Op 25 en 30 oktober kan het Nederlandse vrouwenelftal geschiedenis schrijven. Als in het dubbele duel de maat wordt genomen van Spanje, dan is de eerste kwalificatie voor een Europees Kampioenschap (2009, Finland) een feit. Intussen evolueert het vrouwenvoetbal in sneltreinvaart. De Duitse Steffi Jones, met Amerikaanse roots, slaat in opdracht van de FIFA het pad der vernieuwing in.

 

 

 

 

Steffi Jones (1972) is één van de beste Duitse internationals geweest. Ze stopte op haar vijfendertigste met voetballen, na 111 interlands. Met een korf vol prijzen: wereldkampioen in 2003, Europees kampioen in 1997, 2001 en 2005. Zes keer Duits en 1 keer Amerikaans kampioen, 4 keer bekerwinnaar en twee keer triomfator in de Uefacup.  Vandaag is ze gepromoveerd tot voorzitster van het Local Organisation Comittee van het Wereldkampioenschap Vrouwenvoetbal 2011 in Duitsland.

Dat wordt bijzonder ernstig genomen bij onze oosterburen. In die hoedanigheid reist Jones de planeet rond en heeft ze ontmoetingen op alle continenten, onder meer met de Chileense progressieve presidente Michelle Bachelet.

Onlangs ontving ze in Duitsland het nationale vrouwenvoetbalteam uit Rwanda, in het kader van een oefenstage bij de Deutscher Fussballbond, vriendschappelijke wedstrijden en een culturele uitwisseling. Jones sprak in haar toespraak: ‘Voetbal speelt een belangrijke rol in het verwerken van het pijnlijke verleden van Rwanda. Enkele jaren geleden was een normale voetbalwedstrijd nog onmogelijk in het land. De speelsters van het nationale team zijn rolmodellen voor de jongeren.’

 

 

 

 

Unicef maakte haar warm voor haar boodschap en ze aanvaardde in 2006 het boegbeeldschap van ‘Fussball für Tolerance’.

In haar biografie Der Kick des Lebens (Fischer Taschenbuch Verlag) omschrijft ze voetbal als ‘die Entdeckung meines Lebens’. Het hielp haar de moeilijkheden van haar jeugd te vergeten. Ze was een kind van de blonde Liselotte uit Frankfurt en de zwarte Ray Jones, een Amerikaanse soldaat in Duitsland. Het huwelijksgeluk duurde niet lang: ‘Mutter musste schnell lernen, dass Vater die Monogamie nicht erfunden hatte.’ Ray zocht zelfs buitenechtelijk vertier terwijl Liselotte met Steffi in het kraambed vertoefde. Moeder Jones kende geen geluk met mannen. Haar eerste liefde, ook een Amerikaan, schonk haar een zoon voor ze meerderjarig was. Enkele uren voor het verlovingsfeest biechtte die op dat hij reeds een relatie in de Verenigde Staten had. Hij verdween naar de oorlog in Vietnam en keerde pas vier jaar later terug. Hij verwerkte de oorlogstrauma’s niet, raakte verslaafd aan de drugs en werd ontslagen door het Amerikaanse leger. Steffi’s halfbroer Christian geraakte tijdens zijn puberteit op zijn beurt in de problemen met drugs en kwam als jongere voortdurend in aanraking met het gerecht. Hij leefde op de straat en belandde in de jeugdgevangenis en instellingen. Vader Ray verliet voor haar zesde vrouw en kind. Liselotte stond alleen in voor de opvoeding. Even dreigde Steffi te ontsporen, met het slechte voorbeeld van broer Christian voor ogen. Ze werd op haar elfde betrapt op winkeldiefstallen. Dan ‘ontdekte’ ze het straatvoetbal. Ze speelde, als enige meisje, met jongens op de pleintjes in één van de moeilijkste wijken van Frankfurt. Omdat haar ouders een gemengd huwelijk hadden, werden ze een sociale huurwoning geweigerd. Moeder Jones verzette zich aanvankelijk hevig tegen de voetbalplannen van haar dochter maar deze volgde koppig haar wil. Ze sloot op jeugdige leeftijd aan bij de vrouwenafdeling van voetbalclub Praunheim en stootte snel door naar de topclubs uit Frankfurt,  FSV en FFC. Op school werd Steffi geregeld het slachtoffer van racistische pesterijen. De ellende hield niet op: haar jongere broer Franky werd in 2006 onder de wapens geroepen voor de oorlog in Irak. Hij keerde terug met zware verwondingen en verloor zijn beide benen.

‘Meine Mutter wurde plötzlich zornig: Dieser George Bush! Wenn ich könnte, wurde ich ihn…’  Het verhaal van Steffi Jones is fascinerend. Voetbal heeft haar een levensdoel gegeven: ‘Meine Beine hatten mich herausgetragen aus dem Frankfurter Problemviertel Bonames, aus der Perspektivlosigkeit.’

Vandaag is Steffi Jones één van de markantste persoonlijkheden in de wereld van het vrouwenvoetbal. Ze boort daarin nieuwe aders aan en combineert het sociale verhaal met het commerciële en het sportieve.

Advertenties

Van 16 tot 28 oktober loopt de vijftiende uitgave van de actie Kick Racism out of Football! Met deelname van alle 92 Engelse profclubs worden meer dan 1000 plaatselijke evenementen gelanceerd.

 

Ik bezocht twee jaar geleden de People United Day van de kleinste club van Greater Manchester: FC United.

 

 

 

Het is het shirt! De magie straalt ervan af! FC United of Manchester verschijnt onder luid gejuich in de shirts van 1968 op het veld! Dé shirts: deftig rood, met een conventionele witte boord. Van hét elftal van de sixties. Dit is het feest van de herkenning en van de verheerlijking van het verleden. We all love George Best! We all love Denis Law! We all love Bobby Charlton! We all love Matt Busby! En toch: hier proef ik het nieuwe bloed. Hier waait de frisse wind, al is het een herfstbries die het aftandse stadionnetje toch een aangenaam kleurenpalet van vallende bladeren geeft. Het is 2 november 2006 en People United Day bij de FC United of Manchester, gebaard in de schoot van de machtige Manchester United Supporters Trust, met zijn 30.000 leden de grootste democratische supportersbeweging ter wereld. FC United is een prematuurtje, een te vroeg geboren kind. De bevalling verloopt niet zonder pijn en nervositeit. De overname van Manchester United door het Amerikaanse sportmarketingbedrijf van Malcolm Glazer in de lente van 2005 zaait tweedracht, verstomming en vertwijfeling. Er worden harde noten gekraakt en oude, innige vriendschapsbanden vertonen kwalijke en niet meer te lijmen barsten.

Drie maand later staat FC United in de steigers. De jongens en meisjes van de barricades benoemen zichzelf tot members of the board van een club op het allerlaagste niveau van het échte Engelse voetballeven. A matter of true love! Voor hen is het een nieuwe liefde, die de oude vlam voor het grote Manchester United weliswaar niet helemaal heeft doen uitdoven maar toch naar een donkere kamer van het geheugen verdringt. Ze zijn fier op deze oorspronkelijke gemeenschap, die open staat for those who are exclused from Premier League Football. Ze doen een warme oproep: Get into a Game! Watch a Match! Het gebeurt massaal! De ambiance bruist voor en tijdens het spektakel. Gemiddeld zakken meer dan 3000 roodwitte fans af naar de in blauw en geel geschilderde thuishaven van FC Bury, een voorstadje op een half uurtje trammen van Manchester.

 

Hier ontkiemt een kwetsbare bloem. Dit is de voorhoede van een verkwikkende culturele onderstroom in het voetbal: supporters direct! De Manchester United Supporters Trust debiteert: ‘The supporters, not the absentee investors, are our club’s lifeblood. It’s our support, our passion and indeed our funds that propel the club. FC United is an alternative. It’s about football at three o’clock on a Saturday afternoon and standing with your mates on a price you can afford.’

 

Op de People United Day swingt het publiek. De lege staantribune laat zich opsieren met kleurrijke banieren: I don’t have to sell my soul; Hasta la victoria siempre (met hoofd van Che Guevara); FC United Passion, Many Different Colours, One Beautiful Game; United Against Racism; Show Racism the Red Card. Honderden kinderen uit naburige scholen, maar ook van een asielcentrum, trekken met zelfgemaakte posters en tekeningen zingend en wuivend rond het veld. De eretribune is gul met applaus, de Kopstand scandeert minutenlang spontaan People United!

De spelers warmen zich op in truitjes met dezelfde tekst.

FC United of Manchester heeft meer dan 1000 vrijkaarten aan 400 scholen, sociale verenigingen en culturele organisaties uitgedeeld en de dag wordt georganiseerd in samenwerking met de plaatselijke Council for Race Equality. Muziekbands, theatergroepen en dansacts zorgen voor de omkadering. De dag is uiteindelijk in handen van de hele gemeenschap.

 

We love United, we do! De kinderen van de asielzoekers verbroederen met de harde kern. De song suist door mijn oren. FC United wil de beeldvorming van asielzoekers verbeteren. Het optimistische festival eindigt met een pakkend slotwoord: ‘Dit zijn moeilijke tijden voor hen die geregistreerd staan als asielzoekers en vluchtelingen. We worden elke dag met zware problemen geconfronteerd: geen geld, geen werk, geen huis. Voetbal is het enige ding dat ons samenbrengt en ons eenheid schenkt.’

 

FC United of Manchester bewijst dat zelfs de meest kleinschalige club kan meedoen aan de jaarlijkse Kick Racism out of Footballcampagne.

Ik koop mezelf een 68-shirt aan het stalletje van FC United, van de magnificent number seven George Best, de held uit mijn jeugd.

Door mijn hoofd klinkt een versregel van Van Morrison: Too long in exile, just like George Best baby. Kom terug George, naar FC United of Manchester!