Café Stoeterke. Met de bal naar het carnaval. Ik herinner mij de hete nachten van die wonderbaarlijke Mexicaanse Mundialzomer van 1986. Ik beleefde ze vanuit mijn favoriete bruine kroeg Stoeterke in een Kempens dorp met de oudste carnavaltraditie van het land. Na de spectaculaire zeges van de Rode Duivels tegen Spanje en de Sovjet-Unie boemelden we voor de derde helft met honderden door de straten. We zongen, dansten, toeterden en dronken. Getooid in pruiken, beschilderd met roodzwartgele strepen op onze smoezelige smoelen en onze al wat minder fris ruikende monden mompelden het malste voetballiedje aller tijden: olé, olé, olé, olé! Op het carnaval van de bal. En we gooiden er de polonaise uit. Op het marktplein, in de hitte van de nacht. Twee jaar voor Oranje-aanvoerder Ruud Gullit en duizenden dolle Nederlanders op het EK van 1988.
Een vraag graag, eentje in de sfeer der bonte quizavonden. Waar werd de eerste voetbalpolonaise gehuppeld?
Bij de ongzen, wij waren dus de eersten, en dàt wàren we.
Daaraan dacht ik toen ik deze week zag dat Ruud Gullit, als voorzitter van de The HollandBelgium Bid, mee het Cruijff Court in Hillbrow in Johannesburg opende. En nadien met Zuidafrikaanse schoolkinderen de polonaise danste. Bekijk het op You Tube.

Tweede opgave, een makkie: wist u dat deze Gullit in zijn glorietijd zijn Gouden Bal als Wereldvoetballer van het Jaar (1987) symbolisch aan Nelson Mandela schonk, op dat ogenblik de beroemdste gevangene van de apartheid? The Dutch Dreadlock bekeerde zich tot het rimte van de reggae, de muziek uit de buik van de onderdrukte mens, de hartslag van de Afrikaanse slavencultuur in Jamaica. Hij zong de song South Africa in de muziekband Revelation Time. Bekijk het op you tube, bis.
Deze was een weggevertje.

Nog eentje, denkt u even door: mocht u ooit bevroed hebben dat ene Gandhi, Mahatma ruim een eeuw geleden aan de basis heeft gelegen van de sociale voetbalgedachte? In het Zuid-Afrika van toen! Eenmaal, andermaal: u wist het niet!
Ik zal het u vertellen.

Futebal! Futebal! De ultieme vondst voor de jonge Mahatma Gandhi. Hij broedt al jaren op een middel om de vernedering te vereffenen die hij bij zijn komst in Zuid-Afrika incasseert. Die winteravond in 1893 zet een hardvochtige blanke controleur hem uit de trein. Hij heeft betaald voor eerste klasse maar vliegt toch naar derde, vanwege zijn donkere huidskleur. Indiërs horen niet thuis in de wagons van de blanke elite. Rajendra Chetty schrijft in haar boek Hundred years of Indian Sport: ‘So Gandhi spent a bitterly cold night in the station waiting room.’ Het betert er niet op want tijdens zijn gedwongen tocht met de bus laat een blanke vrouw hem op het dak zetten. Vervolgens protesteert ze omdat ze zijn benen over de rand ziet bengelen. De jonge advocaat weigert het gevecht met de discriminatie te verliezen. Het geloof wakkert aan als hij het futebal ontdekt. Gandhi voelt de positieve vibratie tijdens de wedstrijden en hij voert van dan af zijn gerechtvaardigde oproepen tegen discriminatie op met behulp van het voetbal. Hij sticht pacifistische leefgemeenschappen in Durban, Pretoria en Johannesburg en vormt overal voetbalclubs onder de naam Passive Resisters, vrij te vertalen als de ‘geweldloze weerstanders’. Hij voert het woord tijdens de pauze en vuurt de fans aan om hem te steunen in zijn strijd tegen het racisme. De Passive Resisters doorkruisen in Gandhi’s gezelschap het land en steunen hem tijdens zijn demonstraties. In het boek The Rainbow Game. A Random History of South African Soccer schrijft Jack Blades: ‘Gandhi believed that team work inspired loyalty and that healthy bodies made healthy minds.’ Gandhi wordt in 1903 verkozen tot woordvoerder van de Transvaal Indian Football Association (TIFA). De TIFA speelt een cruciale rol in de verspreiding van de boodschap: futebal als verzetsmiddel tegen de segregatie. In 1895 schrijft de conservatieve en nationalistische regering van Zuid-Afrika de zogenaamde Group Areas Act uit: de voorloper van de apartheid. Het liberale blad Drum toonde, in een historische terugblik in 1998, aan dat de voetbalgemeenschap zich destijds niet liet splijten in gescheiden werelden op basis van huidskleur: ‘The Nationalist Government failed in its objective to divide the mass footballing community.’ Futebal verspreidt zich als een lopend vuurtje en zet de politieke druk om het op raciale basis te organiseren een neus. De Sam China Cup symboliseert deze gunstige tijding. Ze wordt in 1903 opgericht door de gelijknamige Indische zakenman. Zijn doelstelling: een veelkleurig nationaal voetbaltoernooi. De geschiedenis herhaalt zich: de elftallen worden, ondanks de populariteit, gedwongen tot reizen in een inferieure wagon. TIFA stuurt advocaat Gandhi naar de rechtbank. Met een briljant pleidooi nagelt hij de spoorwegen aan de schandpaal en wint de zaak. Van dan af vraagt hij vreedzaam protest tegen de discriminatie. Hij eist geweldloosheid. De volgende zeven jaar worden duizenden Indiërs gevangen gezet, in elkaar geslagen en vernederd. De gewelddadige tegenreactie blijft uit en onder druk van de publieke opinie wordt het regime in 1913 tot onderhandelingen gedwongen met Gandhi’s gemeenschap. Die houdt zich intussen staande dankzij het alsmaar uitdijende toernooi om de Sam China Cup. Passive Resisters, futebal, futebal!

En zo legde Gandhi dus ruim honderd jaar geleden al de kiemen van soccer & solidarity in Zuid-Afrika. U weet het nu. Ruud Gullit trad destijds in 1987, met zijn Gouden Bal, en vandaag, met Hillbrow, in zijn voetsporen. Dat wist u reeds. Maar onthou toch vooral deze: die polonaise was wél eerst van ons, daar in het bruine carnavalscafé Stoeterke.

Advertenties

I ens podrem alliberar – L’Estaca – Ooit zullen we (be)vrij(d) zijn

Verkiezingskoorts in Barcelona. Op 13 juni 2010 neemt president Juan Laporta na zeven jaar en twee termijnen afscheid. Wie volgt hem op? Wat gebeurt er met zijn erfgoed? Dat van Més Que un Club oftewel Cruijff, Catalonië, Unicef zoals hij het zelf in een oneliner heeft gevat. Lees: de kunst van het voetballen; zelfbewuste identiteit; solidariteit met de wereld.

Futbol Club Barcelona. Dit is het land van de socio’s. In dit huis vol tegenstellingen hangt een levendige traditie van gezwollen en opgewonden democratisme. Zijnde de overtreffende en op de den duur onhandelbare trap van democratie. Zet twee Barcelonista’s bij elkaar en er ontspringen bliksemsnel drie meningen. Slechts over één zaak is iedereen het met elkaar eens: Real Madrid deugt niet. Voetbal is sinds de oprichting van FC Barcelona in 1899 een geaccepteerd onderdeel van de Catalaanse cultuur. Aldus het fiere naslagwerk Barça Centenari d’ Emotions 1899-1999. Men zet er de voetballer van oudsher op een sokkel als ‘de man die magie maakt met zijn voeten.’

De Eleccions 2010 – een tiental kandidaten biedt zich aan – vallen ongeveer samen met de 25 ste verjaardag van een ander belangrijk, inspirerend moment. Het heeft de hele generatie rond Laporta beïnvloed.

Ik wandel door het museum van Camp Nou en lees over muzikale live-optredens van Pink Floyd, Bruce Springsteen en U2. In de lijst prijkt ook de voor buitenstaanders minder bekende naam Lluis Llach.

6 juli 1985 is een begrip in het Catalaanse collectieve geheugen: 6 De Juliol de 1985. Die dag voerde Lluis Llach zijn Camp del Barça op. Een optreden vol ontroering, hoop en humor in Camp Nou. Meer dan 100.000 Barcelonista’s zongen, dansten en lachten, de aansteker zwaaiend in de lucht zoals het bij goede concerten van historische aard betaamt. Llach construeerde zijn song L’Estaca tot de extase van de avond, zorgvuldig en toch spontaan. L’Estaca is een lied voor smeltende harten en rijzende vuisten, geconcentreerd rond dat onvergankelijke zinnetje I ens podrem alliberar. Ooit zal de vrijheid ons deel zijn! Lluis Llach schreef het in het toepasselijke jaar 1968. L’Estaca betekent letterlijk ‘de staak’, een ‘sta-in-de-weg’, de laatste rottende stut onder de dictatuur. En als we er samen tegen duwen, dan zal hij vallen: segur que tomba, tomba, tomba. Dit refrein werd in de vroege jaren zeventig uit volle borst gebruld na politierazzia’s tegen uitingen van de Catalaanse identiteit. Het is meer dan een kritische knipoog naar het wrede regime vol realpolitik van de Spaanse verdrukker Franco (1939-1975). Llach trad toe tot de muzikale beweging Nova Canco (het nieuwe lied) en ijverde voor politieke democratie, mensenrechten en de Catalaanse cultuur.
L’ Estaca roept op tot solidariteit en is vermomd als kreet uit het hart. Tot vandaag symboliseert het canto de Catalaanse – en wereldwijde – strijd voor de vrijheid. De meest fascinerende versie van L’Estaca bracht Llach dus ten gehore bij zijn Camp del Barça, nadien gevat in een sublieme, gelijknamige dubbelelpee.
Hij stond alleen met zijn gitaar, unplugged, op het podium tegenover 100.000 onzichtbare mensen in de duisternis en schommelde tussen emotionele uitersten. Eerst was er de onzekerheid, hij zong aarzelend over ‘opa Siset’ die de kleine jongen vertelde over ‘de staak die het volk de handen bond’. Bij het refrein ‘tomba, tomba, tomba’ barstte het publiek los. Dan kwam de droefheid over de dood van ‘opa Siset, die niet meer sprak’. Zijn laatste boodschap aan de jongen klonk: ‘als we samen duwen, dan breekt de staak’. Op het gelaat van Llach verscheen de lach, van het geluk, gevolgd door het breekbare zwijgen. Om dat unieke moment in de tijd te vatten: een koor van 100.000 culés neuriede zonder begeleiding in een betoverende atmosfeer die ene voor elk leven noodzakelijke slotzin I ens podrem allibar.

In Barcelona wordt deze strofe omarmd. Ook door de groep rond Juan Laporta, de oppositionele supportersbeweging L’Elefant Blau. Een uniek moment in de verzakelijkte voetballerij: De Blauwe Olifant won in 2003 de verkiezingen met de slogan ‘Barça Eerst!’ Laporta loodste het instituut door stormachtige tijden. De juridische raadsman van Cruijff genoot omgekeerd van diens advies en kreeg snel de dolende club terug op de rails. L’Elefant Blau hunkerde naar financiële transparantie, een herkenbare frivole spelstijl, het herstel van de sociale en Catalaanse tradities: de oude waarden van het Barcelonisme.
Dat bezingt de ode aan het elegante Cruijffiaanse voetbal, herkenbaar van Latijns-Amerika tot in China. Gebaseerd op de driehoekjes van de jeugdacademie La Masia: de bal is altijd sneller dan de man. De club draagt met een uitgekiende marketingstrategie haar visioenen uit op mondiale schaal.
Via de Fundacio die in Catalonië sociale activiteiten lanceert ter ondersteuning van de eigen samenleving: voetbalshops voor kinderen uit achtergebleven buurten, sponsoring van literaire evenementen in de intellectuele scene. Door het sponsorcontract met Unicef: 0,7% van de algemene inkomsten worden besteed aan opvoedkundige sportprojecten van het netwerk Xarxa Internacional de Centre Solidaris: sport, educatie, gezondheid en aanleren van levensvaardigheden, lichaamsbeweging en taal en wiskunde in kansarme gebieden van Rwanda tot Mexico. Juan Laporta reisde de wereld rond ter promotie van ‘Barça’s burgerschap’. De blaugrana veroverden ook de harten met het Futebal Arte.

Ik verlaat het museum en kijk naar de slogan op de tribune: Més Que un Club!
Het is de openbarig van een nieuwe voetbalfilosofie: Cruijff, Catalonië, Unicef. Vanzelfsprekend zijn vele Barcelonista’s van oordeel dat alles voor verbetering vatbaar is en nemen ze de uittredende president op de korrel. De geschiedenis zal oordelen!
En zo werd dat éne zinnetje een gemoed, een denkbeeld, een dictaat. Het spookt onophoudelijk door mijn hoofd. Het komt uit L’Estaca: I ens podrem alliberar.