RAF WILLEMS: Over Barcelona, Bono en Unicef

augustus 31, 2009

Voetbal, muziek en mensenrechten.

Op 30 juni 2009 opende U2 in Camp Nou, Barcelona, zijn wereldtournee 360°. Tijdens het hoogtepunt van de show zong Bono One in het shirt van Barça, meer bepaald het nummer 1 van coach Pep Guardiola. Met het logo van Unicef op de borst. One behandelt het thema van de liefde die pijn doet en van de noodzaak tot universeel samenleven: ‘You got to do what you should. One life, with each other. Sisters, brothers, one life but we’re not the same’. Celticfan Bono boorde in Barcelona een diepere dimensie aan: football, music & human rights. Het is de sprekende symboliek voor een nieuw tijdperk.

One van U2 in Camp Nou (met Bono in Unicefshirt):

Bij het begin van het nieuwe seizoen zetten we de dingen nog even op scherp: més que un club! Meer dan een club! Wie Camp Nou bezoekt, kan er niet naast kijken. De slogan zuigt je op, laat niemand onberoerd en siert de tribunes.
FC Barcelona heeft de voorbije vijf jaar een nieuw voetbalverhaal geschreven. De man van het script, staat naast het veld: Juan Laporta. Voorzitter sinds 2003, na een onwaarschijnlijk parcours. Laporta vertegenwoordigde een morrende stroming binnen het supportersvolk, met duidelijke standpunten: een terugkeer naar de wortels verbinden met de 21 ste eeuw. In het geval van FC Barcelona: gedaan met de bodemloze putten, poenpakkende vedetten en frauderende bestuurslui. Tweede element: de club als maatschappelijk verschijnsel, trots op de Catalaanse cultuur en het voetbal als instrument van solidariteit met zowel de omgeving als de wereld. Zie de shirtreclame voor UNICEF. Derde uitgangspunt: een keuze voor aantrekkelijk, artistiek voetbal in de eigen jeugdopleiding. Gebaseerd op de principes van de Hollandse School van Johan Cruijff: positiespel, techniek, voetballend vermogen in alle onderdelen van het elftal. Futebol Arte, the Beautiful Game, Le Beau Jeu: Messi, Henry maar vooral de middenvelders Iniesta en Xavi. De finale van de Champions League tegen uittredend kampioen Manchester United vormde het orgelpunt van een seizoen demonstratievoetbal. Manchester United koestert zelf een traditie van passing game. Toch was het belangrijkste gegeven van die avond in Rome: de ongrijpbare bal.

Dit spelplezier dankt Barça aan coach Josep ‘Pep’ Guardiola (1971), een kind van Catalonië. Een man met een democratische droom voor zijn regio, een minnaar van de Catalaanse invloeden in theater, poëzie en film. Liefhebber van Luis Llach, de zachtaardige zanger met weemoedige liederen over thema’s als hoop en verlies. Llach componeerde in 1968 L’Estaca, de protestsong tegen de Franco-dictatuur, met de onsterfelijke versregel I ens podrem alliberar: ooit zal de vrijheid ons deel zijn. Guardiola zingt het mee als Llach weer eens voor een uitverkocht Camp Nou optreedt.
Langs de lijn voert hij – ongeschoren en tegelijk in een modieus maatpak – zijn act op. Heupwiegend en huppelend bij doelpunten, wisselvallig en woedend bij scheidsrechterlijke dwalingen. Guardiola is drager van het gen dat Barça heet. Sinds de oprichting in 1899 interpreteert men in het centrum van de artistieke architectuur de voetballer op een welbepaalde wijze: als een creatieve ambachtsman. Trainer Johan Cruijff haalde hem in 1990 bij zijn elftal. De volgende vier seizoenen smeedde hij – het nummer 4, de opbouwende factor in het centrum werd als ware voor hem gecreëerd – het vloeiende spel tussen verdediging en aanval samen. Van Cruijff leert hij hoe het Hollandse voetbalbegrip ‘ruimte’ moet worden ingeschat: loop niet met de bal, leg hem waar de tegenstander hem niet verwacht. Geloof heilig in het ‘driehoekje’: in één tijd steeds naar de vrije speler, terwijl er een tweede in beweging is. In zijn eerste jaar doet hij de ingedommelde selectie ontwaken met scherpe trainingen en installeert hij het magische vijfkant: Iniesta-Xavi-Henry-Eto’o-Messi. Meer dan 100 doelpunten en de landstitel zijn het fraaie resultaat. De demonstratie tegen Real Madrid (2-6) leek een versnelde versie van het optreden van het Nederlands elftal op het WK 1974. Twee bekerfinales – Copa del Rey en Champions League – staan ook op de feestdis. Guardiola doet de Ramblas geregeld volstromen. En dan schreeuwt hij: Ciutadans de Catalunya, ya le tenim aquid! Burgers van Catalonië, we hebben hem! Verwijzend naar de populaire kreet van de in 1977 – na de dood van dictator Franco – uit ballingschap terugkerende Catalaanse president Tardellas. Intussen mijmert hij over Lionel Messi, de volmaakte zwervende spits van FC Barcelona, een stijlfiguur die door de speler Johan Cruijff in 1974 als het begin van een traditie werd neergezet.

Voorzitter Juan Laporta (1962) heeft bewezen dat correct commercieel handelen, sportief succes en een sociaal beleid – 0,7% van de inkomsten vloeien af naar de activiteiten van de Fundacio – de drie pijlers vormen van het goed besturen van een moderne voetbalvereniging. Daarom is FC Barcelona een trendsetter en dé nieuwe factor van het internationale voetbal. Daarom geniet Barça van de status Més que un club. Daarom is One van Bono in Camp Nou de ode aan de verfrissende episode van ‘voetbal, muziek & mensenrechten’! Tenzij het casinokapitalisme van Real Madrid roet in het eten gooit.

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: