Op 1 april speelt het Nederlands Elftal een belangrijke kwalificatiewedstrijd voor het WK van 2010 tegen Macedonië. Het land werd onafhankelijk in 1991, na het uiteenvallen van Joegoslavië. In de Balkan woedde in die periode een burgeroorlog, met nationalistische en religieuze haatcampagnes. De Deen Anders Levinsen voelde als waarnemer van de Verenigde Naties de tragedie aan den lijve aan. Hij won als voetballer in 1982 met Boldklubben 1893 Kopenhagen de Deense cup. In 1998 startte hij met een uniek initiatief: Open Fun Football Schools (OFSS), Cross Cultures!  Ik ontmoet hem in een Brussels pizzarestaurant aan de overkant van het Europees Parlement, nadat we eerder luisterden naar een toespraak van Uefapresident Michel Platini.

Levinsen is een geestdriftige verteller. Hij gelooft in de universele taal van de bal en staaft zijn levensmissie – hij is intussen directeur – met harde feiten uit het Cross Cultures Project Association Report 2007. Die leren dat tussen 1998 en 2007 over de hele Balkan 563 ‘voetbalscholen’ werden opgezet met 115884 deelnemende kinderen. Macedonië is een actieve participant met 135 projecten en 27495 voetballende jongens en meisjes, de genderverhouding is 1 op 2. Tot zover de cijfers, laten we iets leren van de ‘filosofie’ van de OFFS. Levinsen tekent een intrigerende verhaallijn. Hij verwijst naar de conclusie van een professor geschiedenis in Bosnië-Herzegovina, die zijn concept van ‘openheid, educatie, voetbal & ambiance’ onderzocht: ‘Vandaag is de Open Fun Football School de enige plaats in dit land waar kinderen van om het even welke achtergrond elkaar zonder problemen ontmoeten.’ 

 

offs

 

De OFFS vertrekt vanuit traumatische oorlogservaringen en tracht via sportieve samenwerking het wantrouwen, de angst en de haat weg te nemen bij mensen die ooit zonder problemen met elkaar leefden. Levinsen haalt als mooiste herinnering een story uit Srebrenica op. Hij diept zijn dagboek op: 

‘We schrijven december 1999. Meer dan 400 kinderen zullen elkaar ontmoeten in een Fun Football Festival. Onder hen zijn er zestig van moslimafkomst. De meeste moslimkinderen werden ‘etnisch gescheiden’ tijdens de exodus van 1995. Vandaag zitten verschillende moslimkinderen – meisjes en jongens – op de bus met kinderen uit het nabije stadje Pale, de hoofdstad van Bosnische Serviërs tijdens de burgeroorlog. Vanuit Pale organiseerden zij de etnische zuivering. Vier jaar later reizen kinderen met een moslim- en een Bosnisch-Servische achtergrond dus samen in dezelfde bus naar een voetbalwedstrijd. Niemand hield het voor mogelijk. Het is de eerste maal sinds het einde van de burgeroorlog dat moslimkinderen in deze stad zijn. Meer, het is het eerste multi-etnisch evenement dat sinds de moordpartij in Srebrenica zal doorgaan.’

 

Ik hoor het op het sportveld van de school in Srebrenica de eerste nieuwsgierige toeschouwers binnen druppelen, samen met lokale kinderen die participeren aan de dag.

 

Anders Levinsen hield zijn hart vast toen de bus arriveerde. Hij leest opnieuw voor uit zijn dagboek: ‘Als de moslimkinderen uit de bus stappen, ontvangen ze een spontaan applaus van de lokale kinderen van Bosnisch-Servische achtergrond en van de 300 toeschouwers. Deze reactie was niet geregistreerd. Vele mensen barsten in tranen uit. De kinderen worden door elkaar in groepen verdeeld en binnen de kortste keren gaan ze allen in het voetbal en de animatie op. De sfeer is fantastisch. Ze vergeten de omstandigheden. Er wordt gesport op het ritme van de muziek. De vroegere ‘vijanden’ amuseren zich samen, lachen en geven elkaar de ‘high-five’. Als ware het de meest gewone zaak ter wereld. Maar dat is het niet. Op de achtergrond getuigt de kapot gebombardeerde school van de wrede oorlogsgebeurtenissen. Heden en verleden schuiven in elkaar. Geruisloos, geweldloos.’

 

 

 

De Open Fun Football Schools verzetten zich tegen elke vorm van segregatie. Anders Levenson gooit  alles door elkaar! Hij windt er geen doekjes om:  ‘Gemengde teams, letterlijk en figuurlijk! Goede en slechte spelers in dezelfde ploeg, gekleurd en blank, jongens en meisjes, moslim, christen en vrijzinnig. Er wordt niet gediscussieerd over wat allemaal fout is gegaan in het verleden. Het voetbal als vredesbrenger, als ontmoetingsplaats voor jongeren en ouderen van verschillende etnische en sociale groepen. Ondanks het innerlijke wantrouwen en de mentale grenzen die bij de meeste deelnemers onzichtbaar aanwezig zijn. De filosofie van voetbal als the good game doorprikt de oude tegenstellingen en bouwt een nieuwe identiteit op, die van een positief wij-gevoel. Het raakt mensen op een wijze die hen hun religieuze of etnische achtergrond doet vergeten en dynamische energie bezorgt. Begeleiders en coaches die enkele jaren geleden elkaar nog achter de frontlinies beschoten en naar het leven stonden, werken vandaag samen voor hun kinderen.’

Na ons gesprek spoedt hij zich naar de luchthaven. Hij vertrok die ochtend om 4 uur uit Kopenhagen. Om 20 uur zal hij ‘s avonds op het veld staan, als trainer van zijn amateurclubje. De methode van Anders Levinsen werpt elke dag zijn vruchten af in de Balkan, van Kroatië tot Macedonië, als ware het een voetbalgod der kleine dingen.

Advertenties

Ajax treedt in de achtste finale van de Uefacup op 12 en 19 maart aan tegen Olympique Marseille. Na PSV en FC Twente bezoeken de Amsterdammers als derde Nederlandse club het Stade Velodrome. De fans van l’OM zorgen er voor een onwezenlijke sfeer en behoren tegenwoordig tot de beste van Europa.

28 mei 1993. Olympique Marseille-AC Milan 1-0, Europacup der Landskampioenen. Zakenman-voorzitter Bernard Tapie steekt de Cup triomferend in de lucht. Maar na le jour du victoire dook onmiddellijk het spookbeeld van de nachtmerrie op toen amper een maand later bleek dat de hele constructie l’OM-Tapie niet meer was dan een luchtkasteel gebaseerd op financiële corruptie en omkoopschandalen.

In het essay Allez l’OM! Allez Tapie? Fussball und Politik und Südfrankreich onthullen de Duitse onderzoekers Werner Krauss en Martin Döring het fenomeen. De vuistregel bij uitstek van de sport vormde de basis voor de economische ideologie van Bernard Tapie: gagner, zij het tot elke prijs. Tussen 1986 en 1991 pompte hij 300 miljoen toenmalige Franse franken (60 miljoen Euro) in het naar adem snakkende OM, de laatste trots van het door werkloosheid gehavende grootste havenstad van Frankrijk. De geliefde schurk – desgevraagd beweerde een meerderheid van de Franse vrouwen te hunkeren naar een bedscène met Nanard – opende opnieuw zijn goocheldoos maar dat zou niet beletten dat hij uiteindelijk toch in de gevangenis belandde.

Tapie bleek uiteindelijk een trendsetter. Zijn opvolger als grootste aandeelhouder Robert-Louis Dreyfus, destijds topman van Adidas, en trainer Roland Courbis belandden na zwendel met transfers van onder meer Dugarry, Blanc en Ravanelli en illegale vergoedingen voor een bedrag van 28 miljoen euro op hun beurt in de beklaagdenbank. Het wanbeleid stapelde de blunders op: licentieproblemen, vechten tegen de degradatie en dreigend bankroet. Ondanks twee verloren finales in de Uefacup van 1999 (AC Parma 3-0) en 2004 (CF Valencia 2-0). De door het publiek beschimpte Dreyfus legde rondom de 250 miljoen euro op tafel om de club van de ellende te redden maar dit ging te gretig gepaard met het aftasten van de wettelijke grenzen. De Zwitserse zakenman liep in 2006 tegen de lamp. De rechtbank sprak een duidelijke straf uit: drie jaar met uitstel en 350000 euro boete, het maximum in Frankrijk voor misbruik van gemeenschapsmiddelen. Dreyfus bleef tot op het naïeve af ontkennen. Roland Courbis werd voor twee jaar de nor ingedraaid, waarvan één jaar effectief. Onder meer voor het innen van 650000 euro op een Zwitserse rekening.

In 2005 werd het roer helemaal omgegooid. De voormalige Senegalese journalist en spelersagent Pape Diouf dwong de weg naar het presidentschap af. Marseille is de eerste club in Europa met een Afrikaan aan het hoofd. Diouf begon met een zuivere lei en bande de financiële schermutselingen naar de achtergrond. Bij de supporters maakte hij zich onsterfelijk nadat hij in 2006 het tweede team naar Parijs stuurde. Omdat de thuisploeg geen adequate beveiliging aanbood voor het supportersvak van l’OM. Het duel met Paris Saint-Germain (PSG) is de Franse voetbalklassieker – le Clasico – van de haat. Alle emoties drijven boven: hoofdstad contra havenstad, maar vooral racisme (PSG) versus veelkleurigheid (l’OM). Volgens het boek ‘OM/PSG – Les meilleurs ennemis’ wordt de Parijse ‘Kop de Boulogne’ door neonazi’s gedomineerd. De skinheads viseerden op het einde van de jaren tachtig ook de staantribunes van het Stade Vélodrome maar ze werden verdreven door het ‘Commando Ultra’ en de ‘South Winners’. Daar hangen vandaag metershoge vaandels van Che Guevara. De fans zijn tegenwoordig de grote kracht van Olympique Marseille. OM, c’est Marseille. De stad ademt de club, de kleuren zijn prominent aanwezig. De ethnoloog Christian Bromberger getuigt aan het Oostenrijkse voetbalmagazine Ballesterer hoe de mentaliteit het jongste decennium helemaal is gekeerd: ‘Vandaag is het Stade Vélodrome een smeltkroes. OM is de thuishaven voor alle inwoners van de stad, ongeacht hun huidskleur, religie of afkomst. De club vormt het sociale cement van Marseille. Overal zie je blauwwitte stickers met J’aime OM.

Zowel voor de generatie Italiaanse migranten van de jaren vijftig als voor de zogenaamde Beurs – mensen uit de Maghreb – is OM een onderdeel van de zin van het leven. In tegenstelling tot de jaren tachtig is het racisme taboe geworden in het stadion. De atmosfeer is onwezenlijk met prachtige choreografieën en Bengaals vuurwerk.’

Het Stade Vélodrome is als een vulkaan. Met gevaarlijke uitbarstingen. Het vuur brandt hevig. Stroomt de lava weldra opnieuw over?