FC Utrecht speelt tegen Celtic Glasgow in de Europaleague. Het voorbije decennium ontving de Schotse club niets dan lof voor haar ‘prettig-gestoorde-supportersstijl’. Van Barcelona tot Villarreal, van Lissabon tot Milaan, van Manchester tot München.

Ik ontmoet Jim Kerr (1959) op 6 november 2008 in de bar van een Antwerps hotel. De zanger van rockband Simple Minds – ontstaan in 1979 – is een verspreider van de zogenaamde Celtic Spirit: aanvallend voetbal; muziek met een melancholische én heupwiegende tik; zelfspot; lotsverbondenheid met de zwaksten in de samenleving. Die filosofie wordt overgedragen van vader op zoon. Jim Kerr, vertolker van geëngageerde songs als ‘Belfast Child’ en ‘Mandela Day’, is het kleinkind van een katholieke Ierse immigrant en volgde aan de hand van zijn vader van zijn zevende af de wedstrijden van Celtic. Kerr Senior, een overtuigde socialist, verduidelijkte hem de waarden achter de beroemde groenwitte Hoops (strepen op het shirt). Jim Kerr putte uit Celtic de inspiratie voor muziek, engagement en leven. En voor zijn songs: weemoedig, psychoanalytisch, maatschappijkritisch en tegelijk swingend. Een vertelling, in het gezelschap van een Baileys-likeurtje.

‘Gorbals. Glasgow. De armste wijk van de stad. Daar staat mijn familiestamboom. Ik groeide er op tussen de kinderen van Ierse immigranten en katholieke Highlanders. Harde tijden. Zij zochten werk op de scheepswerven en in de fabrieken. Celtic Football Club was prominent aanwezig in het leven van mijn familie, van generatie op generatie. Mijn grootvader werd meegenomen door zijn oom. Die moet er dus vanaf het begin bij zijn geweest, in 1888. Mijn vader bracht me voor het eerst naar Celtic Park in 1967. De hoogtijdagen van Real Madrid waren net voorbij. Fuck them! Wij baalden van Real. Mijn vader legde me uit waarom: Real genoot de steun van de Spaanse dictator Franco. We haatten onderdrukking omdat we die zelf aan den lijve ondervonden in Glasgow. Racism was everywhere against the Irish. We stood up for our rights! Wie met een Ierse achternaam door het leven ging, of van een katholieke school kwam, kon het schudden, stond onder aan de ladder en kreeg in het beste geval de slechtste banen. In onze songs riepen we het ideaalbeeld op van Ierland en sympathiseerden we met de rebellie. Zo ontstond er een schizofrene situatie. Ik ben Schots, geworteld in Ierland. Ik ben onzeker over mijn lot. Mijn regering zit in Londen maar is niet direct vriendelijk voor mij. Mijn voorouders sloegen op de vlucht uit hun vaderland voor het hongerdrama – the famine – in het midden van de negentiende eeuw. Dus wie ben ik? Eén ding nam onze twijfels weg: Celtic Football Club! Daar voelden we ons thuis. We noemden het stadion Paradise. We vonden onszelf en we wisten op die wijze wèl wie we wilden zijn. With Celtic, we know who we are! Ik ben een Celt en Celtic Minded: we hebben een band met Schotland, Ierland, Wales maar ook met Bretagne en delen van Spanje. Het is een gevoel, een vertelling. Over verleden, eigenheid, rechtvaardigheid, muziek, melancholie, humor en feest. We just want to celebrate! In het stadion, in de pub, op straat. Ik juich de keuze van de oprichters van de club toe om haar Celtic te noemen: verwijzend naar de brug die men wilde bouwen tussen Ierland en Schotland, tussen nieuwkomers en mensen die er al woonden. Celtic was different: to build an identity for the Irish community, to give charities to the poor and to build bridges with Scotland. Open to all! De geschiedenis van het oude Celtic stoelde op een politieke ondertoon: we bouwden de Labour Party mee uit. Celticfans steunden de sociaaldemocratie. Rangers Football Club gold – en geldt – als het huis van de conservatieven. De oude socialistische generatie van Celtic houdt nog steeds niet van sponsorrelaties met een multinational. Barack Obama, a black man was voted! In de jaren zestig steunden we de Kennedy’s – John en Bobby, beiden vermoord om hun sociale en antiracistische standpunten – en vandaag leeft er een gevoel voor Obama. We steunen de underdog omdat we zelf altijd underdog zijn geweest. We begonnen als een ‘charityclub’ en momenteel zijn we een ‘Public Limited Company’. Dat geeft opnieuw een schizofreen gevoel, want het is ook pure business tegenwoordig. Celticfans kiezen voor beide: meedraaien aan de Europese top en tegelijk hebben we een zucht naar basisdemocratie. Onze shareholders zijn ook emotionele supporters. Celtic PLC zal een van de weinige bedrijven in de wereld zijn waar mensen geen aandelen kopen om winst te maken, maar uit emotionele overwegingen. Ik ben één van die shareholders-supporters. We identificeren ons volledig met Celtic. Je kunt veranderen van vrouw, van politieke partij, van geloof, maar niet van clubkleuren. Wij zijn gulzig en willen alles: het behoud van onze sociale tradities en één van de rijkste clubs ter wereld zijn. Celtic is een cultureel fenomeen. Celtic Football Club has changed the life of the Irish community. I do think so! Mijn ouders en grootouders leefden in extreme omstandigheden. De club bood een houvast. Ik haalde zelfvertrouwen en lef uit het grote Celticteam van mijn jeugd: dat van coach Jock Stein en van dribbelaar Jimmy Johnstone, tussen 1965 en 1975 a big name in European football. Ze speelden als eersten ‘totaalvoetbal’, nog voor de Nederlanders het deden, maar ze voerden het op in een chaotische versie. Celtic was creatieve chaos. The Celtic Way of Football: to entertain the people! Aanvallen met passie. We houden er niet van als we moeten knokken om een punt te pakken. We speelden met wingers. Iedereen viel aan, onze voorstopper maakte goals en onze linksachter was dribbelvaardig. Celtic was making us so proud then. Glasgow was a city of crime. No future, really no future! But we had a team! Celtic schonk ons de durf en vastberadenheid om met een muziekband te beginnen. Door Stein en de spelers, allen uit een straal van 40 kilometer rond Celtic Park, voelden we ons sterk genoeg om door te breken. We werden Simple Minds!
De muzikale invloeden bij de fans, fantastische zangpartijen, spruiten voort uit onze Ierse achtergrond en uit de vermenging van folk, pop en rock. Celebrating is part of our culture: we sing, we dance, we party, we laugh, we drink! It’s a vibe! Wij aanvaarden verlies, met een lach en een traan. It’s part of our nature. Wij doen het anders, op onze wijze: vredelievend, humoristisch, met zelfspot. We go to celebrate.
Eén van mijn mooiste muzikale belevenissen vond ik in mijn samenwerking met Jimmy Johnstone, de beste voetballer uit onze geschiedenis, onze held op het einde van de jaren zestig, de Johan Cruijff van Celtic. It’s a sad story.
Hij gedroeg zich op het veld als een soort Charlie Chaplin. Deed onverwachte dingen, bracht het publiek aan het lachen en draaide tegenstanders dol. In de laatste jaren van zijn leven leed hij aan de vreselijke spierziekte Amyotrofische Lateraal Sclerose (ALS). Ik wist dat hij een goede zangstem had en bood hem een benefietopname aan. Samen met Charlie Burchill, de gitarist van Simple Minds. Jimmy antwoordde: ‘Jij kan toch niet zingen, Jim?’ Hij kwam aanzetten met een nummer van Bon Jovi. Ik wees dat voorstel onmiddellijk van de hand. We kozen uiteindelijk voor de traditional ‘Dirty Old Town’. Ik wijzigde een zin in ‘I saw Jimmy Johnstone set the night on fire.’ We scoorden een tophit en het nummer werd gezongen in het stadion. De opbrengst stonden we integraal af aan de organisatie die wetenschappelijk onderzoek verricht naar de ziekte. Ook dat typeert Celtic en zijn fans. We delen graag. We steunen mensen die in de ellende zitten. We zetten nog steeds veel solidariteitsacties op, in Glasgow en in de wereld. Spontaan of georganiseerd. Ik ben zo blij dat we dit gedaan hebben, zodat ook ik kan zeggen: ‘Ik heb nog met Jimmy Johnstone gespeeld’. Het gaf me hetzelfde gevoel als bij de organisatie van de Mandela Day. Ziedaar mijn twee jeugdhelden: Jimmy Johnstone en Nelson Mandela. We became Simple Minds, dankzij de inspiratie van Celtic Football Club.’

Kent u Piet den Boer? U kent hem niet? Hij is nochtans een rasechte Rotterdammer. Ik zou zelfs meer zeggen: geboren en getogen in de wijk Sjaarloos, Charlois. U weet, dat zijn de mannen van stavast! Piet (1958) begon daar lekker te voetballen bij de amateurs van de Charloisse VV, een fiere vereniging die pas na 100 jaar de geest gaf. Het spiedend oog van Excelsior Rotterdam kreeg hem in de gaten. Op Woudenstein leerde hij de roodzwarte song ‘Ferme jongens, stoere knapen’ uit het hoofd en kopte en knalde en passant 26 potten in 34 wedstrijden binnen: topschutter Eerste Divisie én promotie via play-offs in 1982. Compleet onverwacht verkoos Piet de Belgische tweede klasse boven de Nederlandse eredivisie. Het contract van KV Mechelen deed de bankier-in-spe watertanden. De geelrode traditieclub werd overgenomen door het telecombedrijf Telindus van John Cordier. Den Boer beleefde zeven vette jaren: titel in tweede in 1983 en, onder coach Aad de Mos, de Belgische beker (1987), de Europacup voor Bekerwinnaars (1988, tegen Ajax), Europese Supercup (1988, tegen PSV) én landstitel (1989). Mét vrijwel steeds Piet in de hoofdrol: 88 doelpunten in 213 matchen, én op de juiste plaats in de finales van Belgische en Europese beker. Het enige doelpunt van die match schreef Den Boer telkens op het conto. Scoren tegen Ajax Amsterdam (1-0) in Straatsburg, mei 1988? Ha, nu herinnert u zich plots Piet den Boer! Het volstond niet voor Rinus Michels om hem op te nemen in de selectie voor het EK 1988, al stond hij vanzelfsprekend na Johnny Bosman en Marco van Basten in de pikorde. Terwijl zong hij uit volle borst en trots het lied van de ‘Malinois’: ‘de club zal zegepralen, ’t is de club van geel en rood, trotseert de hinderpalen, door dapperheid in nood’.
Dat belette hem niet om in 1990 een toptransfer te realiseren naar Bordeaux en prompt veertien treffers aan te tekenen en met de Girondins tweede van Frankrijk te worden.
Den Boer bleef ‘hangen’ in Belgie en tilde als intussen ‘eeuwige Mister Malinois’ – en ook met kennis van zaken vanuit het bankwezen – zijn in zware financiele troubles verkerende lievelingsclub in 2003 mee uit het moeras.
Vijf jaar later aanvaardde hij het ambassadeurschap van ‘Hattrick’, het Open Stadionproject dat de gezworen levensbeschouwelijke rivalen KV – in 1904 ontstaan uit het katholicisme – en Racing – in hetzelfde jaar geboren uit de liberale vrijzinnigheid – met elkaar delen.
Hij raakte gecharmeerd door het Nationale G-Voetbaltoernooi van de Nederlandse Coaches Betaald Voetbal, waarbij jonge spelertjes met een beperking van overal te lande komen om samen te voetballen onder het motto ‘voetbal is van iedereen’. En dat is het! Op 28 juli presenteerde hij met zijn team de eerste editite van Football Kick-Off. Verschillende toptrainers en clubiconen gaven gehoor aan de oproep om 16 ploegen en bijna 200 spelers te begeleiden.
Piet den Boer keek na afloop ‘moe maar tevreden’ terug op het geslaagde initiatief. Hij gelooft in de positieve kracht van het voetbal en hoopt op meer sponsors en deelnemers voor de volgende aflevering. ‘Football Kick Off moet een nationaal evenement worden in de agenda van het Belgische voetbal.’ De wens is vaak de vader van de gedachte. Men gelooft iets omdat men wil dat het zo is. Hij bracht deze doelstelling meteen in de praktijk: ‘Met Football Kick Off wint iedereen!’ Een Mechelse Rotterdammer als boegbeeld van het Belgische G-toernooi: u kent hem nu wel. De naam is Den Boer, Piet den Boer.