RAF WILLEMS: INTUSSEN IN WENEN, IN HET SPOOR VAN ORANJE MUSSCHEN, OP ZOEK NAAR RUSSEN

juni 30, 2008

Intussen in Wenen, 21 juni 2008, part one.

Ik loop enkele rare vogels op het lijf. Ze zingen uit volle borst ‘Waar zijn die Russen nou?’ (x4) Het is 31°, saunatemperatuur, en ze dragen oranje badjassen en grote hoeden. Ze vertellen over de enorme belangstelling die hen te beurt is gevallen. Ze deden meer dan twee uur over 500 meter in de binnenstad: ‘Het leek wel of we onder monumentenzorg vielen. Simpele teksten van ons als Wir sind die Hollander und fahren zum finale werden door iedereen meegezongen. Ons clublied werd door Fox en Reuters opgenomen.’

‘Wij’, dat zijn zes fuifnummers van de amateurvoetbalvereniging DEHMUSSCHEN uit Rotterdam.

 

Ik begeef me tijdens Nederland-Rusland met hen onder de joelende supporters tussen de prachtige historische gebouwen. Het fanfeest is een het publiek behagende combine van voetbal, popmuziek en sensualiteit. De boodschappen van Football Against Racisme en de straatvoetbaltoernooien worden gesmaakt. In totaal zakken bijna één miljoen bezoekers naar de Weense feesttent af, waaronder tienduizenden vrouwen. Voetbal heeft opgehouden om naast het veld een mannensport te zijn.

Bijna de helft van de 20000 voetballiefhebbers die naar de wedstrijd kijken op de grote televisieschermen, draagt Oranje. Ze lijken uit alle hoeken van de wereld te komen, maar praten met Weense tongval. Oostenrijkse pubermeisjes zingen ‘Deutschland, Deutschland alles ist vorbei’ naar voorbijlopende Duitsers.

Een Iraanse vrouw – kind van politieke vluchtelingen en sinds 1995 in Wenen – tooit zich met een oranje hoofddoek: ‘Because the Dutch are brilliant.’ Ik zie alles door elkaar: Surinamers, Pakistanen, Afrikanen. Oranjeshirts. Boliviaanse mannen met een paardenstaart, panfluitisten: oranjekenteken. Vijf loltrappende Ieren, wearing the Green, juichen bij de gelijkmaker. Net voor tijd, het kalf is al verdronken, scanderen jongeren ‘Nederland, Nederland’. Waaruit blijkt dat ze niet van ‘Holland’ zijn.

 

 

Intussen in Wenen, part two.

Wien bleibt Wien, in ieder geval in de geest daar verandert geen bal wat aan. Oostenrijkers zijn tenslotte geen voetballiefhebbers waar de liefde diep geworteld zit.  Ik ontleen de zin aan Peter Wekking, de mooischrijvende cynische columnist van Voetbal International. Wekking geeft het hele toernooi de indruk dat het cultuurhistorische brandpunt op de grens tussen Oost en West geen voeling bezit met de banaliteiten van het spel om de bal. Nou moe, sprak Guus Flater. Verdiep je eens in goed boek denk ik dan, de biografie van coach Hugo Meisl of de roman over Matthias Sindelar, de coryfeeën van de jaren dertig. Of bezoek de waardevolle expeditie Wo die Wuchtel Fliegt over de legendarische oorden van het Weense voetbal. Of bestudeer het semi-wetenschappelijke Mehr als ein Spiel. Fussball und populare Kulturen im Wien der Moderne. En kom met mij tot de conclusie dat Wien dé voetbalhoofdstad is geweest van het Europese continent – dus de eilanden van het Verenigd Koninkrijk niet meegerekend – tussen 1900 en diep in de jaren vijftig, ten tijde van Ernst Happel. Tussen 1890 en 1938 toonde Wenen zich op het terrein van de literatuur, muziek, architectuur, wetenschap en politiek het epicentrum van het vooruitstrevende Europa. Het voetbal mag aan deze imposante lijst worden toegevoegd. Op 12 oktober 1902 troefde Oostenrijk Hongarije met 5-0 af in het allereerste internationale treffen op het vasteland. Tijdens het Interbellum richtte Wenen de eerste profcompetitie op met liefst twaalf clubs uit de Oostenrijkse metropool. Geen enkele stad ter wereld telde zoveel uitstekende elftallen. Tussen 1926 en 1938 ontspon zich de strijd om de Mitropacup, de voorloper van de Champions League. In acht van de twaalf afleveringen drong een Weense club tot de finale door en vier keer juichte men om het goud. De Weners – in Prater en op de Hohe Warte – braken met hun massale aanwezigheid alle vooroorlogse records: bijna 60000 in de Mitropacup en 80000 voor een duel met Italië. Voetbal is een levensader van het oude Wenen geweest, met een rechtstreekse bloedlijn naar de culturele scène. Er werd geredetwist over stijl: artistiek versus strijd. Spektakel versus resultaat. Fantasie versus militaire discipline. Het democratische Oostenrijk versus het fascistische Italië/Duitsland. Met een scheut tragiek. Het fantastische Wunderteam van het begin van de jaren dertig rolde uit het brein van Hugo Meisl en was een joods-liberale variant op het Schotse passing game. Met veel ruimte voor de individualist, superspits Matthias Sindelar, de Johan Cruijff van zijn tijd. Op het einde van de wedstrijd, halve finale van het WK 1934, wonnen destijds de dan al stroeve en gemeen tacklende Italianen.

Het totaalvoetbal van Nederland 1974 heeft Weense wortels, bij het Wunderteam.

 

Intussen in Wenen, part three.

Oranje is everywhere. Vaak op een wijze die je niet verwacht. Ik lees hoe het deftige NRC Handelsblad zijn ernstige columnisten loslaat op het voetbal. Johan Schaberg prijst op de economiepagina’s het nieuwe managementmodel van Oranje aan en Afshin Ellian schrijft in Opinie & Debat dat voetbal bindt omdat de regels universeel zijn en cultureel en religieus neutraal.

In de populaire krant De Telegraaf graaft Emile Bode diep naar de relatie tussen voetbal, godsdienst en cultuur en pleit voor een Nederlandse variant op de Deutsche Akademie für Fussballkultur. Ik steun dit met mijn volle gewicht, zijnde 91, 8 kilo op betere dagen.

 

Intussen in Wenen, part four.

 

De vrienden van DEHMUSSCHEN brengen de Oranjefan perfect in beeld: prettig gestoord, goed geluimd en altijd in voor ambiance.
KNVB, geef hen een vrijkaart voor de eerstvolgende interland van het Nederlands elftal, wegens bewezen diensten voor het Oranjegevoel.

DEHMUSSCHEN, organiseer op jullie beurt iets leuks ten voordele van een Zuidafrikaans project zodat jullie in 2010 daar met open armen worden ontvangen. Om voor sfeer te zorgen en Nederland eervol te zien sneuvelen tussen de kwartfinale en de halve finale.

Het is ‘ons’ eeuwige lot: de wereld vermaken en toch ten onder gaan.

 

Om één uur ’s nachts dansen dertig dronken Russen voor het hotel de Kassachok. Meer dan twintig versies na elkaar. Eén van hen draagt een… oranjeshirt van 1974, met de naam van Cruijff. Dat kan er nog net bij.

 

Voor de eindronde had ik mijn geld op Spanje ingezet, al is dat na afloop gemakkelijk praten.

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: