Café Absurd. Viva St. Pauli! Ergens tussen het stadion en de Hamburgse haven, midden in de nacht. Ik slenter in een buurt vol schuinsmarcheerders, met opflikkerende musicals, revues, jazztenten en seksshops. In een donkere steeg: Café Absurd! Ik bots als bij toevallig toeval op deze bruine kroeg, ze zuigt me aan: niet enkel door de naam, ook door de foto’s aan de muur van Jimi Hendrickx en Julie Driscoll, werk van de beroemde rock-‘n-rollfotograaf Cali Coolen. Het is er goed toeven met singer songwritermuziek en in het gezelschap van Jack Daniels. Ik laat alles even bezinken. Een paar uur eerder zat ik tussen 19995 zingende en lachende fans in het Millerntor te genieten van de partysfeer bij de eeuwfeestwedstrijd: honderd jaar Braun-Weiss! Tegen de ‘vrienden’ van Celtic Glasgow. Het publiek stroomde volgens traditie toe tot tegen de zijlijn. De mensen stonden kriskras door elkaar en zongen samen ‘We love Sankt Pauli, we do’. Bij het begin van elke partij klinkt de gitaarriedel uit Hells Bells van AC/DC, mij best zolang de zanger zijn mond houdt. En na een doelpunt schalt het refrein van Song 2 van Blur door de boxen: ‘Whoohoo! Whoohoo! Whoohoo! Whoohoo!’ terwijl het publiek de spastische bewegingen van frontman Matt Cunningham imiteert. Kijk op You Tube en probeer zelf.

Op de hoofdtribune prijkt de slogan: Republik Fussball, deine Meinung, deine Spielfeld, deine Sprachkor. Daarboven: een vervallen camerahokje.
Ik tel talloze Jolly Roger’s, de piratenwimpel: het zwarte doodshoofd met de witte botten. Het is vlag én statement van St. Pauli, verwijzend naar de outsider, de underdog, de persoon aan de zelfkant van de samenleving die desondanks zijn zin doet. De Celticfans zwaaien met Happy Birthday, het hoofd van Che Guevara is alomtegenwoordig. Hippies, hardrockers, kaalkoppen, rastafari-dreadlocks, grungesbaarden, punks met ringen door lippen, oren en neus: ziedaar de doorsnede van het publiek. Duizenden dragen de bruin-groen-witte sjaal St. Pauli-Celtic. De Fan-Freundschaft heeft zijn wortels. Ze ontstond in het begin van de jaren negentig. De betekenis ligt in het feit dat Celtic de gedachte neerzette van ‘voetbal, solidariteit & fun’. En koos voor humor, rebellie en folk- en popmuziek. De viering van de honderdste verjaardag omvatte een tweeluik vol symboliek. Drie dagen eerde kruisten de St. Pauli All Stars de degens met FC United of Manchester. Deze vrolijke protestbende scheurde zich in 2006 af van het grote Manchester United en wordt sindsdien bestuurd volgens de strikte regels der directe democratie.
Ik overpeins in Café Absurd mijn ontmoeting van enkele uren eerder met René Martens, auteur van Wunder gibt es immer wieder. Die Geschichte des FC St. Pauli. Hij onderzocht de evolutie van klassieke arbeidersvereniging uit het havenkwartier tot cultfenomeen, met sinds 2002 de flamboyante theaterdirecteur Corny Littmann in de presidentszetel.
Littmann is een Paulista sinds zijn jeugd. Hij schopte als acteur schandaal met de provocerende opvoering ‘Deutsch, aufrecht, Homosexuell’; was dé Hamburgse ondernemer van 1999 en redde in 2003 de club van het bankroet. Met onder meer het initiatief Saufen for St. Pauli en de verkoop van 140.000 ‘Rettung’-T-shirts.

Alles veranderde volgens Martens met de doorbraak van de ‘dance culture’ op het einde van de jaren tachtig: indierock, punk, hardcore, acid house. U noemt het maar. Deze discotheken en bars trokken een trendy publiek van artiesten en studenten: ‘Ze vonden hun weg naar St. Pauli en verwierpen het hooliganisme. Ze bepaalden de nieuwe identiteit: tegen racisme, seksisme en homohaat. Ze creëerden het festijn, de fuif, de party in het stadion.’ De omwenteling volgde op het eerste Festival Viva St. Pauli in 1991, een muzikale happening voor het stadsdeel St. Pauli. Volgens Martens poneert de alternatieve muzieksien wereldwijd haar bewondering voor de FC SP: ‘Bij de honderdste verjaardag werd een CD-box met 100 songs over de club gelanceerd. De Mexicaanse skagroep Panteon Rococo, de New Yorkse hardcoreband All Torn Up, de Engelse Sisters of Mercy, de Californische Bad Religion: ze zingen over St. Pauli.’
Zelfs het macabere Noorse ‘death punk’ ensemble Turbonegro droeg haar wijsje ‘I got erection’ op aan Jolly Roger, we besparen u de details. De fangroepen manifesteren zich met het idee van ‘Freiraum Fussball’: choreografie, creativiteit, chaos. Via een informeel netwerk. Zowel rond plaatselijke bekommernissen – zoals behoorlijke inkomens, speelruimte en betaalbare woningen – als ten voordele van ontwikkelingssamenwerking. De campagne Viva St. Pauli Con Agua combineert liefde voor ‘muziek, voetbal en sociaal engagement’ en organiseert concerten, party’s, kledingshows, matchen, marathons,… tot massagebeurten toe! De opbrengst van de activiteiten spendeert men aan waterprojecten in Cuba en Afrikaanse landen.
Rond middernacht krijg ik de editie van de avondkrant Hamburger Avondblatt in handen. Ze kondigt het afscheid aan van voorzitter Corny Littmann onder de kop: Freibeuter in der VIP-Loge. Ik schrik, maar denk aan de voorspelling van historicus Martens: ‘Littmann beschouwt alles als een podium en ziet in de spotlights een bondgenoot. Als gay werd hij hét gezicht van de tolerante multiculticlub. Hij handelde echter vaak zonder de brede fanbasis te raadplegen en wist – als psycholoog – van wanten met menselijke manipulatie. Bij de honderdste verjaardag staat hij in het middelpunt van de belangstelling, dus verdwijnt hij. In de wetenschap dat het alleen maar slechter kan worden met St. Pauli. Being an artist, leaving in the spotlights.’ Enkele luidruchtige Celticfans duiken de tent binnen. Ze roepen: ‘Viva St. Pauli’. Het leven zoals het is, in Café Absurd.

Advertenties

Out there the nights are long,
the days are lonely
I think of you and I’m working on a dream
I’m working on a dream

Bruce Springsteen

Is dit verhaal waar, of niet? Wat denkt u?

Wat zou ik zeggen, dacht ik? Ik reisde in de geest en in de regen, een rit van vijf uur en vijfhonderd kilometer heen en weer, naar de Grolsch Veste. Daar zat ik tussen 18.000 rood-en-witte-sjaals vals te zingen van ‘hij gaat niet naar Amsterdam’ en ‘Champione FC T’. De fanfare speelde ‘Eenmaal zullen wij de kampioen zijn. FC Twehente, FC Twehente.’ Ik was daar op uitnodiging van mijn mailvriend Y., lid van de Vrije Republiek Twente. Wat zou ik zeggen, dacht ik opnieuw. De riedel van ‘Deurdonderen’ oefende ik alvast in, dat was toch van die jongens van Normaal uit de streek: ‘Word es wakker zootjen tuig, wie doet’ t niet sloom, wie doet ’t ruig’. Wat zou dat een rake binnenkomer zijn!
‘Nou, geef mij maar een neut’, probeerde ik vervolgens al lachend tegen de eerste kelner die ik op de Oude Markt tegenkwam. Hij staarde me aan. Ik schudde nog een andere Hollandse klassieker uit de losse pols: ‘Waar blijft die polonaise toch?’ Gelukkig redde Y. me uit de nood. Uit de boxen schalde de hele tijd ‘Working on a dream’ van Bruce Springsteen, één van mijn favoriete zangers uit de jaren zeventig, de mooiste schorrescheurstem van de rock’-n- roll. ‘Prachtig niet’, sprak hij: ‘Dit wordt de nieuwe song van FC T, om het beleidsplan rond voetbal, ambiance en solidariteit van een moderner snoertje te voorzien.’ Voetbal, ambiance en solidariteit, stamelde ik.

Toegegeven, zonder sympathieke steek los ware het niet mogelijk geweest om ‘Kan Voetbal de Wereld Redden? Pleidooi voor ambiance en solidariteit’ in januari 2004 als uitgave te lanceren. Het is een cultboek geworden: vrijwel niemand heeft het gekocht en de overschotten verdwenen snel naar de Slegte of versnipperden in de meedogenloze papierdraaier. Ik ging voortaan als halvezool door het leven en de publicatie werkte in weldenkende intellectuele en snobistische sportjournalistieke kringen voornamelijk op de lachspieren.
Maar ziet, daar verscheen Y. op het toneel. Een Zwitser die een Enschedese schone was gevolgd. Zij haalde het boek van onder de spinnenwebben in de plaatselijke bibliotheek en hij kreeg op zijn beurt een klap van de molen. Een citaat van Nelson Mandela over voetbal greep hem zo naar de keel dat hij besloot om ineens, uit het niets, drie exemplaren te kopen. Eén ervan schonk hij aan zijn Ierse gabber Jack, een tweede overhandigde hij op een supportersavond aan de toenmalige trainer Rini Koole en voor het derde trok hij zijn stoutste schoenen aan. Het was niet voor niets Sinterklaasavond, vijf december 2004. Hij raapte al zijn moed bij elkaar, bood zich aan bij de balie van een krantengroep en overhandigde het aan de verbaasde receptioniste. Met een boodschap voor haar baas, ook de nieuwe voorzitter van FC Twente, ene Joop Munsterman: ‘lees en voer uit’! Of daaromtrent. Enige tijd later pronkten de Tukkers met een bizarre slogan: voetbal, ambiance & solidariteit! Munsterman sprak later tegen Y.: ‘Bij voetbal denk ik aan N’kufo, bij ambiance aan mezelf en bij solidariteit aan jou.’
Y. is van opleiding fysio-therapeut, leerde Twentenaren in avondcursussen de geneugten van de taal van Molière en rijdt vandaag als postbode – facteur – rondjes in de binnenstad van Enschede. Intussen draait zijn creatieve brein op volle toeren en steunt hij de initiatieven van ‘Scoren in de Wijk’ in Twekkelerveld, de natuurlijke biotoop rond het stadion. Na afloop van de wedstrijd staken Y. en ik met duizenden fans de kartonnen kampioenenschaal de lucht in. We knepen elkaar in de wang, sloegen elkaar op de schouder en voerden een slecht gesynchroniseerde – lees mislukte – high five uit.
Op voorspraak van Y. ontving ik de gratis identiteitskaart en het lidmaatschap van de Vrije Republiek Twente. De beweging huist in het Café Jansen & Janssen en noemt zichzelf een ‘vrijplaats zonder grenzen voor vrije geesten. Het is de tijd dat we in de benen komen en zelf het heft in handen nemen. We zijn nergens tegen. We zijn voor! Voor leuke mensen, voor feesten, voor een goede bak, maar vooral voor Twente!’
Joop Munsterman voegt zich in het rijtje van Joan – Més que een club – Laporta van FC Barcelona, Peter – More than a club – Lawell van Celtic Glasgow en Corny – Viva St. Pauli! Freiraum Fussball – Littmann van FC St. Pauli. Dit zijn de innoverende voorzitters van de 21 ste eeuw, die het voetbal een nieuw gezicht hebben gegeven. Dat van het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat van voetbal, ambiance en solidariteit! Kan voetbal de wereld redden?
Munsterman wil ooit Bruce Springsteen laten optreden op de Grolsch Veste, fluisterde Y. me bij wijze van afscheid samenzweerderig toe.
Working on a dream! Ik schrijf een nieuw boek met The Boss, dacht ik. Eindelijk een kaskraker.

Is dit verhaal waar of niet? Wat denkt u? De eerste inzender met het juiste antwoord trakteren we op een boer’njongen en op een kampioenensjaal van FC Twente. Tenminste, dat moet er toch wel afkunnen, beste vrienden Tukkers?