Ik hield wel van Maradona. Zeker als hij, aan zijn Cubaanse Castrosigaar zuigend, met een arrogante smoel naar de camera loenste. Hij hoopte op een ontmoeting met Nelson Mandela, de FIFA stak er een stokje voor en greep zijn alle conventies tartende schuttingtaal op een persconferentie aan om hem de toegang tot het lotinggala van het WK in Zuid-Afrika te ontzeggen. Ik herinner mij hoe Bob Marley zong in No Woman, No Cry: ‘I remember, when we used to sit in a government yard in Trenchtown, oba-observing the hypocrites as they would mingle with the good people they meet.’

De zaal puilde uit van de foute lui in maatpak – niet dat ik deze Very Important Pokkekoppen niet de hand wil schudden – van wie de FIFA de aanwezigheid noodzakelijker achtte dan van haar geniaalste gek. Pluisje is de huilende wolf, de einzelgänger van het wereldvoetbal.
Zou Nelson Mandela Maradona in geuren en kleuren verteld hebben over ‘soccer’ als ‘the king of the townships’? Over Stanley Mattews, de grote Engelse dribbelaar uit de jaren vijftig? Die duwde na het einde van zijn loopbaan het niveau van het zwarte voetbal de hoogte in. De dribbelkoning reisde van 1963 af elk jaar ‘clandestien’ naar Soweto om gedurende vier maanden de kinderen van de townships al zijn geheimen te leren. De Sowetogemeenschap droeg hem, zeer tegen de zin van het apartheidsregime, op handen en noemde hem een zwarte met een blanke huid. Dat moet Maradona goed in de oren klinken. Stuur hem naar Soweto, Stanley Mattews achterna. En laat hem Messi meenemen.

‘Ik heb mijn opvolger gevonden.’ Zo sprak de immer vloekende El Diego na het bewonderen van de heerlijke jonge god die op het WK voor Junioren in 2005 de twee doelpunten versiert tijdens de finale tegen Nigeria (2-1). Lionel Messi (1987), hij staat vandaag met stip op de shortlist van de World Player of the Year 2009. Hij wordt geboren in de Argentijnse cultstad Rosario. Na enkele maanden bij zijn eerste club Newell’s Old Boys baart zijn wankele gezondheid zijn ouders zorgen. Ze sturen hem naar een tante in Barcelona. De club van Camp Nou schotelt hem na een test meteen een contract voor. Op zijn zeventiende debuteert hij in het eerste elftal en coach Frank Rijkaard geeft hem snel een vaste plaats in zijn plannen. Messi teert op de kracht van de verbeelding. Het samenspel met Ronaldinho verschaft de fans van de blaugrana het hoogste genot.

Was Maradona de beste voetballer aller tijden? Op basis van individuele brille vermoedelijk wel. Dribbelend voorbij zeven spelers en dan scoren. Tijdens een WK, tegen Engeland in 1986. Een strakke pas, die sneller dan het licht, vijftig meter overbrugt en Cannigia toelaat om de bal binnen te lepelen. Ook tijdens een WK, tegen Brazilië in 1990. Telkens op het hoogste podium. Maradona liet het elftal in zijn dienst spelen. Geen zin? Dan draaide alles stroef. Is Lionel Messi anders? Zijn baltoets benadert die van de maestro. Ligt zijn voetbal-IQ hoger? Ziet Messi het sneller? Maradona liep met de bal, Messi laat de bal lopen. Tot voorbij drie tegenstanders, die hij met een ingebeelde beweging de loef afsteekt. Eer zij het begrepen hebben, rent Messi al juichend weg. De ploeg knapte het vuile werk op voor Diego Armando, maar Lionel maakt zijn team beter. Door er steeds te staan, op de juiste plaats. Zich aanbiedend voor de snelle circulatie, met een brein dat de beweging bepaalt: altijd een stap sneller dan de anderen. Weerstaat hij de verwoestende verlokkingen van het vedetteleven? Dan is hij de man van de toekomst en wordt hij misschien beter dan de virtuoos van het verleden. Zijn dynamiek veroorzaakt pijnscheuten bij zijn opponenten. Zij kunnen hem enkel met gemene schoppen afstoppen. Zij lot is bekend: vroeg of laat wordt hij ‘verraden’ en nagelt men hem aan het kruis. Net als Maradona zal hij het slachtoffer worden van akelige en doortrapte schurkenstreken. Moge hij ons, voor dat gebeurt, nog op veel heerlijke dribbels trakteren. Hij is immers de nieuwe messias van het voetbal. Lionel Messi is de naam. Diego Maradona heeft zijn opvolger gevonden. Een nog onschuldig ogende jongen, die al eens in filmpjes voor Unicef opduikt. Ik gun ze graag een podium in juli 2010: Maradona, Messi en Mandela. Op de tonen van No Woman, No cry een oplawaai uitdelend aan the hypocrites van het balspel. Everything’s gonna be allright. Zo zong Bob Marley. Ik hou wel van Messi.