Intussen in Wenen, 21 juni 2008, part one.

Ik loop enkele rare vogels op het lijf. Ze zingen uit volle borst ‘Waar zijn die Russen nou?’ (x4) Het is 31°, saunatemperatuur, en ze dragen oranje badjassen en grote hoeden. Ze vertellen over de enorme belangstelling die hen te beurt is gevallen. Ze deden meer dan twee uur over 500 meter in de binnenstad: ‘Het leek wel of we onder monumentenzorg vielen. Simpele teksten van ons als Wir sind die Hollander und fahren zum finale werden door iedereen meegezongen. Ons clublied werd door Fox en Reuters opgenomen.’

‘Wij’, dat zijn zes fuifnummers van de amateurvoetbalvereniging DEHMUSSCHEN uit Rotterdam.

 

Ik begeef me tijdens Nederland-Rusland met hen onder de joelende supporters tussen de prachtige historische gebouwen. Het fanfeest is een het publiek behagende combine van voetbal, popmuziek en sensualiteit. De boodschappen van Football Against Racisme en de straatvoetbaltoernooien worden gesmaakt. In totaal zakken bijna één miljoen bezoekers naar de Weense feesttent af, waaronder tienduizenden vrouwen. Voetbal heeft opgehouden om naast het veld een mannensport te zijn.

Bijna de helft van de 20000 voetballiefhebbers die naar de wedstrijd kijken op de grote televisieschermen, draagt Oranje. Ze lijken uit alle hoeken van de wereld te komen, maar praten met Weense tongval. Oostenrijkse pubermeisjes zingen ‘Deutschland, Deutschland alles ist vorbei’ naar voorbijlopende Duitsers.

Een Iraanse vrouw – kind van politieke vluchtelingen en sinds 1995 in Wenen – tooit zich met een oranje hoofddoek: ‘Because the Dutch are brilliant.’ Ik zie alles door elkaar: Surinamers, Pakistanen, Afrikanen. Oranjeshirts. Boliviaanse mannen met een paardenstaart, panfluitisten: oranjekenteken. Vijf loltrappende Ieren, wearing the Green, juichen bij de gelijkmaker. Net voor tijd, het kalf is al verdronken, scanderen jongeren ‘Nederland, Nederland’. Waaruit blijkt dat ze niet van ‘Holland’ zijn.

 

 

Intussen in Wenen, part two.

Wien bleibt Wien, in ieder geval in de geest daar verandert geen bal wat aan. Oostenrijkers zijn tenslotte geen voetballiefhebbers waar de liefde diep geworteld zit.  Ik ontleen de zin aan Peter Wekking, de mooischrijvende cynische columnist van Voetbal International. Wekking geeft het hele toernooi de indruk dat het cultuurhistorische brandpunt op de grens tussen Oost en West geen voeling bezit met de banaliteiten van het spel om de bal. Nou moe, sprak Guus Flater. Verdiep je eens in goed boek denk ik dan, de biografie van coach Hugo Meisl of de roman over Matthias Sindelar, de coryfeeën van de jaren dertig. Of bezoek de waardevolle expeditie Wo die Wuchtel Fliegt over de legendarische oorden van het Weense voetbal. Of bestudeer het semi-wetenschappelijke Mehr als ein Spiel. Fussball und populare Kulturen im Wien der Moderne. En kom met mij tot de conclusie dat Wien dé voetbalhoofdstad is geweest van het Europese continent – dus de eilanden van het Verenigd Koninkrijk niet meegerekend – tussen 1900 en diep in de jaren vijftig, ten tijde van Ernst Happel. Tussen 1890 en 1938 toonde Wenen zich op het terrein van de literatuur, muziek, architectuur, wetenschap en politiek het epicentrum van het vooruitstrevende Europa. Het voetbal mag aan deze imposante lijst worden toegevoegd. Op 12 oktober 1902 troefde Oostenrijk Hongarije met 5-0 af in het allereerste internationale treffen op het vasteland. Tijdens het Interbellum richtte Wenen de eerste profcompetitie op met liefst twaalf clubs uit de Oostenrijkse metropool. Geen enkele stad ter wereld telde zoveel uitstekende elftallen. Tussen 1926 en 1938 ontspon zich de strijd om de Mitropacup, de voorloper van de Champions League. In acht van de twaalf afleveringen drong een Weense club tot de finale door en vier keer juichte men om het goud. De Weners – in Prater en op de Hohe Warte – braken met hun massale aanwezigheid alle vooroorlogse records: bijna 60000 in de Mitropacup en 80000 voor een duel met Italië. Voetbal is een levensader van het oude Wenen geweest, met een rechtstreekse bloedlijn naar de culturele scène. Er werd geredetwist over stijl: artistiek versus strijd. Spektakel versus resultaat. Fantasie versus militaire discipline. Het democratische Oostenrijk versus het fascistische Italië/Duitsland. Met een scheut tragiek. Het fantastische Wunderteam van het begin van de jaren dertig rolde uit het brein van Hugo Meisl en was een joods-liberale variant op het Schotse passing game. Met veel ruimte voor de individualist, superspits Matthias Sindelar, de Johan Cruijff van zijn tijd. Op het einde van de wedstrijd, halve finale van het WK 1934, wonnen destijds de dan al stroeve en gemeen tacklende Italianen.

Het totaalvoetbal van Nederland 1974 heeft Weense wortels, bij het Wunderteam.

 

Intussen in Wenen, part three.

Oranje is everywhere. Vaak op een wijze die je niet verwacht. Ik lees hoe het deftige NRC Handelsblad zijn ernstige columnisten loslaat op het voetbal. Johan Schaberg prijst op de economiepagina’s het nieuwe managementmodel van Oranje aan en Afshin Ellian schrijft in Opinie & Debat dat voetbal bindt omdat de regels universeel zijn en cultureel en religieus neutraal.

In de populaire krant De Telegraaf graaft Emile Bode diep naar de relatie tussen voetbal, godsdienst en cultuur en pleit voor een Nederlandse variant op de Deutsche Akademie für Fussballkultur. Ik steun dit met mijn volle gewicht, zijnde 91, 8 kilo op betere dagen.

 

Intussen in Wenen, part four.

 

De vrienden van DEHMUSSCHEN brengen de Oranjefan perfect in beeld: prettig gestoord, goed geluimd en altijd in voor ambiance.
KNVB, geef hen een vrijkaart voor de eerstvolgende interland van het Nederlands elftal, wegens bewezen diensten voor het Oranjegevoel.

DEHMUSSCHEN, organiseer op jullie beurt iets leuks ten voordele van een Zuidafrikaans project zodat jullie in 2010 daar met open armen worden ontvangen. Om voor sfeer te zorgen en Nederland eervol te zien sneuvelen tussen de kwartfinale en de halve finale.

Het is ‘ons’ eeuwige lot: de wereld vermaken en toch ten onder gaan.

 

Om één uur ’s nachts dansen dertig dronken Russen voor het hotel de Kassachok. Meer dan twintig versies na elkaar. Eén van hen draagt een… oranjeshirt van 1974, met de naam van Cruijff. Dat kan er nog net bij.

 

Voor de eindronde had ik mijn geld op Spanje ingezet, al is dat na afloop gemakkelijk praten.

Nederland stond twintig jaar geleden op zijn kop nadat Oranje het EK 1988 had gewonnen in München. Het land vierde feest, de feelgoodfactor lag hoog. Tijdens gesprekken die ik hierover voerde met toenmalige doelman Hans van Breukelen en regulerende middenvelder Jan Wouters borrelden de emoties op. Ze voelden zich zichtbaar goed bij de herinneringen aan toen. Sterker: ze ontdekten dat héél Nederland een goed gevoel had, en misschien wel heeft, bij de Gouden Generatie van 1988. Nederland bouwde bovendien een sterke reputatie op in Europa: aantrekkelijk voetbal en de eerste kampioen van het Avondland met een gekleurde aanvoerder en enkele spelers met uiteenlopende etnische achtergronden. Is 1988 een uniek moment geweest in de Nederlandse beleving? Hoort de Gouden Generatie niet gewoon thuis in de vaderlandse geschiedenis? Sterker, moeten we de oranje voetbalkoorts niet uitroepen tot onderdeel van het culturele erfgoed?

 

Sinds de Gouden Hollandse Voetbaleeuw (1969-1978), die dus in 2009 zijn veertigste verjaardag viert met de herinnering aan de eerste Europacupfinale van Ajax tegen AC Milan (1-4), zijn in alle continenten Nederlandse coaches en spelers actief. Met winst in de Champions League en in de landskampioenschappen van de Grote Vier Engeland, Duitsland, Italië en Spanje. De stijl van Oranje rijpte de voorbije vier decennia tot de belangrijkste voetbalschool ter wereld, op die van Brazilië na. De basisprincipes van de filosofie bleven dezelfde maar werden op intelligente wijze aangepast aan de veranderende omstandigheden, vanzelfsprekend na veel interne conflicten en polariserend democratisch debat in de media én de selectie. Ziehier de voetbalgedachten van The Dutch:  esthetische opbouw; verzorgd aanvallend voetbal op de helft van de tegenstander; balbezit via het systeem van de zgn. circulatie; vleugelspel met drie spitsen; inschuivende libero en meevoetballende keeper; meedogenloze en jagende centrale middenvelders die zo hoog mogelijk pressie zetten bij balverlies; mondige, intelligente en elkaar corrigerende spelers. Winnen met kunstzinnig voetbal dat tegelijk aan het assertieve grenst. Intussen is dit al de vierde generatie internationals die op grote toernooien de aandacht van de mondiale opinie opeist: 1974-1978 (WK); 1988-1992 (EK); 1998-2000 (EK & WK); 2008 (EK). Met dat vrijheidslievende artistieke spel verleidde Nederland miljoenen mensen.

 

 

 

Daarnaast is er het knotsgekke supportersgevoel. De natie gaat collectief uit het dak als het nog maar snuffelt aan een mogelijk succes op een groot toernooi. Hoewel sommige zeurderige columnisten het fenomeen over de hekel halen, is het toch dé manier om naar een voetbalmatch te kijken. Verkiezen we in de plaats dan bruut geweld, hatelijke spreekkoren of sfeerloze stilte? De prettig gestoorde aanhang van het Nederlands Elftal – met 50.000 mannen en vrouwen in Zwitserland – geeft het goede voorbeeld op de verbroederende ‘fanfeesten’ voor, tijdens en na de wedstrijd. De combinatie ‘aanvallen&techniek’ en ‘vermakelijke ambiance’ levert het Nederlandse systeem op geregelde tijdstippen internationale lof op en hoort eigenlijk integraal thuis in een goede ‘cursus inburgering voor nieuwkomers’.

 

En terwijl elke goede Belg wel een mop of zes uit zijn mouw kan schudden over de legendarische zuinigheid der Nederlanders – Wat zegt een Hollandse man tegen zijn vrouw als ze vrienden ontvangen? ‘Giet eens een liter water bij de soep, we krijgen bezoek.’ – is er paradoxaal genoeg waarschijnlijk geen volk dat zo massaal investeert in ‘goede doelen’. De Stichting Meer dan Voetbal heeft de taak om deze beide werelden in de toekomst structureel met elkaar te combineren en te opereren als ‘verbindend principe’. Met Oranje als vlaggenschip van de natie. Nationale elftallen zijn cruciaal in het proces van het bij elkaar brengen van mensen over alle ideologische, culturele en religieuze stromingen heen, precies vanwege de herkenbaarheid. Een verdeelde bevolking kan zich op een positieve wijze verenigen rond een nationaal voetbalboegbeeld. Door elke inwoner van Nederland – ongeacht afkomst, huidskleur, geslacht, geaardheid of religie – welkom te heten en achter zich te scharen. En door gewoon EURO 2008 te winnen en de cirkel rond te maken: van 2008 naar 1988 en terug. En het land opnieuw op zijn kop te laten staan. De Oranje voetbalkoorts hoort zonder enige twijfel thuis in het Nederlandse culturele erfgoed!

LILIAN THURAM: ‘UNE SEULE RACE, LA RACE HUMAINE!’
Franse recordinternational sticht Fondation Education contre le Racisme

Van 7 tot 29 juni loopt het EK in Oostenrijk/Zwitserland. Het voetbalkampioenschap staat in het teken van integratie en het fanfeest. Onder het motto: Unite Against Racism’. Lilian Thuram (1972) is in deze de beste bondgenoot van de UEFA.

Hij is aan zijn laatste evenement toe. Voor de zevende opeenvolgende maal – sinds het EK van 1996 – is de Franse recordinternational (140 selecties) present op een EK of WK. De oogst is groot: goud op het WK 1998 en EK 2000, zilver op WK 2006 en halve finalist op het EK van 1996.
Voor elke wedstrijd worden televisiespots uitgezonden en rond het veld zal de advertentie ’No to Racism’ helder zichtbaar zijn. De captains dragen de slogan op hun armband. De aanvoerders van de vier halve finalisten zullen een boodschap voorlezen. Buiten de stadions toert het ‘Streetkickfestival’ langs vijf speelsteden om het fanfeest te organiseren met supporters en vertegenwoordigers van de gemeenschappen van etnische minderheden. 
Lilian Thuram lanceerde midden mei zijn eigen stichting: Le Fondation Lilian Thuram, Education contre le racisme.
De stijlrijke verdediger propageert al langer dan vandaag zijn strak omlijnde mening over de conflicten in de wereldgemeenschap: ‘Une seule race, la race humaine!’ Zijn Fondation wil opvoedkundige activiteiten opzetten met kinderen en de samenleving sensibiliseren tegen discriminatie. Aan de Franse krant Le Nouvel Observateur verklaarde hij op 16 mei 2008: ‘het opvoeden van jongeren legt de basis voor toekomstige rechtvaardigheid. Tegelijk moeten we de racisten zelf trachten te overtuigen van hun ongelijk.’
Hij voerde in het verleden een ongemeen scherpe – en voor een topvoetballer ongeziene – verbale strijd met de extreemrechtse politicus Jean-Marie Le Pen van het Front National en de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy.  Rond de thema’s racisme, zerotolerantie, gelijke kansen. Hij schuwt het geweld van de balorige banlieuejongeren maar pleit tegelijk voor werk, educatieve begeleiding en sociale investeringen, onder meer via sportinfrastructuur, in de verwaarloosde voorsteden. Thuram groeide zelf op in één van deze getto’s:

‘Men noemde mij ook uitschot. Dat was ik niet. Ik wilde werk. De mensen in de banlieues hebben geen werk. Vooraleer te praten over veiligheid, moet men het hebben over sociale rechtvaardigheid. Je suis triste pour eux.’

Hij gelooft in de kracht van Les Bleus Multicolores en in de opvoedkundige waarde van het voetbal. Thuram is een wereldburger maar blijft tegelijk le bleu van de banlieue: ‘Le malaise français est un malaise social. Dans un quartier où il ya 40% de chomage chez les jeunes, il n’y pas de futur.’

Hij ontwikkelde zich tot het intellectuele brein van de veelkleurige Franse wereldkampioen van 1998. De flankverdediger combineert technische begaafdheid met tactische flair en is zonder twijfel de intelligentste man van de moderne voetballerij. Thuram is een kosmopolitische humanist zonder meer. Bewonderaar van Nelson Mandela, de Dalai Lama, Miles Davis en Milan Kundera. Gepassioneerd door de geschiedenis: ‘Het gebrek aan kennis van de historie leidt tot onverdraagzaamheid en dat stemt me zeer triest.’ In de Engelse krant The Daily Telegraph van 29 mei 2008 lichtte William Gallas (Arsenal) de invloed van Thuram toe: ‘Hij geeft de zwarte spelers van het Franse nationale team boeken over de geschiedenis van de slavernij en vertelt ons over onze achtergronden. Hij probeert ons de ogen te openen.’
Vijf jaar geleden was Thuram al het trotse gelaat van de toen ontluikende internationale Football Against Racism-actie, en sinds 2006 is hij lid van de Hoge Raad voor Integratie en mentor van Amnesty International France.

Hij is de beste ambassadeur voor het idee: ‘One love, one game, one community.’
De geruchtenmolen draait: na zijn voetballoopbaan maakt Thuram de overstap naar de Franse politiek. Thuram Président!?