De Boixes Nois (onze jongens) schilderen schunnige teksten en doodsbedreigingen op de muren van zijn huis nadat hij, als kersverse president in 2003, hun agressie vlijmscherp aan de kaak had gesteld. Voor het eerst in haar bestaan dient FC Barcelona af te rekenen met rechtsradicale hooligans. Ze zaaien haat en plegen geweld. Hij wijkt niet voor hen. Zijn opdracht is bijzonder. Hij is de bewaker van het wonder van FC Barcelona. Joan Laporta (1963) is de naam. Op 2003 wordt hij totaal onverwacht verkozen als nieuwe president. Laporta is advocaat van Johan Cruijff en voorzitter van de supportersoppositie ‘Elefant Bleu’ – of Blauwe Olifant – tegen het toenmalige bestuur. Niemand begrijpt beter het motto achter Barcelona: Mes Que Un Club! Méér dan een Club! Hij deelt deze overtuiging tot in zijn diepste zelf. Sinds het begin van de twintigste eeuw is Barça een cultureel product van Catalonië. Ze schonk duizenden mensen – van arme sloebers over kunstenaars tot vooruitstrevende ondernemers – een identiteit en heeft altijd vrijheid en democratie uitgedragen. Hij zit als één van de 99.999 op de tribunes bij het eeuwfeest in 1999. En zingt met schorre keel en betraande ogen het oude clublied dat de populaire volkspoëet Juan Manuel Serrat opdroeg ‘aan de opposanten tegen de fascistische dictator Franco en aan iedereen die het goed heeft gemeend met Catalonië.’ Vrij vertaald: ‘Eén vlag maakt ons broeders: blauw en rood. Onze naam kent iedereen: Barça! Barça! Barça!’ Joan Laporta zweeft even weg maar keert terug met een droom.FC Barcelona is meer dan een club, vertegenwoordigt de cultuur van Catalonië en herinnert zich het eigen harde verzet tegen de militaire dictatuur van Franco van 1935 tot 1975. Vandaag beschouwt Barça zichzelf als een onderdeel van democratische globalisering en koestert zijn traditie van strijd voor vrijheid en mensenrechten overal ter wereld. In de Fundacio FC Barcelona  bundelt men sociale, sportieve en culturele werelden. Langs deze lijn spendeert de club van 2006 tot 2011 jaarlijks 0,7% van de algemene inkomsten spenderen, zijnde vijf keer 1,5 miljoen Euro,  aan opvoedkundige sportprojecten van de UN Millenium Development Goals. Barcelona draagt voor vijf jaar Unicef op het shirt.Laporta tekent namens Barça contracten voor ontwikkelingssamenwerking  in Senegal, Marokko, Swaziland, Mexico en Kameroen (via Samuel Eto’o) en steun aan vluchtelingenorganisaties in Rwanda, Ecuador en Nepal. De Fundacio heeft een eigen programma geadopteerd: Xarxa Internacional de Centres Solidaris (XICS) of het Internationaal Netwerk van Solidariteitscentra. Met als doelstelling: de promotie van sport, educatie en gezondheid. Ze vullen het klassieke onderwijs aan en vangen de kwetsbaarste kinderen op met het aanleren van burgerschap, sociale vaardigheden, lichaamsbeweging, taal, computer en wiskunde. Belangrijkste uitgangspunt: het stimuleren van opkomen voor de eigen rechten en zelfredzaamheid via het voetbal. Na één jaar werk boekte Barça mooie resultaten. Met het geld van de club werden 23 gemeenschapscentra in Swaziland gefinancierd, waar telkens 60 jongens en meisjes – meestal zogenaamde Aidswezen en dus ruim 1000 in totaal – worden begeleid. De centra bieden ook drinkwaterputten en medische voorzieningen en zijn oases van geweldloosheid. Het XICS-systeem zorgt ervoor dat meisjes even sterk aan bod komen in de sportbeleving als jongens.  ‘We geven de hoop terug aan de kinderen van Swaziland. Barça is een club met een hart!’ Aldus sprak Joan Laporta in zijn speech. Més que un club! De Boixes Nois roeren zich voorlopig niet.

Advertenties

De Londense tegenstander van PSV in de Uefacup, Tottenham Hotspur, zette het voorbije jaar een bijzonder voetbalproject op. 

Tijdens de zomer van 2000 brengen we de v akantie door in de jeugdherberg van Vlieland. Op zoek naar rust en stilte. Onze zoon lijdt aan het syndroom van Asperger: een combinatie van autisme, ADHD en, in zijn geval, hoogbegaafdheid. Hij kent alle vogels bij naam en bruist van energie.

Rumoerige Duitsers overspoelen de jeugdherberg en ja hoor,  het onvermijdelijke gebeurt. Ze dagen ons uit voor een five-a-side: twee volwassenen, drie kinderen. Vijf Duitsers versus drie Nederlanders en twee Belgen. De Duitse jongens tikken de bal vloeiend van voet tot voet. Mijn zoon kan, in navolging van zijn vader, helemaal niet voetballen maar hij loopt en blijft lopen. Ik geef hem een strikte opdracht mee en neurie hem de billenkletser van Henk Spaan en Harry Vermeegen in het oor: jagen, jagen, jagen op de bal! Hij lost de tegenstander van geen vin en wroet zich voortdurend in de weg van het Duitse dribbelwonder. Met de nodige overtredingen. Hij reageert niet begrijpend en vol woede als hij toch het duel verliest. ‘Der Davids dort’ grommen de Duitsers, die denken dat we Nederlanders zijn. Sommige autisten nemen alles letterlijk op. Ik blijf lafhartig op twee meter van het doel en keil elke bal plompverloren weg. Het blijft 0-0 tot twee minuten voor tijd. Maar five-a-side is een spel met tien spelers en één bal en op het einde wint Duitsland.

Mijn zoon is even afgeleid – ik beeld me in dat een overvliegende Vlielandse vogel zijn aandacht trok – en ik stap domweg uit positie, alsnog 1-0.

Op zijn zevende sluit mijn zoon zich aan bij een karateclub. Hij is vinnig, prent zich als eerste alle Japanse termen in het hoofd én toont zich gezond vechtlustig. De angst slaat echter toe als de leraar zich tot hem richt. Sommige autisten kunnen geen gezichten lezen. Ze weten niet wat zich achter de mimiek verschuilt en vrezen boosheid bij een ernstige of neutrale gelaatsuitdrukking. Het karate-avontuur loopt spaak na enkele weken.

Ik ga met hem vervolgens naar het zwembad. Hij dartelt door het water en zwemt, geen kunst, sneller dan ik. Maar het leven in het bad is vol van verrassingen en opwinding. Sommige autisten kunnen geen drukte aan. Hij ontvlucht het zwembad, het lukt niet.

Kinderen met Asperger zijn als De Kleine Prins van de Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry. Ze komen van een andere planeet. Ze kijken met andere ogen en begrijpen de dagelijkse dingen niet. Ze reageren rechtlijnig en vrezen het onbekende. Beredeneerdheid is hen vreemd. Ze staan alleen in het leven. Tenzij ze creatieve hulp krijgen. Tottenham Hotspur steunt een project met de National Autistic Society voor aspergerkinderen  uit de omgeving van White Hart Lane. De Franse international Pascal Chimbonda aanvaardde het peterschap en geeft geregeld voetbalclinics onder het motto Awesome Hotspur of ‘geweldig Hotspur’.

chimbonda1.jpg

Het resultaat is buiten verwachting, zo meldt ook initiatiefneemster Christina Heidensohn: ‘Kinderen met Aspergersyndroom hebben het moeilijk met sociale interactie. Met negatieve gevolgen voor henzelf en hun familie. Awesome Hotspur brengt hen voetbalplezier en leert hen nieuwe sociale vaardigheden en samenwerken in groep. De coaches hebben zich verdiept in de problematiek van Asperger en anticiperen op problemen. Dankzij het project genieten zij van lichaamsbeweging, ontwikkelden een groter zelfvertrouwen en maakten nieuwe vriendschappen. Voor de ouders betekent dit een enorme opluchting.’ Mijn zoon heeft de weg naar de sport gemist. Bij gebrek aan inzicht en begeleiding. Op zijn zestiende is hij een computerwizard. Hij is lid van een virtuele internationale ‘community’. Misschien brengen we onze volgende vakantie maar in Londen door. Met dank aan Tottenham. lees verder: www.tottenhamhotspur.com en klik op Foundation