RAF WILLEMS: URUGUAY 1930: HEMELSBLAUWE WERELDKAMPIOEN DANKZIJ ZWARTE CARNAVALSPRINS

juli 7, 2010

‘Elke keer als Uruguay een interland speelde, hield het land de adem in. De politici, zangers en marktkramers zwegen. De geliefden stopten met het bedrijven van de liefde.’ (Eduardo Galeano, schrijver-mensenrechtenactivist-voetbalfan)

José Leandro Andrade (1901-1958) jongleert met de wereldbeker. De beste speler van het ogenblik haalt lachend de gekste kunsten uit. De cup is in veilige handen bij hem. Hij is de dansende artiest van het voetbal. 30 juli 1930, Montevideo: Uruguay- Argentinië 4-2, 100.000 mensen in het Estadio Centenario, een verwijzing naar een eeuw onafhankelijkheid.
Zouden Andrades altijd ondeugdende bedenksels ook José Batlle y Ordonez bevatten? Gunde hij de voormalige president van Uruguay een gedachte? Zijn vrijdenkende ‘vriend’ overleed in 1929. Hij mocht de grootste triomf van zijn politieke erfgoed – een sociale welvaartstaat; sport als opvoedkundig instrument; een kleurrijk nationaal voetbalteam als identiteitsdrager voor zijn land – niet meer beleven. Batlle regeerde volgens de principes der Verlichting – liberaal én sociaaldemocratisch – en is de enige geweest waarvan hij, de anarchistische Andrade, een controlerende hand accepteerde. Samen maakten ze tussen 1915 en 1930 van Uruguay het voetbalepicentrum van de wereld.
The Purple Land, zo getypeerd door de Engelse schrijver William Henry Hudson, wees als eerste natie de slavernij naar de verdoemenis.

‘Andere landen hebben hun geschiedenis, Uruguay heeft zijn voetbal’. Dit gezegde heeft hij – José Leandro, zoon van een Argentijnse dienstmeid en een onbekende Afrikaanse vader – een gezicht gegeven. De regering Batlle promootte het voetbal als middel voor sociale cohesie, integratie en democratisering via sportstimuleringsprogramma’s – ley para al desarrollo de los deportes atlético nacionales – en het aanleggen van speelpleintjes in kansarme wijken – plazas de deporte – voor de gekleurde creeolse straatjeugd. Het legde de basis voor het succes van het hemelblauwe nationale elftal: celestes. Met openheid in de selectiepolitiek: ook zwarte afstammelingen van slaven kregen hun plaats, tot woede van de andere Zuidamerikaanse landen. Met de dynamiek van het onverwachte, de briljante improvisatie, het zigzaggende en met schijnbewegingen doorspekte optreden. Als gevolg van urenlange oefening in beperkte ruimte op straten en stranden. Uruguay zal Brazilië de weg wijzen dankzij het creatieve pase corto der Celestes. In zijn gezelschap, hij, de dansende grootmeester Andrade, zo goed als onklopbaar: Copa America in 1923, 1924 en 1926; Olympische Spelen in 1924 en 1928 en Wereldbeker in 1930.

Dacht José Leandro Andrade op dat moment terug aan zijn kindertijd in de barrio Palermo waar zwarten en Italiaanse immigranten door elkaar leefden? Het huisje was zo benepen dat moeder met haar twee dochters in hetzelfde bed sliep en hij met zijn broer op de grond. Hij liep elke dag vier kilometer naar school, met de lappenbal aan de voet. Hij lachte vertederd als hij weer zijn moeder met hem de tango zag dansen. Naast drums bespeelde hij ook piano en snaarinstrumenten. Voetbal was voor hem pure ontspanning, dan liever de ambiancewereld! Het leukste vond hij toch, in 1921, de verkiezing tot voorzitter van de Libertadores de Africa, een carnavalsclub met een hoog black powergehalte. Brachten zij niet de beste attractie in de stoet van 1922 en scoorden zij niet de carnavalshit van 1923? Hij verzuimde de trainingen van de Celestes, ze lachten wat af bij de repetities van de Libertadores. Toch werd hij hét fenomeen van de Spelen van 1924. Hij grijnsde bij de herinnering aan Parijs. Als enige ‘zwarte’ voetballer van het toernooi floreerde hij met zijn technisch vernuft en atletische elegantie. Ze riepen hem uit tot beste van de Olympiade, dat betekende dus van de hele wereld. Het Franse publiek liet zich impalmen door zijn danskunst. Hij, José Leandro Andrade – le merveille noire – werd het mannelijk antwoord op Josephine Baker. Tangodanser, muzikale duizendpoot en sekssymbool. Daar was de geur der geparfumeerde liefdesbrieven! En hoe prikkelde zijn romance met Lily Reverdy, de vedette van de Moulin Rouge, de sensatiepers! Maar toen, toen doken er symptomen op van de gevreesde ziekte: koortsaanvallen, vermageringsverschijnselen en gezichtsverlies. De diagnose in dat Brussels ziekenhuis, na een demonstratiematch, klonk verontrustend: syfilis! Toch nog even snel de hoofdverpleegster ‘beïnvloed’. Ze heette Elizabeth, wat liet ze zich gemakkelijk verleiden. Ze begonnen het beu te worden in Montevideo. Die vervelende voetbalbond sommeerde hem om terug te keren tegen de Copa America van 1926. Het zou hun keer niet wezen. Hij stapte van de boot in een groen kostuum, met zijden sjaaltje, modieuze hoed, handschoenen en wandelstok. President Batlle overtuigde hem de schoenen aan te trekken, zonder hem wonnen de Celestes amper een match, hij maakte lekker misbruik van dit gegeven. In de de strijd om America schitterde hij als vanouds: de Copa blonk terug in Montevideo. Hij bleef opzettelijk botsen met clubleiders en trainers. De nachttenten waren hem liever dan het voetbalveld. In de sjieke Royal Dancing Club trad hij elke vrijdagavond op als ‘senor presidente’ van de tango.

In 1928 schreef hij een apart scenario. De boot met de Celestes was reeds vertrokken, als hij zich uiteindelijk toch liet overhalen om deel te nemen aan de Olympische Spelen van Amsterdam. Even een relletje schoppen ter plaatse: op avonden voor wedstrijden op de foto. Breedlachend, mét flessen Bols onder en blonde meisjes in de arm. In de dubbele finale (1-1, 2-1) tegen het favoriete Argentinië blufte hij, met inzicht en kunde, de aartsrivaal af. De officiële ontvangst op de ambassade kon hem gestolen worden. Hij spoorde meteen door naar Parijs, op zoek naar de vriendinnen van weleer. Terug in Montevideo bracht hij eindelijk zijn droom in vervulling: een eigen café, Dancing Scala, een biercabaret dat niet meteen op een goede naam teerde. Hij verzaakte aan de oefenstonden richting wereldkampioenschap, maar uitblinken zou hij. In de beslissende fase: tijdens de halve finale en in de eindstrijd tegen Argentinië. Op 30 juli 1930 torende hij, José Leandro Andrade, hoog boven iedere andere voetballer uit. Jonglerend met de beker. Montevideo is definitief de hemelsblauwe hoofdstad van het wereldvoetbal. Met een zwarte carnavalsprins als heerser.

‘Aan de voeten van de eerste Uruguayaanse balvirtuozen ontstond de tokkel: de getokkelde bal, alsof die een gitaar, een bron van muziek was.’
(Eduardo Galeano)

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: