Ajax ontmoet op 1 oktober de Belgische vaandeldrager Anderlecht in het kader van de Europa League.

Green Park is een klassieke supporterskroeg aan de overkant van het stadion van Royal Sporting Club Anderlecht, de succesrijkste club van België. Een fotocollage van de 29 kampioenselftallen tussen 1947 en 2007 siert de muur. Een affiche ‘The Magic Years 1975-1978’ springt in het oog: rond het portret van Rob Rensenbrink kleven vijf inkomtickets van drie Europacupfinales voor Bekerwinnaars – West Ham, HSV, Austria Wenen – en van Europese Supercupzeges tegen Bayern München (Beckenbauer) en Liverpool (Dalglish).

Het café draait al een halve eeuw mee. Destijds stond de gevierde doelman Rie Meert sterke verhalen te vertellen achter de tapkraan. Over hoe Jef Mermans – de grondlegger van Anderlecht, 7 titels tussen 1947 en 1956 – hem in de lente van 1945 uit zijn ‘ton’ haalde om hem te vertellen dat de Tweede Wereldoorlog tot het verleden behoorde. Meert ontsnapte enkele keren op het nippertje aan het Duitse leger. Hij verborg zich in een onderaardse schuilplaats: een ton die met aarde was bedekt!

In de jaren zestig ontwierp Anderlecht de stijl van het huis: Académie Française, football champagne. Met de komst van de Franse trainer Pierre Sinibaldi koos men voor stijlrijk spel. ‘Mauve & Wit’ vertrok voor de meest briljante periode uit zijn beschaving. De jeugdschool van Anderlecht produceerde de beste generatie van het Belgisch voetbal. De Brusselse Ketjes Paul Van Himst, Jean Trappeniers, Jean Plaskie, Pierre Hanon, Jean Cornelis en Georges Heylens en Jef Jurion. Men prospecteerde over het hele land en plukte in Oostende – aan de zee – de stille, stilistische linksbuiten Wilfried Puis weg. Samen met de luidruchtige libero Lorenzo Verbiest, bon vivant met de allure van Beckenbauer. In de taalgrensstad Ronse strikte het de rumoerige Bomber Jacky Stockman en in het verre Limburgse Overpelt de stugge buitenmens met het snoeiharde schot Johan Devrindt. Anderlecht boorde ook buitenlandse bronnen aan. In de ex-kolonie haalde het de Congolees Kialunda. In de Nederlandse noordprovincie Groningen stak manager Albert Roosens zijn collega Roger Petit van Standard de loef af in de slag om de negentienjarige Jan Mulder.

De komst van Mulder beslechtte de krachtsverhoudingen in de jaren zestig in het voordeel van Anderlecht. Hij paste met zijn recht-op-doel-stijl nochtans niet volledig in de paarse promenades, die soms aan l’art pour l’art leden. De exploderende spits ontmantelde onbuigzame defensiegordels in het voordeel van Van Himst en hielp Anderlecht vaak over een dood punt heen.

Voetballend zorgde Mulder in Vlaanderen niet voor een trendbreuk, maatschappelijk wel. Mulder was de eerste exponent van Hollandse branie in Vlaanderen. Hij veroorzaakte een cultuurshock naast het veld. Hij morrelde aan de mentaliteit van de Vlaamse voetballer. “Hij was slimmer dan wij, zeurde over alles, durfde eisen stellen en ging nooit achteruit”, vertelde Paul Van Himst in het Nederlandse literaire voetbaltijdschrift Hard Gras.
De boerenjongen uit Winschoten werd in Brussel een mijnheertje met maniertjes. Hij reed met een in het oog springende witte MG-sportwagen, las altijd een boek, leerde sneller Frans dan zijn Vlaamse maats. Hij ging meteen op een appartement wonen en vertoefde vaak en graag in de Brusselse salons. Mulder was de Belgische voetballer van de sixties. Door zijn gedrag en visie op het leven. Niet in een keurslijf te stoppen.

Op het veld fantaseerde vooral Van Himst. Paul, de poëet. De prins van het park. Dé vertolker van de artistieke Anderlechtschool uit die tijd: traag, intuïtief, sierlijk. Hij kreeg een vrijgeleide van coach Pierre Sinibaldi. Frankrijk pakte brons op de wereldbeker van 1958 en trok de wellustige aanvalskaart.
Voor zijn spitsensysteem imiteerde Sinibaldi het Franse koningskoppel Raymond Kopa-Just Fontaine. Mulder ging, beukte en scoorde naar het voorbeeld van Fontaine. Van Himst profiteerde van Mulders graafwerk en demonstreerde Kopa-aanse klasse. Zes titels in de swinging sixties. Anderlecht werd een internationaal begrip.

Bij een typisch Brussels rood ‘Kriekbier’ denken we in het historische café Green Park even terug aan de glorieuze tijden van weleer. Terwijl belicht Peter Smeets het sociale departement van Anderlecht. De voormalige onderwijzer maakt als spelersbegeleider de jonge buitenlandse talenten wegwijs in het jachtige leven van de profclub. Onder zijn impuls opende men in het Constant Vanden Stockstadion in de lente van 2009 een blindentribune. Peter Smeets: ‘Dit was het gevolg van een samenwerking met Cécifoot Anderlecht, een organisatie die het voetbal voor slechtzienden promoot. Onze Zweedse oud-speler Pär Zetterberg nam het peterschap op zich. Intussen zorgen vier reporters bij elke thuiswedstrijd voor zogenaamde auditieve beschrijving. Vanuit de nok van de tribune leveren zij intens commentaar.’ De problematiek raakte bij Smeets een gevoelige snaar nadat hij met enkele collega’s een partijtje speelde tegen het ‘blindenteam’. Ze droegen een blinddoek en kregen 7-0 op hun donder van het geoliede team der ‘visueel gehandicapten’. Elke week verzorgt Cecifoot een training met opwarming, techniek, wedstrijd en een bellende bal en een zoemer aan de doelen. Na afloop vroeg men: ‘We zouden ne keer graag naar ne match komen kijken.’
Peter Smeets kon dat aanvankelijk niet vatten maar toch rinkelde een belletje. Hij sloot een contract met een gespecialiseerde firma voor zendapparatuur en koptelefoons en sindsdien begeleidt Cecifoot verschillende ‘slechtzienden’ tijdens de thuiswedstrijden van Anderlecht.
Peter Smeets: ‘De beleving van deze mensen is hartverwarmend. En ze hebben zin voor humor. Als het spektakel hen niet bevalt, dan roepen ze: er was niets te zien vandaag!’’
En daarna zakkend ze lachend af naar Green Park. Voor een rode Brusselse Kriek.

Laten de Ajacieden zich ook verleiden?

Advertenties

Het Nederlandse vrouwenelftal deed deze maand van zich spreken op het EK in Finland. De Pauwrevolutie werd, met uitzondering van enkele kakelende columnisten, lovend onthaald door de publieke opinie. Wie is de beste speelster uit de geschiedenis van het vrouwenvoetbal? Daar is de Amerikaanse Mia Hamm (1972)! Ze heeft een stichting op haar naam: The Mia Hamm Foundation.

Ze poseert in december 2002 naast Ronaldo in de spots. De Braziliaan geniet, lacht voluit en kent de cameratrucs. Mia Hamm kijkt onwennig, met een mengeling van ernst en schuchterheid en een zuinig lachje. Over haar hangt de schaduw van onverwerkt verdriet, de verinnerlijkte stem van haar aan botkanker overleden broer Garret. Er sluipt altijd een stukje dood door het wezen van Mia Hamm (1972).

Op haar vijftiende verdient ze de eerste selecties voor het nationale elftal van de Verenigde Staten. Ze belichaamt de steile opgang van het women soccer. Ze wordt wereldkampioen in 1991, als jongste speelster van het toernooi. Ze wint Olympisch goud in Atlanta 1996. Voor tachtigduizend kijkers, een record in de geschiedenis van de vrouwensport. Dan volgt de stroomversnelling. Vooral buiten het voetbalveld. Volgens Phil Knight, de voorzitter van Nike, hoort Hamm thuis in de rij van Michael Jordan en Tiger Woods: zij geven een nieuwe dimensie aan hun sport. Het vrouwenvoetbal heeft in de Verenigde Staten meer mogelijkheden dan de mannelijke tegenhanger. Mia Hamm is hét rolmodel voor de bijna tien miljoen in clubverband voetballende vrouwen. Het aantal meisjes dat via de zogenaamde high school soccercompetities deelneemt, stelt het aantal jongens in de schaduw. Soccer klimt tijdens de actieve carrière van Mia Hamm vanuit het niets naar het nummer één der vrouwensporten.

De zogenaamde Title IX of the Educational Amendment of 1972 verschaft de emancipatie een wettelijk kader en kondigt de officiële gelijkheid tussen man en vrouw af. Meisjes kunnen hun studies combineren met topsport. Voor Mia Hamm geldt Title IX als levenswijsheid. Ze put er psychologische kracht uit van zodra de betekenis tot haar doordringt, tijdens haar studies politieke wetenschappen.

Haar ouders hebben een warm karakter en adopteren de uit Thaïland afkomstige Garret. Hij is de oudere broer naar wie Mia opkijkt. Hij leert haar op haar vijfde voetballen en scherpt haar zelfvertrouwen aan. Bij verlies vliegt ze op van woede. Ze vindt evenwicht en haar identiteit in het voetbal: ‘Football was my voice. It made me feel good about myself.’ Garret volgt haar vooruitgang op de voet en woont Mia’s wedstrijden bij. Tijdens de Spelen van 1996 is hij een opvallende afwezige. De gevreesde ziekte heeft hem in de greep. Hij lijdt aan botkanker. Het aftakelingsproces zet zich door. Hij bezwijkt in 1997 aan de gevolgen van een infectie. Hij is amper 28. Van dan af slaat de stemming bij haar voorgoed om. Ze duldt de dood van haar broer niet. Ze groeit door tot soccers’s leading lady maar haar persoonlijkheid blijft diffuus: beschroomd, verlegen, afstandelijk.

Als de actie mislukt, tuchtigt ze zichzelf of barst ze in tranen uit. Ze ontdooit toch tijdens zeldzame indringende interviews of organiseert uit het niets benefietwandelingen voor daklozen. Voetballende meisjes moedigt ze spontaan aan. Ze kient haar marketing prikkelend uit. Via ondermeer de alle platitudes counterende commercial met Michael Jordan Michael versus Mia. Ze toont zich niet alleen de sportieve evenknie van Jordan maar neemt hem, met een judogreep, ultiem te grazen. Haar spelstijl vloekt met haar terughoudend temperament. Ze voetbalt nerveus, vurig en vol inzet en tegelijk technisch zeer vaardig, nagenoeg perfect: de artistieke dribbel, de korte balwisseling, lichtvoetige elegantie en toch sterk in de duels en explosief doelgericht. Met een lenige versnelling en accuraat overstapje.

Het goud op de Spelen van Atlanta opent een nieuw oogpunt: de wereldbeker van 1999 in eigen land. Haar afkeer voor celebrity ten spijt, kegelt Mia Hamm tijdens het toernooi alle populariteitspolls omver. De Verenigde Staten sudderen op het ritme van de gendergelijkheid. Mia Hamm is hét gezicht van het winnende elftal – na strafschoppen tegen China – en het rolmodel voor opgroeiende meisjes, geschminkt met Title IX en in shirts met haar nummer 9.

Soccer was the great social and athletic equalizer. Meisjes spelen voetbal vanaf hun tijd in de kindertuin. Mét jongens. De perceptie bestaat dat vrouwen beter zijn dan mannen. Hamm zorgt voor dit keerpunt in de waarneming. Jongens kijken op naar vrouwelijke atleten en dragen trots hun shirts.

Volgens sportsociologe Martha Burton Nelson doorbreekt dit de stereotypen: ‘Jongens zien dat vrouwen talent hebben. Het zal hun relaties met hen veranderen. Vrouwelijke voetballers vormen de voorhoede van de feministische beweging. Ze demonstreren kracht, moed en vrijheid. Soccer is changing opinions of women.’
De Amerikaanse wereldkampioenen verwerven de naam The Girls of Summer. In die zomer van 1999 voltrekt zich een gestage verandering van de zeden. De spirituele invloed reikt veel verder. De mannensport bij uitstek kan even mooi en krachtig worden uitgevoerd door vrouwen.
Op de golven van de wereldbekertriomf geeft zij eindelijk het idee vorm dat al twee jaar door haar hoofd spookt. Ze introduceert The Mia Hamm Foundation. Voor Garrett. Ze ondersteunt wetenschappelijk botonderzoek, initieert Soccer Clinics to Fight Cancer en bedenkt studie- en sportschema’s voor meisjes volgens het concept Young Women in Sport. Ze benoemt haar stichting als de reflectie van haar bestaan: ‘Ik creëerde ze om de belangrijkste zaken uit mijn leven te ondersteunen.’ Op de Spelen van 2004 verovert een jonge generatie onder haar zelfbewuste leiding op haar beurt goud. Dan neemt ze een resoluut besluit. Op haar tweeëndertigste haakt ze af en geeft de fakkel door. Ze kiest voor een familieleven en wijdt zich verder volledig aan The Foundation. Garret is nooit weg. In the name of the brother.