Voetbal, muziek en mensenrechten.

Op 30 juni 2009 opende U2 in Camp Nou, Barcelona, zijn wereldtournee 360°. Tijdens het hoogtepunt van de show zong Bono One in het shirt van Barça, meer bepaald het nummer 1 van coach Pep Guardiola. Met het logo van Unicef op de borst. One behandelt het thema van de liefde die pijn doet en van de noodzaak tot universeel samenleven: ‘You got to do what you should. One life, with each other. Sisters, brothers, one life but we’re not the same’. Celticfan Bono boorde in Barcelona een diepere dimensie aan: football, music & human rights. Het is de sprekende symboliek voor een nieuw tijdperk.

One van U2 in Camp Nou (met Bono in Unicefshirt):

Bij het begin van het nieuwe seizoen zetten we de dingen nog even op scherp: més que un club! Meer dan een club! Wie Camp Nou bezoekt, kan er niet naast kijken. De slogan zuigt je op, laat niemand onberoerd en siert de tribunes.
FC Barcelona heeft de voorbije vijf jaar een nieuw voetbalverhaal geschreven. De man van het script, staat naast het veld: Juan Laporta. Voorzitter sinds 2003, na een onwaarschijnlijk parcours. Laporta vertegenwoordigde een morrende stroming binnen het supportersvolk, met duidelijke standpunten: een terugkeer naar de wortels verbinden met de 21 ste eeuw. In het geval van FC Barcelona: gedaan met de bodemloze putten, poenpakkende vedetten en frauderende bestuurslui. Tweede element: de club als maatschappelijk verschijnsel, trots op de Catalaanse cultuur en het voetbal als instrument van solidariteit met zowel de omgeving als de wereld. Zie de shirtreclame voor UNICEF. Derde uitgangspunt: een keuze voor aantrekkelijk, artistiek voetbal in de eigen jeugdopleiding. Gebaseerd op de principes van de Hollandse School van Johan Cruijff: positiespel, techniek, voetballend vermogen in alle onderdelen van het elftal. Futebol Arte, the Beautiful Game, Le Beau Jeu: Messi, Henry maar vooral de middenvelders Iniesta en Xavi. De finale van de Champions League tegen uittredend kampioen Manchester United vormde het orgelpunt van een seizoen demonstratievoetbal. Manchester United koestert zelf een traditie van passing game. Toch was het belangrijkste gegeven van die avond in Rome: de ongrijpbare bal.

Dit spelplezier dankt Barça aan coach Josep ‘Pep’ Guardiola (1971), een kind van Catalonië. Een man met een democratische droom voor zijn regio, een minnaar van de Catalaanse invloeden in theater, poëzie en film. Liefhebber van Luis Llach, de zachtaardige zanger met weemoedige liederen over thema’s als hoop en verlies. Llach componeerde in 1968 L’Estaca, de protestsong tegen de Franco-dictatuur, met de onsterfelijke versregel I ens podrem alliberar: ooit zal de vrijheid ons deel zijn. Guardiola zingt het mee als Llach weer eens voor een uitverkocht Camp Nou optreedt.
Langs de lijn voert hij – ongeschoren en tegelijk in een modieus maatpak – zijn act op. Heupwiegend en huppelend bij doelpunten, wisselvallig en woedend bij scheidsrechterlijke dwalingen. Guardiola is drager van het gen dat Barça heet. Sinds de oprichting in 1899 interpreteert men in het centrum van de artistieke architectuur de voetballer op een welbepaalde wijze: als een creatieve ambachtsman. Trainer Johan Cruijff haalde hem in 1990 bij zijn elftal. De volgende vier seizoenen smeedde hij – het nummer 4, de opbouwende factor in het centrum werd als ware voor hem gecreëerd – het vloeiende spel tussen verdediging en aanval samen. Van Cruijff leert hij hoe het Hollandse voetbalbegrip ‘ruimte’ moet worden ingeschat: loop niet met de bal, leg hem waar de tegenstander hem niet verwacht. Geloof heilig in het ‘driehoekje’: in één tijd steeds naar de vrije speler, terwijl er een tweede in beweging is. In zijn eerste jaar doet hij de ingedommelde selectie ontwaken met scherpe trainingen en installeert hij het magische vijfkant: Iniesta-Xavi-Henry-Eto’o-Messi. Meer dan 100 doelpunten en de landstitel zijn het fraaie resultaat. De demonstratie tegen Real Madrid (2-6) leek een versnelde versie van het optreden van het Nederlands elftal op het WK 1974. Twee bekerfinales – Copa del Rey en Champions League – staan ook op de feestdis. Guardiola doet de Ramblas geregeld volstromen. En dan schreeuwt hij: Ciutadans de Catalunya, ya le tenim aquid! Burgers van Catalonië, we hebben hem! Verwijzend naar de populaire kreet van de in 1977 – na de dood van dictator Franco – uit ballingschap terugkerende Catalaanse president Tardellas. Intussen mijmert hij over Lionel Messi, de volmaakte zwervende spits van FC Barcelona, een stijlfiguur die door de speler Johan Cruijff in 1974 als het begin van een traditie werd neergezet.

Voorzitter Juan Laporta (1962) heeft bewezen dat correct commercieel handelen, sportief succes en een sociaal beleid – 0,7% van de inkomsten vloeien af naar de activiteiten van de Fundacio – de drie pijlers vormen van het goed besturen van een moderne voetbalvereniging. Daarom is FC Barcelona een trendsetter en dé nieuwe factor van het internationale voetbal. Daarom geniet Barça van de status Més que un club. Daarom is One van Bono in Camp Nou de ode aan de verfrissende episode van ‘voetbal, muziek & mensenrechten’! Tenzij het casinokapitalisme van Real Madrid roet in het eten gooit.

Advertenties

Nederland speelde op 12 augustus tegen Engeland voor een vriendschappelijke interland. De gedachten dwaalden nog even af naar Bobby Robson (1933-2009) met een hele mooie minuut applaus van beide supportersgroepen.

Bobby Robson

De sympathieke Sir daalde op zijn vijftiende als ‘leerling-elektricien’ af in de mijnen van zijn geboortestreek Tyneside, in de buurt van Newcastle. Zijn vader was een vakbondsman en Robson zelf verloor nooit zijn socialistische principes uit het oog: eenheid, onafhankelijkheid en andere mensen helpen. Toen hij in 1990 een contract tekende voor PSV namen wantrouwige en korzelige Nederlandse journalisten hem meteen op de korrel. Wat kon die goedgelovige Engelsman toevoegen aan de voetbalcultuur van de natie?

Ze vergaten dat hij met Ipswich Town de Hollandse principes al had toegepast: hij trok met Arnold Mühren en Frans Thijssen in 1978 en 1979 buitenspelers aan die met hun technisch vernuft hun vermaarde Engelse tegenstanders in de val lokten. In 1981 dreven ze onder meer het Saint-Etienne van Michel Platini en Johnny Rep in het eigen stadion tot wanhoop (1-4). Ipswich Town versloeg ook AZ’67 (met onder meer Jan Peters en Kees Kist) in de dubbele finale van de UEFA Cup en speelde voetbal om van te likkebaarden. Bobby Robson aanvaardde vervolgens de moeilijkste job van het land: coach van het nationale elftal. Hij getuigde in zijn autobiografie hoe hij aan de schandpaal werd genageld door de niets ontziende sensatiepers en alle denkbare drek over zich heen kreeg: ‘Rustige jaartjes, die tijd als bondscoach van Engeland. Ja hoor. Naar mij spugende en bier gooiende supporters, voetbalvandalisme, racisme en een krantenoorlog.’ Robson bleef boven het gewoel staan en verbande naar eigen zeggen ‘verbittering, wantrouwen en trauma’ uit het gemoed. Met Engeland haalde hij op het WK van 1990 de halve finale. Zijn team verloor, ten onrechte, van Duitsland. Na het nemen van strafschoppen. Zijn spits Gary Lineker beviel nadien van de one-liner: ‘Voetbal is een spel van twee ploegen met elf spelers en op het einde van de wedstrijd winnen de Duitsers.’ Dit is nog steeds het beste Engelse resultaat aller tijden, op de in 1966 in eigen land gewonnen World Cup na.

Bij PSV smoorde hij de kritiek met twee opeenvolgende landstitels. Deze stunt herhaalde hij in Portugal met FC Porto. In 1997 coachte hij FC Barcelona, met Ronaldo, naar de Europacup voor Bekerhouders en hij sloot zijn loopbaan af bij Newcastle United, de favoriet club uit zijn geboortestreek. Met twee deelnames aan de Champions League, niemand presteerde ooit beter bij de waanzinnig slecht geleide zwart-witte Magpies. Robson werd onsterfelijk toen hij in een speech de emoties van de fans beroerde door te de echte waarde van de clubkleuren te benoemen: black and white verwezen naar de gelaatskleuren van de mijnwerkers voor én na hun dagelijkse barre en gevaarlijke tocht. Hij bezigde deze overtuiging als levensfilosofie. Volgens hem konden ‘rijke conservatieven het leven onder de grond niet begrijpen’. Tegelijk bande hij alle vormen van negativisme. Zijn optimisme werkte aanstekelijk en sloeg over op zijn spelers. En hij beoordeelde het voetbal als het leukste spelletje op aarde. Hij pleitte voor relativering. Dat was Robsons state of mind. Vanuit deze geestesinstelling begreep hij de potentie van het populaire balspel. Hij kantte zich heftig tegen het geweld rond de velden en toonde zich een gedreven aanhanger van the power of football. Zonder grote woorden, maar met des te meer enthousiasme, probeerde hij dit in de praktijk om te zetten.
In 1992 en 1995 bleef hij de baas over darmkanker en in 2006 rekende hij af met tumoren in longen en de hersenen. In 2009 legde hij het loodje. Maar niet nadat hij intussen zijn handtekening had nagelaten met zijn Sir Bobby Robson Foundation ten voordele van het wetenschappelijk onderzoek naar de akelige ziekte. Hij nam afscheid in zijn stijl. Op zijn verzoek werd op zondag 26 juli 2009 een charity georganiseerd tussen het Engeland en Duitsland van 1990, in het stadion van Newcastle. De opbrengst kwam volledig ten goede aan zijn Foundation. Hij liet zich rondrijden in een rolstoel en overrompelde het publiek een laatste maal. The gentleman of the game verdween zoals hij het zich had gedroomd: tussen de mensen, met de bal op de schoot, ten voordele van het goede doel. En intens genietend, in de mate van het mogelijke. Zo zullen we ons Bobby Robson herinneren. For the good of the game.