Een scene bij Deportivo-Feyenoord: briesende Feyenoorders breken in La Coruna tientallen stadionstoeltjes af. Bij Hamburger SV –Ajax zetten keetschoppende Ajacieden de stad op stelten. Op hetzelfde moment lokken in De Grolsch Veste de supporters van Schalke 04 de aarzelende spelers van FC Twente naar zich toe. Ze brengen er op een vrolijke en sfeervolle wijze hulde aan de overwinning van de tegenstander. Een wereld van verschil met de Nederlandse zwijnerijen in het buitenland, maar die valt niet uit de lucht. Schalke 04 heeft er jaren aan gewerkt. Ik bezocht de club in mei 2001,  twee weken voor het slot van het zo tragisch verlopen seizoen. In de laatste seconde verloor Schalke alsnog het kampioenschap aan Bayern München.

 

 

De weg naar het Parkstadion vertelt een verhelderend verhaal. Gelsenkirchen was de stad met duizend fabrieksvuren, met Schalke als middelpunt en de mijnwerker als held: der Bergmann ist der Held der Arbeit in die Stadt mit tausend Feuer.

Het is een fascinerende wandeling door de geschiedenis. Het panorama verklaart de historische verwevenheid tussen fans en club: een broederschap van arbeid, armoede, solidariteit en voetbal. De lucht ligt bezaaid met schoorstenen en rookslierten. Verloederde mijnschachten verraden een stervend bekken, dichtklonterende aders en meer dan twintig procent werkloosheid. Het oude steenkoolkarretje aan het Schalkecomplex met het opschrift Glück auf Bergwerk typeert in één begrip de hele geschiedenis van de club. Schalke 04, der Mythos. Een religie voor de fans, zo schetst historicus Georg Röwekamp in één van zijn vele boeken. Zestigduizend toeschouwers voor duels in tweede afdeling. ‘Twee decennia terug kampte ook Schalke hardnekkig met een hooligancomplex’, vertelt de woordvoerder van het Fan Initiative: ‘Wilde vechtpartijen, oerwoudgeluiden en Hitlergroeten verspreidden zich als een virus. We hebben ons methodisch afgezet, in nauwe samenwerking met de club. Rechts-radicalen worden door Schalke van de ledenlijst geschrapt.’

 

Ik bezoek de beroemde Nord Kurve, van oudsher het kloppend hart van het supportersheir van Schalke. Op deze staantribune verzamelen zich de 15000 blauwe ultra’s. Het is een goedaardig gezelschap van overjarige hippies en jonge meisjes uit de sfeer van de Neue Welle. Tijdens de opwarming van de spelers klinkt melodieuze hardrock. De Nordkurve begint mee te swingen met vlaggen, sjaals en sweaters. Wir sind das Ruhrgebit, die rote Erde die uns glücklich macht lees ik op een T-shirt en op een ander staat Der Kamp geht weiter, waaronder een Schalke-voetbalschoen een hakenkruis vertrappelt. De Nordkurve zet de apotheose in naar het startsein van de wedstrijd. Steh auf, wenn du für Schalke bist, schelt het en de wave wentelt door het stadion. Dan klinkt het legendarische clublied Blau und Weiss, wie lieb ich dich uit 1924, gezongen met volle overgave, borst vooruit en de hand op het hart. Waarna Whatever you want van Status Quo de tent in brand steekt.

 

 

Ik ontmoet Michael Burke, destijds de rechterhand van de directeur. Hij vertelde over het ‘familiegevoel’ van Schalke: ‘De trouw van de fans is onmeetbaar. We ontvangen post met de meest uiteenlopende vragen. Ik heb mijn huis, lief of job verloren: help mij! We beantwoorden alle brieven en spelen vervolgens een bemiddelende rol. Schalke wil sociale en psychologische zorg bieden aan zijn mensen. De band tussen onze fans gaat terug op de traditie van de Kumpels. Mijnwerkers moesten elkaar letterlijk helpen om te overleven. Dat is zo gebleven in het stadion. Het Schalkegevoel is een geloof, dat zijn oorsprong heeft onder de grond. De mensen zoeken de zin van hun leven niet meer in de kerk maar wel in het voetbalstadion.’ Voor de supporters is Schalke 04 de thuishaven, een houvast in een onveilige wereld. In het stadion beleven zij hun momentum dat sterk lijkt op een godsdienstige belevenis. Schalke is een sociale beweging met een religieus oergevoel.

 

 

De Nordkurve leeft. Schalke is er een gedachte: je bent vrij van geest. Je ziet er in de haartooi en de klederdracht alle kleuren van de regenboog. Na afloop van de dramatisch verspeelde landstitel vallen op de tribunes een radeloze trainer Huub Stevens en manager Rudolf Assauer in de armen van wenende supporters. Iedereen is er intensief zichzelf en tegelijk toch: samen Schalke zijn!

 

Van 1 tot 7 december 2008 nemen Nederland en België in Melbourne deel aan de vijfde editie van de Homeless World Cup. De droom van stichter Mel Young wordt werkelijkheid. Het lijkt een modern sprookje. Is dit een nieuwe Canterbury Tale?

 

Ruim vijf jaar geleden slenterde ik door de prachtige historische binnenstad van Canterbury. Ik was op zoek naar het hoofd van Sir Thomas More, in de St. Dunstan’s Church. More schreef in 1516 het boek Utopia, schopte het tot raadgever van Hendrik VIII maar de bloeddorstige Engelse koning bedacht een geintje om hem, na talrijke meningsverschillen, op 6 juli 1535 in de London Tower te onthoofden. Mores vriend Erasmus droeg zijn Lof der Zotheid – waarin de dwaasheden van de machthebbers worden gehekeld – al in 1511 aan hem op. De legende wil dat het hoofd van More door zijn dochter naar Canterbury werd gesmokkeld. Ik ging dus op zoek naar de kop, nou ja, van één van de grootste pleitbezorgers voor het ‘verbeteren van de wereld’ uit de geschiedenis. Lanterfantend door de stemmige steegjes botste ik op een venter van het blad The Big Issue. Het aanstekelijk enthousiasme van de man beviel me en ik liet me met gespeelde tegenzin een exemplaar aansmeren. Hij vertelde over dit unieke persproject voor daklozen, waarmee elke verkoper per nummer enkele shillingen kon beuren. Goed voor het zelfvertrouwen, onder het motto ‘A hand up, not a hand out!’.

 

 

De aanschaf van de krant schonk mij een alibi om de pub in te duiken en mijn nieuwsgierigheid voor het zonderlinge en dwarsliggende fenomeen was gewekt. Ik zou me later verdiepen in het werk van inspirator en stichter Mel Young. De gloedvolle Schot organiseerde een congres voor ‘straatkranten’ in Kaapstad en bedacht, ongetwijfeld bij het nuttigen van een Malt, met enkele geestesgenoten op een Zuidafrikaanse strand het concept van de ‘Homeless World Cup’. Vanuit het idee van ‘voetbal als universele taal’. Het eerste Wereldkampioenschap zag het levenslicht in 2003. Het Oostenrijke Graz zette de poorten open voor de daklozen, in de slipstream van haar titel van Europese Culturele Hoofdstad. Terugblikkend in zijn boek Goal, the story of the Homeless World Cup vertelt Young dat het WK zich richt op mensen die volledig uit de boot zijn gevallen. Het algemene oordeel van de gemeenschap klinkt bikkelhard: eigen schuld, dikke bult!  Dat zal hem worst wezen: ‘De Homeless World Cup schenkt kansen en doorbreekt de isolatie. Street Soccer is een spel met een hoge gezelligheidsfactor. De kern van de zaak: wanneer de match begint, vergeet men zijn ellende. We liepen spontane ererondes en voetballers uit de hele wereld omarmden elkaar en vierden feest met elkaar. En onze boodschap klonk uit alle monden: tonen aan de wereld dat daklozen geen buitenstaanders zijn!’ De vonk van het enthousiasme slaat telkens over naar het stadscentrum, ook in Melbourne is het straks drummen bij de party time.

 

ericcantonamellyoung

 

Mel Young verzamelde getuigenissen van deelnemers die met zelfmoordneigingen worstelden: ‘Ik heb nooit een dergelijke ervaring beleefd. Ik zal gelukkig huiswaarts keren want op het WK kreeg ik applaus. Men gaf mij het gevoel een echte mens te zijn.’

 

De Homeless World Cup verstoorde de vooroordelen over de daklozen. Een Amerikaanse deelnemer verwoordde het gevat: ‘We destroyed the stereotype! We were cool!’

De initiatiefnemer ergert zich aan de verstikkende mediatendens om alles in statistieken te vatten. Zijn uitgangspunt is het doorbreken van de depressie bij de individuele mens: ‘Het ontwikkelen van een moment van geluk en nieuw perspectief is het belangrijkste.’ Wie toch met harde cijfers om de oren wil geslagen worden: 90% van de deelnemers spreekt over een grondige verbetering in hun leven. Op alle terreinen: zelfvertrouwen, eigenwaarde, woonsituatie, werkervaring en familiebinding.

 

Bijna 40% vond intussen geregeld een job, een enkeling vatte een studie aan en een paar spelers versierden zelfs een contract van semiprof. Zo’n 46% van de participanten vond letterlijk onderdak en 34% neemt deel aan cursussen voor opleidingen en herscholing. Bijna 1 op 3 pakte zijn verslaving – alcohol of drugs – aan. De steun van Manchester United, geregeld de commerciële nummer één van de wereld, bracht de zaak in een stroomversnelling. Sterspeler Rio Ferdinand schreef het woord vooraf van het boek en coach Alex Ferguson nodigde de Engelse selectie uit op het trainingscentrum Carrington. Hij stuurde in 2005 twee medewerkers als ‘bondscoach’ mee en zijn instructies brachten Engeland wereldgoud. Eric Cantona, de voormalige vedette van Old Trafford, bezocht als ‘ambassadeur’ de editie van 2007 en riep de spelers op te voetballen volgens de regels van de kunst der Joga Bonita, lees: play beautiful.

 

Mel Young is een kind van de Schotse school: passion and passing game. Hij is een believer: ‘We bewezen dat sport de basis kan leggen voor sociale integratie. Onze voetbaltoernooien hebben het leven van de deelnemers ingrijpend veranderd. Daarom moeten we investeren in infrastructuur in alle grote steden en landen. Leve de straatkampioenschappen. Viva football. Kick of Homelessness!

Young heeft een gezonde slag van de molen beet en geproefd van de ‘lof der zotheid’, zoveel is zeker. Het is tijd voor een nieuwe Canterbury Tale. Ik ben blij dat ik de kroeg boven de kerk verkoos.