzen snakten duizenden Oost-Berlijners naar de oude liefde. Bijna 60.000 fans bestormden op 9 november 1989 de poorten naar aanleiding van Hertha BSC – Wattenscheid 09, voetbal in de tweede Bundesliga! Ik koop het clubblad Wir Herthaner en lees over de reeks Jubiläum 20 Jahre Mauerfall. Sven Kretschmer tekende voor de bevrijdende gelijkmaker. Hij vertelt in het tijdschrift hoe hij zich herinnert dat burgers uit de DDR gratis toegang kregen. In de film ‘Ein Volk sprengt seine Mauer’ verscheen de scène van zijn doelpunt: ‘Ein besonderes Gefühl.’ Dat bijzondere gevoel beklijft me ook na een bezoek aan de tentoonstelling 1989-2009 Berliner Mauer van de Artistes pour la Liberté. Ik zie veertig beelden over dood, zelfdestructie, mensenrechten, vrede en vrijheid. De Russische kunstenaar Boris Zabarov weet het thema het meest treffend te pakken met zijn ‘Von Angesicht zu Angesicht.’ Oftewel: ‘Gezicht tegen gezicht. Twee karakters, gescheiden door een ijzeren lijn.’
Met ‘Wir Sind ein Berliner’ probeert Hertha het bindmiddel te zijn van de vernieuwde stad.
Na de afloop van de wedstrijd tegen Hannover tart een dronken blauwwitte aanhanger het gezag. Hij wandelt lachend en lallend tussen de gevechtseenheid: ‘Auf wiedersehen Cops’. Berlijnse humor. Het politiekordon verdwijnt in gestrekte draf. ‘Nur nach Hause gehen wir nicht!’
RAF WILLEMS: ROYAL SPORTING CLUB ANDERLECHT: DE BLINDENTRIBUNE VAN DE PAARSE PRINSEN VAN HET PARK
september 28, 2009
Ajax ontmoet op 1 oktober de Belgische vaandeldrager Anderlecht in het kader van de Europa League.
Green Park is een klassieke supporterskroeg aan de overkant van het stadion van Royal Sporting Club Anderlecht, de succesrijkste club van België. Een fotocollage van de 29 kampioenselftallen tussen 1947 en 2007 siert de muur. Een affiche ‘The Magic Years 1975-1978’ springt in het oog: rond het portret van Rob Rensenbrink kleven vijf inkomtickets van drie Europacupfinales voor Bekerwinnaars – West Ham, HSV, Austria Wenen – en van Europese Supercupzeges tegen Bayern München (Beckenbauer) en Liverpool (Dalglish).
Het café draait al een halve eeuw mee. Destijds stond de gevierde doelman Rie Meert sterke verhalen te vertellen achter de tapkraan. Over hoe Jef Mermans – de grondlegger van Anderlecht, 7 titels tussen 1947 en 1956 – hem in de lente van 1945 uit zijn ‘ton’ haalde om hem te vertellen dat de Tweede Wereldoorlog tot het verleden behoorde. Meert ontsnapte enkele keren op het nippertje aan het Duitse leger. Hij verborg zich in een onderaardse schuilplaats: een ton die met aarde was bedekt!
In de jaren zestig ontwierp Anderlecht de stijl van het huis: Académie Française, football champagne. Met de komst van de Franse trainer Pierre Sinibaldi koos men voor stijlrijk spel. ‘Mauve & Wit’ vertrok voor de meest briljante periode uit zijn beschaving. De jeugdschool van Anderlecht produceerde de beste generatie van het Belgisch voetbal. De Brusselse Ketjes Paul Van Himst, Jean Trappeniers, Jean Plaskie, Pierre Hanon, Jean Cornelis en Georges Heylens en Jef Jurion. Men prospecteerde over het hele land en plukte in Oostende – aan de zee – de stille, stilistische linksbuiten Wilfried Puis weg. Samen met de luidruchtige libero Lorenzo Verbiest, bon vivant met de allure van Beckenbauer. In de taalgrensstad Ronse strikte het de rumoerige Bomber Jacky Stockman en in het verre Limburgse Overpelt de stugge buitenmens met het snoeiharde schot Johan Devrindt. Anderlecht boorde ook buitenlandse bronnen aan. In de ex-kolonie haalde het de Congolees Kialunda. In de Nederlandse noordprovincie Groningen stak manager Albert Roosens zijn collega Roger Petit van Standard de loef af in de slag om de negentienjarige Jan Mulder.
De komst van Mulder beslechtte de krachtsverhoudingen in de jaren zestig in het voordeel van Anderlecht. Hij paste met zijn recht-op-doel-stijl nochtans niet volledig in de paarse promenades, die soms aan l’art pour l’art leden. De exploderende spits ontmantelde onbuigzame defensiegordels in het voordeel van Van Himst en hielp Anderlecht vaak over een dood punt heen.
Voetballend zorgde Mulder in Vlaanderen niet voor een trendbreuk, maatschappelijk wel. Mulder was de eerste exponent van Hollandse branie in Vlaanderen. Hij veroorzaakte een cultuurshock naast het veld. Hij morrelde aan de mentaliteit van de Vlaamse voetballer. “Hij was slimmer dan wij, zeurde over alles, durfde eisen stellen en ging nooit achteruit”, vertelde Paul Van Himst in het Nederlandse literaire voetbaltijdschrift Hard Gras.
De boerenjongen uit Winschoten werd in Brussel een mijnheertje met maniertjes. Hij reed met een in het oog springende witte MG-sportwagen, las altijd een boek, leerde sneller Frans dan zijn Vlaamse maats. Hij ging meteen op een appartement wonen en vertoefde vaak en graag in de Brusselse salons. Mulder was de Belgische voetballer van de sixties. Door zijn gedrag en visie op het leven. Niet in een keurslijf te stoppen.
Op het veld fantaseerde vooral Van Himst. Paul, de poëet. De prins van het park. Dé vertolker van de artistieke Anderlechtschool uit die tijd: traag, intuïtief, sierlijk. Hij kreeg een vrijgeleide van coach Pierre Sinibaldi. Frankrijk pakte brons op de wereldbeker van 1958 en trok de wellustige aanvalskaart.
Voor zijn spitsensysteem imiteerde Sinibaldi het Franse koningskoppel Raymond Kopa-Just Fontaine. Mulder ging, beukte en scoorde naar het voorbeeld van Fontaine. Van Himst profiteerde van Mulders graafwerk en demonstreerde Kopa-aanse klasse. Zes titels in de swinging sixties. Anderlecht werd een internationaal begrip.
Bij een typisch Brussels rood ‘Kriekbier’ denken we in het historische café Green Park even terug aan de glorieuze tijden van weleer. Terwijl belicht Peter Smeets het sociale departement van Anderlecht. De voormalige onderwijzer maakt als spelersbegeleider de jonge buitenlandse talenten wegwijs in het jachtige leven van de profclub. Onder zijn impuls opende men in het Constant Vanden Stockstadion in de lente van 2009 een blindentribune. Peter Smeets: ‘Dit was het gevolg van een samenwerking met Cécifoot Anderlecht, een organisatie die het voetbal voor slechtzienden promoot. Onze Zweedse oud-speler Pär Zetterberg nam het peterschap op zich. Intussen zorgen vier reporters bij elke thuiswedstrijd voor zogenaamde auditieve beschrijving. Vanuit de nok van de tribune leveren zij intens commentaar.’ De problematiek raakte bij Smeets een gevoelige snaar nadat hij met enkele collega’s een partijtje speelde tegen het ‘blindenteam’. Ze droegen een blinddoek en kregen 7-0 op hun donder van het geoliede team der ‘visueel gehandicapten’. Elke week verzorgt Cecifoot een training met opwarming, techniek, wedstrijd en een bellende bal en een zoemer aan de doelen. Na afloop vroeg men: ‘We zouden ne keer graag naar ne match komen kijken.’
Peter Smeets kon dat aanvankelijk niet vatten maar toch rinkelde een belletje. Hij sloot een contract met een gespecialiseerde firma voor zendapparatuur en koptelefoons en sindsdien begeleidt Cecifoot verschillende ‘slechtzienden’ tijdens de thuiswedstrijden van Anderlecht.
Peter Smeets: ‘De beleving van deze mensen is hartverwarmend. En ze hebben zin voor humor. Als het spektakel hen niet bevalt, dan roepen ze: er was niets te zien vandaag!’’
En daarna zakkend ze lachend af naar Green Park. Voor een rode Brusselse Kriek.
Laten de Ajacieden zich ook verleiden?
RAF WILLEMS: Mia Hamm, in the name of the brother.
september 16, 2009
Het Nederlandse vrouwenelftal deed deze maand van zich spreken op het EK in Finland. De Pauwrevolutie werd, met uitzondering van enkele kakelende columnisten, lovend onthaald door de publieke opinie. Wie is de beste speelster uit de geschiedenis van het vrouwenvoetbal? Daar is de Amerikaanse Mia Hamm (1972)! Ze heeft een stichting op haar naam: The Mia Hamm Foundation.
Ze poseert in december 2002 naast Ronaldo in de spots. De Braziliaan geniet, lacht voluit en kent de cameratrucs. Mia Hamm kijkt onwennig, met een mengeling van ernst en schuchterheid en een zuinig lachje. Over haar hangt de schaduw van onverwerkt verdriet, de verinnerlijkte stem van haar aan botkanker overleden broer Garret. Er sluipt altijd een stukje dood door het wezen van Mia Hamm (1972).
Op haar vijftiende verdient ze de eerste selecties voor het nationale elftal van de Verenigde Staten. Ze belichaamt de steile opgang van het women soccer. Ze wordt wereldkampioen in 1991, als jongste speelster van het toernooi. Ze wint Olympisch goud in Atlanta 1996. Voor tachtigduizend kijkers, een record in de geschiedenis van de vrouwensport. Dan volgt de stroomversnelling. Vooral buiten het voetbalveld. Volgens Phil Knight, de voorzitter van Nike, hoort Hamm thuis in de rij van Michael Jordan en Tiger Woods: zij geven een nieuwe dimensie aan hun sport. Het vrouwenvoetbal heeft in de Verenigde Staten meer mogelijkheden dan de mannelijke tegenhanger. Mia Hamm is hét rolmodel voor de bijna tien miljoen in clubverband voetballende vrouwen. Het aantal meisjes dat via de zogenaamde high school soccercompetities deelneemt, stelt het aantal jongens in de schaduw. Soccer klimt tijdens de actieve carrière van Mia Hamm vanuit het niets naar het nummer één der vrouwensporten.
De zogenaamde Title IX of the Educational Amendment of 1972 verschaft de emancipatie een wettelijk kader en kondigt de officiële gelijkheid tussen man en vrouw af. Meisjes kunnen hun studies combineren met topsport. Voor Mia Hamm geldt Title IX als levenswijsheid. Ze put er psychologische kracht uit van zodra de betekenis tot haar doordringt, tijdens haar studies politieke wetenschappen.
Haar ouders hebben een warm karakter en adopteren de uit Thaïland afkomstige Garret. Hij is de oudere broer naar wie Mia opkijkt. Hij leert haar op haar vijfde voetballen en scherpt haar zelfvertrouwen aan. Bij verlies vliegt ze op van woede. Ze vindt evenwicht en haar identiteit in het voetbal: ‘Football was my voice. It made me feel good about myself.’ Garret volgt haar vooruitgang op de voet en woont Mia’s wedstrijden bij. Tijdens de Spelen van 1996 is hij een opvallende afwezige. De gevreesde ziekte heeft hem in de greep. Hij lijdt aan botkanker. Het aftakelingsproces zet zich door. Hij bezwijkt in 1997 aan de gevolgen van een infectie. Hij is amper 28. Van dan af slaat de stemming bij haar voorgoed om. Ze duldt de dood van haar broer niet. Ze groeit door tot soccers’s leading lady maar haar persoonlijkheid blijft diffuus: beschroomd, verlegen, afstandelijk.
Als de actie mislukt, tuchtigt ze zichzelf of barst ze in tranen uit. Ze ontdooit toch tijdens zeldzame indringende interviews of organiseert uit het niets benefietwandelingen voor daklozen. Voetballende meisjes moedigt ze spontaan aan. Ze kient haar marketing prikkelend uit. Via ondermeer de alle platitudes counterende commercial met Michael Jordan Michael versus Mia. Ze toont zich niet alleen de sportieve evenknie van Jordan maar neemt hem, met een judogreep, ultiem te grazen. Haar spelstijl vloekt met haar terughoudend temperament. Ze voetbalt nerveus, vurig en vol inzet en tegelijk technisch zeer vaardig, nagenoeg perfect: de artistieke dribbel, de korte balwisseling, lichtvoetige elegantie en toch sterk in de duels en explosief doelgericht. Met een lenige versnelling en accuraat overstapje.
Het goud op de Spelen van Atlanta opent een nieuw oogpunt: de wereldbeker van 1999 in eigen land. Haar afkeer voor celebrity ten spijt, kegelt Mia Hamm tijdens het toernooi alle populariteitspolls omver. De Verenigde Staten sudderen op het ritme van de gendergelijkheid. Mia Hamm is hét gezicht van het winnende elftal – na strafschoppen tegen China – en het rolmodel voor opgroeiende meisjes, geschminkt met Title IX en in shirts met haar nummer 9.
Soccer was the great social and athletic equalizer. Meisjes spelen voetbal vanaf hun tijd in de kindertuin. Mét jongens. De perceptie bestaat dat vrouwen beter zijn dan mannen. Hamm zorgt voor dit keerpunt in de waarneming. Jongens kijken op naar vrouwelijke atleten en dragen trots hun shirts.
Volgens sportsociologe Martha Burton Nelson doorbreekt dit de stereotypen: ‘Jongens zien dat vrouwen talent hebben. Het zal hun relaties met hen veranderen. Vrouwelijke voetballers vormen de voorhoede van de feministische beweging. Ze demonstreren kracht, moed en vrijheid. Soccer is changing opinions of women.’
De Amerikaanse wereldkampioenen verwerven de naam The Girls of Summer. In die zomer van 1999 voltrekt zich een gestage verandering van de zeden. De spirituele invloed reikt veel verder. De mannensport bij uitstek kan even mooi en krachtig worden uitgevoerd door vrouwen.
Op de golven van de wereldbekertriomf geeft zij eindelijk het idee vorm dat al twee jaar door haar hoofd spookt. Ze introduceert The Mia Hamm Foundation. Voor Garrett. Ze ondersteunt wetenschappelijk botonderzoek, initieert Soccer Clinics to Fight Cancer en bedenkt studie- en sportschema’s voor meisjes volgens het concept Young Women in Sport. Ze benoemt haar stichting als de reflectie van haar bestaan: ‘Ik creëerde ze om de belangrijkste zaken uit mijn leven te ondersteunen.’ Op de Spelen van 2004 verovert een jonge generatie onder haar zelfbewuste leiding op haar beurt goud. Dan neemt ze een resoluut besluit. Op haar tweeëndertigste haakt ze af en geeft de fakkel door. Ze kiest voor een familieleven en wijdt zich verder volledig aan The Foundation. Garret is nooit weg. In the name of the brother.
RAF WILLEMS: Over Barcelona, Bono en Unicef
augustus 31, 2009
Voetbal, muziek en mensenrechten.
Op 30 juni 2009 opende U2 in Camp Nou, Barcelona, zijn wereldtournee 360°. Tijdens het hoogtepunt van de show zong Bono One in het shirt van Barça, meer bepaald het nummer 1 van coach Pep Guardiola. Met het logo van Unicef op de borst. One behandelt het thema van de liefde die pijn doet en van de noodzaak tot universeel samenleven: ‘You got to do what you should. One life, with each other. Sisters, brothers, one life but we’re not the same’. Celticfan Bono boorde in Barcelona een diepere dimensie aan: football, music & human rights. Het is de sprekende symboliek voor een nieuw tijdperk.
One van U2 in Camp Nou (met Bono in Unicefshirt):
Bij het begin van het nieuwe seizoen zetten we de dingen nog even op scherp: més que un club! Meer dan een club! Wie Camp Nou bezoekt, kan er niet naast kijken. De slogan zuigt je op, laat niemand onberoerd en siert de tribunes.
FC Barcelona heeft de voorbije vijf jaar een nieuw voetbalverhaal geschreven. De man van het script, staat naast het veld: Juan Laporta. Voorzitter sinds 2003, na een onwaarschijnlijk parcours. Laporta vertegenwoordigde een morrende stroming binnen het supportersvolk, met duidelijke standpunten: een terugkeer naar de wortels verbinden met de 21 ste eeuw. In het geval van FC Barcelona: gedaan met de bodemloze putten, poenpakkende vedetten en frauderende bestuurslui. Tweede element: de club als maatschappelijk verschijnsel, trots op de Catalaanse cultuur en het voetbal als instrument van solidariteit met zowel de omgeving als de wereld. Zie de shirtreclame voor UNICEF. Derde uitgangspunt: een keuze voor aantrekkelijk, artistiek voetbal in de eigen jeugdopleiding. Gebaseerd op de principes van de Hollandse School van Johan Cruijff: positiespel, techniek, voetballend vermogen in alle onderdelen van het elftal. Futebol Arte, the Beautiful Game, Le Beau Jeu: Messi, Henry maar vooral de middenvelders Iniesta en Xavi. De finale van de Champions League tegen uittredend kampioen Manchester United vormde het orgelpunt van een seizoen demonstratievoetbal. Manchester United koestert zelf een traditie van passing game. Toch was het belangrijkste gegeven van die avond in Rome: de ongrijpbare bal.
Dit spelplezier dankt Barça aan coach Josep ‘Pep’ Guardiola (1971), een kind van Catalonië. Een man met een democratische droom voor zijn regio, een minnaar van de Catalaanse invloeden in theater, poëzie en film. Liefhebber van Luis Llach, de zachtaardige zanger met weemoedige liederen over thema’s als hoop en verlies. Llach componeerde in 1968 L’Estaca, de protestsong tegen de Franco-dictatuur, met de onsterfelijke versregel I ens podrem alliberar: ooit zal de vrijheid ons deel zijn. Guardiola zingt het mee als Llach weer eens voor een uitverkocht Camp Nou optreedt.
Langs de lijn voert hij – ongeschoren en tegelijk in een modieus maatpak – zijn act op. Heupwiegend en huppelend bij doelpunten, wisselvallig en woedend bij scheidsrechterlijke dwalingen. Guardiola is drager van het gen dat Barça heet. Sinds de oprichting in 1899 interpreteert men in het centrum van de artistieke architectuur de voetballer op een welbepaalde wijze: als een creatieve ambachtsman. Trainer Johan Cruijff haalde hem in 1990 bij zijn elftal. De volgende vier seizoenen smeedde hij – het nummer 4, de opbouwende factor in het centrum werd als ware voor hem gecreëerd – het vloeiende spel tussen verdediging en aanval samen. Van Cruijff leert hij hoe het Hollandse voetbalbegrip ‘ruimte’ moet worden ingeschat: loop niet met de bal, leg hem waar de tegenstander hem niet verwacht. Geloof heilig in het ‘driehoekje’: in één tijd steeds naar de vrije speler, terwijl er een tweede in beweging is. In zijn eerste jaar doet hij de ingedommelde selectie ontwaken met scherpe trainingen en installeert hij het magische vijfkant: Iniesta-Xavi-Henry-Eto’o-Messi. Meer dan 100 doelpunten en de landstitel zijn het fraaie resultaat. De demonstratie tegen Real Madrid (2-6) leek een versnelde versie van het optreden van het Nederlands elftal op het WK 1974. Twee bekerfinales – Copa del Rey en Champions League – staan ook op de feestdis. Guardiola doet de Ramblas geregeld volstromen. En dan schreeuwt hij: Ciutadans de Catalunya, ya le tenim aquid! Burgers van Catalonië, we hebben hem! Verwijzend naar de populaire kreet van de in 1977 – na de dood van dictator Franco – uit ballingschap terugkerende Catalaanse president Tardellas. Intussen mijmert hij over Lionel Messi, de volmaakte zwervende spits van FC Barcelona, een stijlfiguur die door de speler Johan Cruijff in 1974 als het begin van een traditie werd neergezet.
Voorzitter Juan Laporta (1962) heeft bewezen dat correct commercieel handelen, sportief succes en een sociaal beleid – 0,7% van de inkomsten vloeien af naar de activiteiten van de Fundacio – de drie pijlers vormen van het goed besturen van een moderne voetbalvereniging. Daarom is FC Barcelona een trendsetter en dé nieuwe factor van het internationale voetbal. Daarom geniet Barça van de status Més que un club. Daarom is One van Bono in Camp Nou de ode aan de verfrissende episode van ‘voetbal, muziek & mensenrechten’! Tenzij het casinokapitalisme van Real Madrid roet in het eten gooit.
RAF WILLEMS: EERBETOON AAN BOBBY ROBSON: FOR THE GOOD OF THE GAME
augustus 19, 2009
Nederland speelde op 12 augustus tegen Engeland voor een vriendschappelijke interland. De gedachten dwaalden nog even af naar Bobby Robson (1933-2009) met een hele mooie minuut applaus van beide supportersgroepen.

De sympathieke Sir daalde op zijn vijftiende als ‘leerling-elektricien’ af in de mijnen van zijn geboortestreek Tyneside, in de buurt van Newcastle. Zijn vader was een vakbondsman en Robson zelf verloor nooit zijn socialistische principes uit het oog: eenheid, onafhankelijkheid en andere mensen helpen. Toen hij in 1990 een contract tekende voor PSV namen wantrouwige en korzelige Nederlandse journalisten hem meteen op de korrel. Wat kon die goedgelovige Engelsman toevoegen aan de voetbalcultuur van de natie?
Ze vergaten dat hij met Ipswich Town de Hollandse principes al had toegepast: hij trok met Arnold Mühren en Frans Thijssen in 1978 en 1979 buitenspelers aan die met hun technisch vernuft hun vermaarde Engelse tegenstanders in de val lokten. In 1981 dreven ze onder meer het Saint-Etienne van Michel Platini en Johnny Rep in het eigen stadion tot wanhoop (1-4). Ipswich Town versloeg ook AZ’67 (met onder meer Jan Peters en Kees Kist) in de dubbele finale van de UEFA Cup en speelde voetbal om van te likkebaarden. Bobby Robson aanvaardde vervolgens de moeilijkste job van het land: coach van het nationale elftal. Hij getuigde in zijn autobiografie hoe hij aan de schandpaal werd genageld door de niets ontziende sensatiepers en alle denkbare drek over zich heen kreeg: ‘Rustige jaartjes, die tijd als bondscoach van Engeland. Ja hoor. Naar mij spugende en bier gooiende supporters, voetbalvandalisme, racisme en een krantenoorlog.’ Robson bleef boven het gewoel staan en verbande naar eigen zeggen ‘verbittering, wantrouwen en trauma’ uit het gemoed. Met Engeland haalde hij op het WK van 1990 de halve finale. Zijn team verloor, ten onrechte, van Duitsland. Na het nemen van strafschoppen. Zijn spits Gary Lineker beviel nadien van de one-liner: ‘Voetbal is een spel van twee ploegen met elf spelers en op het einde van de wedstrijd winnen de Duitsers.’ Dit is nog steeds het beste Engelse resultaat aller tijden, op de in 1966 in eigen land gewonnen World Cup na.
Bij PSV smoorde hij de kritiek met twee opeenvolgende landstitels. Deze stunt herhaalde hij in Portugal met FC Porto. In 1997 coachte hij FC Barcelona, met Ronaldo, naar de Europacup voor Bekerhouders en hij sloot zijn loopbaan af bij Newcastle United, de favoriet club uit zijn geboortestreek. Met twee deelnames aan de Champions League, niemand presteerde ooit beter bij de waanzinnig slecht geleide zwart-witte Magpies. Robson werd onsterfelijk toen hij in een speech de emoties van de fans beroerde door te de echte waarde van de clubkleuren te benoemen: black and white verwezen naar de gelaatskleuren van de mijnwerkers voor én na hun dagelijkse barre en gevaarlijke tocht. Hij bezigde deze overtuiging als levensfilosofie. Volgens hem konden ‘rijke conservatieven het leven onder de grond niet begrijpen’. Tegelijk bande hij alle vormen van negativisme. Zijn optimisme werkte aanstekelijk en sloeg over op zijn spelers. En hij beoordeelde het voetbal als het leukste spelletje op aarde. Hij pleitte voor relativering. Dat was Robsons state of mind. Vanuit deze geestesinstelling begreep hij de potentie van het populaire balspel. Hij kantte zich heftig tegen het geweld rond de velden en toonde zich een gedreven aanhanger van the power of football. Zonder grote woorden, maar met des te meer enthousiasme, probeerde hij dit in de praktijk om te zetten.
In 1992 en 1995 bleef hij de baas over darmkanker en in 2006 rekende hij af met tumoren in longen en de hersenen. In 2009 legde hij het loodje. Maar niet nadat hij intussen zijn handtekening had nagelaten met zijn Sir Bobby Robson Foundation ten voordele van het wetenschappelijk onderzoek naar de akelige ziekte. Hij nam afscheid in zijn stijl. Op zijn verzoek werd op zondag 26 juli 2009 een charity georganiseerd tussen het Engeland en Duitsland van 1990, in het stadion van Newcastle. De opbrengst kwam volledig ten goede aan zijn Foundation. Hij liet zich rondrijden in een rolstoel en overrompelde het publiek een laatste maal. The gentleman of the game verdween zoals hij het zich had gedroomd: tussen de mensen, met de bal op de schoot, ten voordele van het goede doel. En intens genietend, in de mate van het mogelijke. Zo zullen we ons Bobby Robson herinneren. For the good of the game.
Werder Bremen speelt op 20 mei 2009 de finale om de UEFA Cup tegen Shaktar Donetsk. Dat betekent dat de groenwitte Werderwaanzin weer vrolijk over de stad zal dalen. Ik zag hoe tienduizenden mensen in mei 2004 de landstitel vierden. Ze trokken van het Werderstadion naar de oude en historische kern en dansten rond het beeld van de Bremer Stadsmuzikanten in de buurt van het stadhuis.

Werder Bremen
