RAF WILLEMS: SOS derby der lage landen! Een kinderdorp is gauw gevuld.

februari 9, 2009

„Het is 7 april 1968. Ik ben acht jaar. De televisie is nog geen gemeengoed in Vlaanderen. Mijn vader heeft, als handige doe het zelver, een toestel van a tot z in elkaar geknutseld. Rond het scherm wordt een houten bak geplaatst. We zoeken naar Holland-België. De halve buurt kijkt mee. Het zwartwitte beeld is voortdurend ondergesneeuwd. Vader is een televisiepiraat en betaalt geen kijk- en luistergeld. Toch horen we hoe Rik De Sadeleer met overslaand enthousiasme in de 59 ste minuut het doelpunt van Johan Devrindt toejuicht. België verslaat Nederland met 1-2. Het is feest in de straat. ‘Dat hebben we die kaaskoppen goed gelapt.’ Sigarendoos en whisky gaan rond. Achteraan in de tuin lurken de bengels van de buurt aan hun eerste sigaretje. Ik sluit mijn eerste Derby der Lage Landen winnend af. Met een zege in Amsterdam nog wel, het zal mij de rest van mijn leven niet meer overkomen. Het voetbal zal mij de volgende maanden opslorpen. In mei 1968 beleef ik mijn eerste cultuurshock. Ik zie hoe George Best zich met Manchester United de legende indribbelt en de Europacup der Landskampioenen streelt. Een week later steekt Raoul Lambert namens Club Brugge de Belgische beker de hoogte in. George Best en Raoul Lambert, ze zullen mijn twee idolen voor het volgende decennium worden. Een wereld van uitersten. Best wordt de vijfde Beatle genoemd wegens zijn treffende gelijkenis. Hij is de eerste die de rock’n roll en de sixties style in het voetbal brengt. Raoul Lambert is het brave Brugse boegbeeld en zal tot bij zijn afscheid in 1980 elk spoor van de tijdgeest aan zich voorbij laten gaan. Mijn licht gecompliceerde persoonlijkheid staat me dan al toe om intuïtief mijn waardering te uiten voor zowel de bescheiden-werkmens-in-dienst-van-de-gemeenschap Lambert als voor de individualistische non-conformist Best.

Ik dompel me volledig onder in het wereldvoetbalbad.  Ik ontdek de rijkdom van het arte de futbol: het Beautiful Team van Pelé, Jairzinho, Carlos Alberto, Gerson, Tostao en Rivellino. Wereldkampioen Brazilië 1970: voetbal uit stand, in slow-motion, witte en zwarte benen die de bal ongrijpbaar rondspelen. De Seleçao Caraninha, een voetbal-fata-morgana van gratie en grandeur. Is dit werkelijk gebeurd? ‘Het enige team dat ons voetbal heeft benaderd,’ doceert Pelé later, ‘is het Oranje van Cruijff in 1974.’ Precies dat Oranje van Cruijff frustreert de Duivels enorm. In vergelijking met de zelfbewuste Nederlanders zijn de bange Belgen ‘brave broeders’. En toch, en toch! Op een autoloze zondag in de herfst van 1973 draait Kazakov ‘zijn kazak’, zegt men bij ons. Hij keurt een geldig doelpunt van Jan Verheyen onterecht af. België blijft steken op 0-0. Mijn ontgoocheling ruimt snel baan voor twijfel. Sympathie voor Oranje steek zowaar de kop op. Ik bewonder Willem van Hanegem, zijn kromme ballen en aantrekkelijke arrogantie. Ajax, Amsterdam, avontuur, sexy voetbal, hippielook. Het doet me als Kempische puber verlangen naar meer. Ik lig dan al in de knoop met mezelf en hoop vurig dat Oranje wereldkampioen wordt. Ik kies voor lang haar en baard, steun Bloed aan de Paal, de actie van Bram Vermeulen en Freek de Jonge tegen de Mundial 1978 van de muffe militairen in Argentinië en luister diep geroerd naar de verhalen over de Dwaze Moeders. Ik voer mijn eigen strijd tegen de commercie in het voetbal. Ik opteer voor de gebleekte, zelf afgeknipte en dus uitgerafelde jeans als eigentijdse keepersbroek en wijs de mooie zwarte uitrusting die de sponsor van ons zaalvoetbalploegje mij aanbiedt stuntelig af. Mijn doelmannencarrière eindigt op de laagste trede van het Vlaamse cafévoetbal, maar ik denk wel dat ik Cruijff imiteer. Die eiste ook Puma in plaats van Adidas of speelde niet. Johan Cruijff gaf de richting aan van het professionalisme. Bij ons hadden ze er amper van gehoord. Het leek allemaal zeer vooruitstrevend, vernieuwingsgezind en modieus. Oranje beheerste in de jaren zeventig het wereldvoetbal, de Belgen schreven slechts voetnoten in de geschiedenis. In de luwte bouwde een bescheiden diplomaat aan een nieuw team. Guy Thys zal uitgroeien tot ‘the grand old man’ van het Belgische voetbal. De jaren tachtig waren voor zijn Rode Duivels. Eric Gerets, Luc Millecamps, Jan Ceulemans, Walter Meeuws en René Vandereycken, mannen met stoppelbaarden. Tough guys met veel voetbalverstand. Jack Daniels en Zino Davidoff zijn steeds in de buurt. Ik identificeerde me er graag mee. Belgen zijn op hun best als ze hun zin mogen doen. Tegen alle conventies in. De Belgische voetballer overleeft in een sfeer van valse nonchalance. Met whisky, sigaar en stoppelbaard komt het wel weer goed met het vaderland.’

 

Deze inleiding schreef ik in 2000, als mede-auteur met Matty Verkamman- in het boek ‘Rode Duivels & Oranje Leeuwen, 100 jaar Derby der Lage Landen’.

Dit alles maar om te zeggen dat er intussen 124 Derby’s tussen België en Nederland zijn gespeeld. Mijn pleidooi is om als de bliksem jubileumnummer 125 te organiseren en er een jaarlijkse gebeurtenis van te maken. Wie zit er te wachten op oefeninterlands als Nederland-Australië op België-Slovenië? Dus lanceer ik een SOS-oproep ten voordele van de Derby der Lage Landen. Ik pleit, in het kader van de nieuwe zingeving rond het spel om de bal, graag ten voordele van een ‘ goed doel’. Een Kinderdorp in Afrika, Azië of Latijns-Amerika is gauw gevuld. En vooral: mijn gevoel zegt dat de Rode Duivels – Dembélé, Dembélé – winnend zullen toeslaan! Wat denken jullie, beste Hollandse voetbalvrienden?

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: