Mijn eerste kennismaking met Feyenoord dateert van 27 mei 1971. Op schimmige zwartwitte televisiebeelden keek ik naar de gekke komiek Dorus. Met brilletje, bromsnor en bolhoed. Hij zong met een rauw Rotterdams,voor Vlamingen vrijwel onverstaanbaar, accent: ‘Wie heit er weer een gool gescoord, Faaijenoord! Faaijenoord!’

Hij voerde zijn kunstje op bij Studio Sport, na Ajax-Feyenoord  (1-3). De club uit de Kuip vierde de titel in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Willem van Hanegem  troefde Johan Cruijff af, Ernst Happel stak Rinus Michels in de achterzak.

 

Met het Rotterdam Toernooi zet Feyenoord op 1 en 3 augustus zijn honderdste verjaardag luister bij. Gasten zijn de clubs waartegen Feyenoord destijds zijn Europacups heeft gewonnen: Celtic Glasgow (1970), Tottenham Hotspur (1974) en BorussiaDortmund (2002). In 1970 voegden de Hand-in-Hand-Kameraden er ook nog de Wereldbeker aan toe, ten nadele van het Argentijnse Estudiantes. Even turven, sprak destijds schrijver Nico Scheepmaker als hij statistische gegevens ten berde bracht: met vier internationale trofeeën boekt Feyenoord een fraaie elfde plaats op de Europese ranglijst. De top tien wordt inzake palmares, in willekeurige volgorde, gevormd door: Real Madrid, AC Milan, FC Liverpool, Bayern München, Ajax, Internazionale, Juventus, FC Barcelona, Manchester United en FC Porto. Dan fungeert Feyenoord op nummer elf. Voor klinkende namen als pakweg Chelsea, Arsenal, Schalke 04, Valencia, AS Dynamo Kiev enz. Het eeuwfeest werd gelanceerd op 15 juli met de voorstelling van het encyclopedische Feyenoord Rotterdam 1908-2008, honderd jaar. Een imposante en imponerende publicatie van Uitgeverij De Buitenspelers. Met boeiende teksten en prachtige illustraties. De Buitenspelers demonstreert op zijn beurt internationale klasse. Als ik even grasduin door het verleden beland ik bij de vergeten Richard Dombi als de mij meest fascinerende figuur van Feyenoord. De man heeft, letterlijk en figuurlijk, een lange reis gemaakt.

 

Richard Dombi (1888-1963) leerde Feyenoord tussen 1935 en 1939 écht voetballen.  Phida Wolff (1906-1998), de kroniekschrijver van de club, vereerde hem als de ‘beste trainer van het Nederlandse voetbal’. Met enige zin voor overdrijving, maar berustend op een grond van waarheid. In het werk van Dombi stak de gedachte van het totaalvoetbal. Techniek, pressie en positiespel, ziedaar de kernbegrippen van zijn filosofie: balcontrole in de kleinst mogelijke ruimte, de druk van de tegenstander trotserend. Oefening baart kunst, training met de bal. Dombi, geboren in Wenen als kind van joodse ouders, vertegenwoordigde de zogenaamde Donauschool. Hij maakte tijdens de Eerste Wereldoorlog deel uit van MTK Boedapest, het eerste continentale topelftal dat de voetbalgrenzen verlegde. Vanuit de leer van het Schotse passing game, via de befaamde leermeester Jimmy Hogan (1882-1974), geboren in de buurt van Manchester, als nazaat van Ierse inwijkelingen. Hij droeg dat Schotse ‘passing game’ uit naar Wenen en Boedapest, als artistieke antwoord op het fysieke Engelse kick and rush.

Samen met de liberale joodse visionair Hugo Meisl deed hij Wenen als voetbalstad ontwaken. Hogan stoffeerde Austria en het nationale elftal, das Wunderteam,  in de jaren dertig met zijn inzichten. Zijn passages langs het eveneens vrijdenkend-joodse MTK Boedapest (van 1917 tot 1925 negen landstitels) sloegen de brug naar de latere exploten van de ‘Magic Magyars’ van Puskas, Kocsics, Czibor en co. in de vroege jaren vijftig.

Dombi behoorde tot het uitgelezen spelersgezelschap van MTK en beschouwde Jimmy Hogan als zijn mentor. De Oostenrijkers en Hongaren voegden aan het Schotse genre – dat rond 1910 vooral door Celtic, toen geroemd als ‘the finest footballteam of the world’, in Centraal-Europa werd verspreid – de chic  van Wenen en Boedapest toe: de individuele actie, de elegantie, de onvoorspelbaarheid en het inzicht.

 

De kosmopolitische Dombi werd één van de voornaamste vertolkers van het virus van deze vrije voetbalstijl. Hij reisde tijdens het Interbellum als coach langs Uruguay – in die tijd Olympisch kampioen en nummer één van het wereldvoetbal – Berlijn (Hertha), Wenen (Vienna), Barcelona (FC) en München (1860 en Bayern). De als ‘wonderdokter’ – vanwege zijn medische inzichten – faam genietende globetrotter escorteerde Bayern naar een eerste landstitel in 1932 maar sloeg vervolgens op de vlucht voor de racistische jodenwetten van de nazi’s. Feyenoord zocht in 1935 bij hoogdringendheid een nieuwe trainer. Dombi geloofde in de uitdaging.

 

Drie jaar later stond Feyenoord aan de Nederlandse top: drie afdelingskampioenschappen, en twee landstitels. In het naslagwerk  Feyenoord Rotterdam 1908-2008, honderd jaar prijst spits Cor van der Gijp – historische topschutter met 177 goals in 233 duels, tussen 1956 en 1963 –Dombi de hemel in: ‘Hij was zijn tijd honderd jaar vooruit.’ Van der Gijp werd zelf ontdekt en gekneed bij het Dordrechtse EMMA door…Richard Dombi. In 1955-’56 keerde de Oostenrijker nog één jaar terug naar Feyenoord. Hij liet een jongen van achttien debuteren op de linkerflank. Zijn naam was Coen Moulijn, vanwege zijn onnavolgbare dribbelbeweging vergeleken met de beroemde Stanley Matthews. Vijftien jaar en vele successen later werd hij door meer dan 60000 supporters

uitgewuifd als ‘Mister Feyenoord’. Moulijn introduceerde het type van de Nederlandse ‘buitenspeler’ en was zelf van internationale klasse op deze positie.

 

Laten we dus even uitdagen: de oorsprong van het creatieve Hollandse balspel van de jaren zestig vinden we terug in de Kuip. De wortels van het totaalvoetbal stammen in wezen uit Rotterdam en dragen het handschrift van de immer mysterieuze Richard Dombi.

 

‘Wie heit er weer gool gescoord? Faaijenoord! Faaijenoord!’

Advertenties

Nelson Mandela blaast op 18 juli 2008 negentig kaarsjes uit.  Dat werd intussen gevierd met het benefietoptreden 46664 – een verwijzing naar zijn gevangenisnummer op het beruchte Robbeneiland – in het Londense Hyde Park. De opbrengst van het concert kwam ten goede aan initiatieven ter bestrijding van AIDS. Op 12 juli traden het Team Seedorf en het Team Ballack in München in de voetsporen van de muzikanten. Voor 30000 enthousiaste fans kruidden ze in de Allianz Arena hun voetbalspektakel met 15 doelpunten. Kunstenaars zoals Ali Campbell, frontman van de reggaeband UB 40 en de klassieke zangeres Keedie, vervoerden het publiek met hoogstaande muzikale performances.

Met Goal4Africa voert Clarence Seedorf actie ten voordele van de Nelson Mandela Foundation en de Peace and Sport Foundation. Sport linken aan vrede en opvoeding, het is een mogelijke remedie voor de vele kwalen van het gedesoriënteerde Zuid-Afrika.
De Regenboognatie heeft na de val van de apartheid, in het begin van de jaren negentig, de te hoge verwachtingen niet kunnen waarmaken. Het angstaanjagende AIDS-probleem is de gesel van het land. Het ontstond uit een combinatie van economische achterstelling, onverantwoorde mannelijke hufterigheid en het onwrikbare bijgeloof in nefaste culturele en religieuze tradities, waarbij condoomgebruik als ‘zondig’ wordt verworpen. Talrijke acties van sportverenigingen – onder meer van Manchester United – trachten de kwaal te bestrijden.
Naast AIDS vormt criminaliteit dé beproeving van Zuid-Afrika. Er is geen land, oorlogsgebieden uitgezonderd, met dergelijke hoge cijfers inzake misdaad en moord.
De organisatie van Clarence Seedorf heeft zich aangesloten bij Verenigde Naties en haar Milleniumdoelstellingen en bij het idee van de wereldvoetbalbond FIFA ‘Win in Africa with Africa’: sportbeleving als cruciaal onderdeel van de dagelijkse opvoeding. En verder: bestrijding van de armoede en geweld; ontwikkeling van de economie en van de sociale staatsstructuur. Een hele mond vol en bijgevolg: a mission impossible?
Wie weet: grote geesten uit het verleden van Zuid-Afrika ontdekten respectievelijk meer dan honderd en ruim dertig jaar geleden de ‘kracht van het voetbal’.

We vertellen twee verhaaltjes, terug in de tijd.

Bij het begin van de twintigste eeuw speelde de Indische gemeenschap in Zuid-Afrika een grensverleggende rol omtrent de evolutie van het edele balspel. Het was warempel de jonge Mahatma Ghandi, sinds 1893 in het land, die soccer een plaats gaf in zijn campagnes tegen rassendiscriminatie. Gandhi stichtte pacifistische groepen in Pretoria, Durban en Johannesburg. Hij begreep de propagandamogelijkheden van het voetbal en zette telkens een team op onder de naam Passive Resistance, vrij te vertalen als ‘geweldloze weerbaarheid’. Hij trok naar de stadions om tijdens wedstrijden het woord te voeren en demonstraties te organiseren. In 1903 verloor hij weliswaar de voorzittersverkiezingen van de South African Indian Football Association, de machtigste voetbalfederatie van dat ogenblik. Hij accepteerde op zijn beurt het woordvoerderschap en nam als advocaat de rechten van de voetballende Indiërs waar. Hij trachtte politici te beïnvloeden om zijn missie – emancipatie, teamwork, loyaliteit en gezondheid dankzij het voetbal – in het programma op te nemen. In 1906 bereikte hij zijn uur van glorie. Hij reisde met zijn club uit Transvaal per trein naar de finale van de Sam China Cup in Johannesburg. Ghandi betaalde tickets voor tweede klasse, desondanks werd het hele elftal in de wagons van derde categorie gedumpt. Gandhi sleurde de spoorwegen voor de rechtbank, kreeg na een scherp requisitoir het gelijk aan zijn zijde en riep zijn pleidooi uit tot een symbolische daad in de strijd om gerechtigheid: Till justice will be done!

Op 12 september 1977 stierf Steve Biko de marteldood. Zanger Peter Gabriel schreef met Biko een tedere protestsong over de man die de geweldloze opstand tegen de apartheid predikte. Een scène uit de bekroonde film Cry Freedom, over zijn leven en zijn vriendschap met de beroemde blanke journalist Donald Woods, toonde Biko op zijn best. Hij drijft er fijntjes de spot met Woods: ‘Je gaat naar een zwarte voetbalwedstrijd kijken. Het enige gevaar dat je bedreigt is dat je het vertrouwen verliest in het blanke voetbal.’ Biko hield zijn clandestiene meetings tijdens voetbalwedstrijden. Voor een bomvol stadion schalde zijn stem over het veld: ‘We moeten de zwarte gemeenschap zien te vervullen van de eigen trots.’ Die vond ze onder meer in het voetbal: Soccer is the king of the townships! In tegenstelling tot het blanke rugby drong de voetbalwereld steeds aan op gemengde activiteit. Zwarten en kleurlingen voerden op het einde van de jaren zestig hevige campagnes voor bespeelbare velden. Ze kregen enkel braakliggende stukjes grond in de townships, bezaaid met strandzand en stenen. Met als kookpunt der ludieke acties: ‘de ontvoering van de rugbydoelpalen in het stadion van Johannesburg.’  De zwarte fans scandeerden: ‘We deden het voor de zaak van ons volk en het voetbal. Apartheid krijgt ons niet klein.’
Vandaag is de hunker naar voetbal in de Zuidafrikaanse getto’s onveranderd gebleven.
Peter Gabriel zong ‘Oh Biko, Biko because Biko. Yihla Moya Yihla Moya. The man is dead.’ Zijn droom, én die van Ghandi, bleef springlevend. Geeft Clarence Seedorf met zijn Goal4Africa hem een nieuwe impuls?