RAF WILLEMS: EVEN DE PRESIDENT VAN EUROPA BELLEN

januari 4, 2010

Voetbalbrief aan Herman van Rompuy.

Onlangs zat ik mij te vervelen in mijn favoriete Irish Pub. Omdat die mieterse kroegbaas een scheut Bailey’s in mijn koffie had gesmokkeld, schoot een lichtend idee door mijn verdwaasde hoofd: even de President van Europa bellen! Bij wijze van stunt, om hem een stukje voor te lezen uit mijn nieuwe boek ‘Europese Topclubs. Meer dan een Spel’. In ruil voor een haiku van mijn hand! In het jaaroverzicht ‘internationale politiek’ had ik op VARA-radio gehoord hoe een geleerde commentator verwees naar de beroemde zin van Henry Kissinger, de voormalige Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken: ‘Met wie moet ik telefoneren als ik de mening van Europa wil kennen?’ De spottende Kissinger stelde hiermee het eeuwige onderlinge Europese gekissebis in staatszaken aan de kaak. Ik dacht: laten we meteen even natrekken of die Kissinger nog steeds de waarheid spreekt. Ik draaide het nummer van Herman Van Rompuy en hij nam zowaar zomaar de telefoon op. ‘Hallo Herman’, vroeg ik plechtig: ‘Ik heb gereisd door de werkelijke Europese ruimte op zoek naar de identiteit van voetbalclubs, althans dat schrijft mijn uitgever op de flaptekst. Mag ik u het eerste exemplaar van mijn boek overhandigen? Ik zal dan voor uedele een voetbalhaiku plegen.’ Het lukte zowaar zomaar, hij nodigde me uit op zijn bureau en sprak: ‘Ik ben een echte liefhebber, want supporter al mijn hele leven voor Rik Van Looy.’ Dat was de Vlaamse keizer van de wielersport tussen 1955 en 1965. Hij aanhoorde geduldig mijn haiku: ‘Voetbal is Europa’s state of mind, zelfs voor een minister-president.’ Hij maakte er mij minzaam op attent dat mijn alleraardigste poging niet volledig volgens de regels van de kunst was geschreven maar ik mocht toch blijven om een verhaaltje te vertellen over mijn geweldige avonturen.

Zo zat ik in Lissabon op de vlooienmarkt tijdens die mooie novembernazomer van 2009. Vanuit het stokoude fadorestaurant Os Unidos – slechts te bereiken via de ontelbare trappen van de middeleeuwse steegjes der Bairro Alto – keek ik uit over de glinsterende rivier Taag. In het gezelschap van een fles rode wijn, mijmerend over vijftien jaar voetbalreizen door Europa.

Daar haalde ik mijn eerste uitstap voor de geest: in 1994 vertrok ik voor een reportage naar Londen, halve finales FA Cup tussen Chelsea en Luton Town. Wembley zien en sterven? De illusie verdween als sneeuw voor de zon. In de Underground verzamelden enkele jeugdige Chelseahooligans zich rond een eenzame, met strohoed getooide Lutonsupporter. De cheerleader woog meer dan 100 kg. en er kleefde een dubbele ring aan de oren. Hij brulde tegen de arme man: I’m gonna fuck you tonight! Een halte verder dwarrelde de oranjeblauwe strohoed, het symbool van The Hatters, over het station. Ik besloot lafhartig maar veiligheidshalve de andere kant uit te kijken, net als de andere passagiers in de overvolle metrowagon. De skinheads van Chelsea tooiden zich met White Powersymboliek en waren gewelddadig en racistisch.

Precies vijftien jaar later, in de lente van 2009, bezocht ik in Turijn een bejaarde vrouw in haar historisch herenhuis. De 82-jarige Susanna Egri geniet mondiale vermaardheid als danseres en choreografe. Ik voerde met haar mijn meest fascinerende tweespraak over het spel om de bal. Ze maakte me tot mijn verbazing duidelijk: ‘Ik veranderde de dans met mijn I balletti di Susanna Egri, op basis van mijn vaders ideeën over…voetbal! De spelende mens: homo ludens.’ Haar vader, Ernest Egri Erbstein, was een joodse wereldburger. Hij schreef tussen 1945 en 1949 geschiedenis met Il Grande Torino. Hij coachte de club naar een aanvallende en vrije stijl, vanuit de filosofie van het humanisme. In antwoord op de fascistische voetbalopvattingen uit het tijdperk van Mussolini. De familie Egri sloeg op de vlucht voor de Italiaanse antisemitische wetten en ontsnapte in Boedapest miraculeus aan de Holocaust. In 1949 crashte het vliegtuig van Torino. Niemand overleefde het drama, vader Egri evenmin. ‘My father is my force’, zegt Susanna Egri nog steeds: ‘Teach them to be free!’
De cirkel was toen voor mij rond. Tussen deze twee uitersten – hardleers racistisch hooliganisme en fijnzinnig artistiek spel – staat de spanningsboog van het voetbal, als ware het een absurd theater.

Daaraan dacht ik toen ik in dat stokoude fadorestaurant Os Unidos vond wat ik zocht: Eusebio en Amalia Rodrigues! De vreugde van het voetbal en het muzikale verdriet om het leven verenigd in één portretfoto van vergeelde glans.

Ik kuchte en liet een stilte vallen. Herman Van Rompuy kon zijn ontroering amper de baas. Ik misbruikte de gelegenheid om hem mijn favoriete statement op te dringen: een sociaal departement voor elke Europese topclub! Het idee ‘voetbal, solidariteit & ambiance’ als bindmiddel voor het oude continent! Een Europese Stichting Meer dan Voetbal, als ware het een centrum voor Europese voetbalcultuur! Ik vroeg hem naar zijn mening. Hij antwoordde zonder dralen maar toch plechtstatig: ‘Dat past perfect in mijn missie, met name de verdediging van het sociale model van Europa!’

‘Dank u beleefd, mijnheer Herman’, stamelde ik. ‘Dat we dit nog mogen beleven!’
Zal de President van Europa het plan uitvoeren? Om het spannend te houden, verklapten de oude Vlaamse jeugdfeuilletons-op-televisie al het antwoord van de volgende aflevering in de aankondiging: ‘Hij zal!’

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: