Werder Bremen is in de volgende twee duels van de Champions League de tegenstander van FC Twente.

Wandelen in het stadscentrum van Bremen. Achter het stadhuis: de vier Bremer Stadsmuzikanten, zijnde de verstoten dieren haan, kat, hond en ezel uit het sprookje van de gebroeders Grimm. Vrolijke gestoordheid want ze hoopten als muzikant aan de slag te kunnen, terwijl ze niet konden zingen. Ze vonden toch een warm welkom in de voormalige vrije stadstaat onder de vleugels van de Bremische Bürgerschaft en oefenden er probleemloos hun ‘beroep’ uit. Het ‘gejengel’ was niet om aan te horen maar niemand die er zich aan stoorde.
Men passeert het door de UNESCO in de lijst van het Werelderfgoed opgenomen plein voor het Bremer Rathaus: gotische architectuur uit de veertiende eeuw met een groen dak. Over het stadhuis: het enorme standbeeld van Roland, de ridder die sinds 1404 waakt over de zelfstandigheid van Bremen.

Wandelen van het stadscentrum naar het stadion. Men vertoeft in de straatjes met de namen van Salvador Allende, Imre Nagy en JF Kennedy. Democratisch verkozen president van Chili, vermoord (1973) door fascistische militairen. Hervormingsgezinde premier van Hongarije, geëxecuteerd (1958) door stalinistische geheime dienst. Bewoner van het Amerikaanse Witte Huis, neergekogeld (1963) door een gevaarlijke gek. Ze deelden het geloof in de rechten van de mens. Bremen eert zijn wereldwijde inspiratiebronnen.

Wandelen rond het stadion van Werder. Men kijk naar de romantische rivierbocht van de Weser. Naar Café Sand aan de overkant, de kroeg van de zomerliefdes. En naar de burgershuizen in Art Deco. Werder werd gesticht in 1899 en de naam verwijst naar ‘weerd’ of ‘waard’: een vlakland in een waterlopengebied. Zo ziet de omgeving er nog steeds uit.
In het negentiende eeuwse landschap van het Park Hotel ontmoet ik Willi Lemke, vandaag de Special Advisor on Sport for Development and Peace van de Verenigde Naties. In een vorig leven was hij manager van Werder Bremen. Van 1981 tot 1999, onder zijn beleid namen de groenwitten hun vlucht voorwaarts. Willi Lemke raakte in de jaren zeventig in de ban van bondskanselier Willy Brandt, de verlichte sociaaldemocraat (SPD) met pleidooien voor ontspanning tussen Oost en West en herverdeling van Noord naar Zuid. Lemke overtuigde Brandt op zijn beurt, via diens derde vrouw Brigitta, tot sympathie: unsere Herzen schlagen Grün und Weiss.

Willi Lemke, van 1974 tot 1981 in de stedelijke SPD-politiek, structureerde het weggezakte Werder. Samen met trainer Otto Rehhagel en professor Narciss Göbbel. Deze drie mannen tekenden, elk met een eigen levensparadox, voor Werder de perfecte voetbalbedrijfcombinatie uit. De gedisciplineerde coach (1981-1995) ontwierp een aantrekkelijke stijl. De pedagoog (1982-2002) bedwong het vandalisme. De sociaaldemocratische manager verleidde de ondernemers. Lemke nodigde het liberale bedrijfsleven uit en geldt als Duitse pionier van het businessdenken in het stadion. Hij ontwierp de lijn van de ‘commerciële communicatie’ via het voetbal. De marathonloper gaf Werder een ‘sociaal’ gezicht. Dat contrasteerde hevig met onder meer Bayern München. De Beierse manager Uli Hoeness schold zijn ‘collega’ uit voor ‘klassestrijder’ en verklaarde hem voor gek. Lemke negeerde de schimpscheuten en polijstte de ‘weg van Werder’: modern management, behoud van de clubcultuur en het herstel van het sociale weefsel.
Onder Lemke klom Werder uit het dal van de Zweite Bundesliga (1981) en won twee landstitels (1988, 1993), drie bekers (1991, 1994, 1999), drie supercups (1988, 1993, 1994) en de Europacup der Bekerwinnaars (1992). Vier keer eindigde men op de tweede plaats. In het voorbije decennium voegde men er nog eens vijf prijzen (kampioen 2004, beker 2004 & 2009, Ligapokal 2006, supercup 2009), één verloren UEFA Cupfinale (2009) aan toe. En verder: twee keer tweede, drie keer derde. Met een onvoorwaardelijk geloof in het offensieve concept. Manager Klaus Allofs en coach Thomas Schaaf staan al een decennium aan het roer en trekken de door Lemke ingezette traditie van stabiliteit in het beleid door. Schaaf presenteert zich bij maatschappelijke activiteiten geregeld als uithangbord. Willi Lemke benadrukt dat Werder de eerste Duitse profvoetbalclub was die zijn sociale verantwoordelijkheid heeft opgenomen: ‘We ontwierpen het concept van ‘Fanprojekt’ en tot vandaag behoort ‘Soziales Engagement’ tot onze basisprincipes. De gemeenschap is belangrijk voor ons: zorg voor kinderen én ouderen; gehandicapten; mensen met buitenlandse achtergrond; samenwerking met scholen en buurten; internationale solidariteit. Het gebeurt àllemaal onder de groenwitte vlag van Werder. Dat vormt onze identiteit. Ik had steeds een zwak voor de mensen op de staanplaatsen. Zij maken immers de sfeer door te dansen en te zingen. Ik wilde hen betaalbare prijzen aanbieden. Ik ben blij dat onze fans ook op dit ogenblik nog het initiatief nemen in dit debat.’
In het verlengde van zijn huidige opdracht als UNO-ambassadeur helpt Werder een nieuw voetbalverhaal schrijven in het Israëlische Bethlehem: ‘Football Clubs for Development and Peace’. Telkens 11 jonge vrouwen en mannen uit de Palestijnse gebieden volgen gedurende één jaar een opleiding met een apart karakter. De bewegingsvrijheid van Palestijnse kinderen in het dagelijks leven is zeer beperkt. Via het concept educatie door voetbal trachten coaches en sociale medewerkers van Werder hier verandering in te brengen: ‘Während eines Jahres werden sie von professionellen Trainern von Werder Bremen in Zummenarbeit mit lokalen Institutionen lernen, wie sie Kindern durch Fussballspielen Sozialkompetenzen und Grundwerte vermitteln.’

Uit enthousiasme koop ik een CD met Werder Songs maar beklaag me dit snel. De gezangen van de fans – Lebenslang Grün und Weiss – klinken sympathiek en vol bezieling maar het blijft rock’n roll op z’n Duits: een eeuwige gesel voor de oren. Zelfs gezellige gestoordheid heeft zijn grenzen. Ik maak me uit de voeten en verkies de kakafonie der Bremer Stadsmuzikanten.

Link naar clublied Werder Bremen:

‘Lula’s government has been the best in Brazil’s history. A birthplace of a new civilisation based on harmony, happiness, spontaneity, creativity and freedom.’ Ziedaar de woorden van Socrates, de voetballende dokter tegen de dictatuur in de Engelse krant The Guardian. Hij quoteert het regeringswerk van zijn vriend en geestesverwant Lula – vakbondsleider-mensenrechtenactivist-president – met een acht.

Socrates (1954) schrijft tegenwoordig boeken en theaterstukken, maakt muziek en is consultant in de sector ‘sociale, culturele en sportieve projecten’. Wie herinnert zich niet die briljante Braziliaanse balkringloop tijdens het WK 1982? Futebol Arte volgens de Socratische dialoog: via ironische filosofie de weg naar de wijsheid. Kunst, intelligentie en gekte door elkaar. De superlatieven zoemden rond het sambaspel. Ware er niet, die ellendige supersonische Italiaanse Paolo Rossi die Socrates’ Selecao drie keer torpedeerde (3-2). De geelgroene kanaries werden geen wereldkampioen. Socrates bezon zich over een nieuw ideaal: een twist met de dictatuur, dat naargeestig gezelschap van muffe militairen. Als lid van de immens populaire Sport Club Corinthians Paulista uit de industriestad Sao Paulo, kortweg Corinthians, dokterde hij aan zijn droom. I have a dream, die gaf hij een naam: Democracia Corintiana! Een beweging voor burgerrechten vanuit het voetbal. In een land dat sinds 1964 kreunde onder de tirannen, met die lui lig je liever niet te zonnen op de Copacabana. In 1982 stond Socrates op voor zijn rechten. Democracia Corintiana eiste openlijk medezeggenschap en pokerde tegen het corrupte clubbestuur. Samen met Wladimir en Walter Casagranda leerde Socrates de spelers deelnemen aan het proces van discussie, vrije mening en democratische consensus. Met tussendoor een vleugje schuine moppen. Men debatteerde over de spelstijl – creatief en aanvallend – en over de verdeling van de inkomsten maar evengoed over de onderlinge omgangsvormen: wanneer en wat eten we? Een dagelijks rumritueeltje met de cachaça-cocktail? Seks voor of na de match?

De nieuwe voorzitter organiseerde ‘culturele vorming’ en deelde bij goede resultaten tickets voor theater en bioscoop uit. Socrates experimenteerde met een vorm van individueel stemrecht. Een onbekend fenomeen dat de zenuwen der sabelslepers danig op de proef stelde. De spelers leerden hun eigen lot in handen nemen. Ze besloten eerst wat te balen over de profiteursmentaliteit der Braziliaanse bobo’s. Vervolgens vuurden ze kritiek af op de politiek. Of beter gezegd: ze laakten het gebrek aan vrijheid. Met ludieke acties. Ze riepen de fans op om ideeën te formuleren voor op de shirts. Reclameboodschappen, grappige mededelingen en sociale slogans. Zoals: ‘Verkiezingen nu!’. En zo geschiedde: Democracia Corintiana kondigde zich aan als de voorloper van de vreedzame nationale bevrijdingsbeweging Diretas Jà: de simpele eis voor parlementaire en presidentsverkiezingen. Op 27 november 1983 protesteerden 40.000 Paulista’s. Met de nodige symboliek: voor het Estadio do Pacaembu van Corinthians, aan de Plaça Charles Miller, naar de Schotse stichter van het Braziliaanse voetbal in de negentiende eeuw.

Op 16 april 1984 zongen en scandeerden 1,5 miljoen mensen in de straten van Sao Paulo: geen groter menselijke ketting geweest in de Braziliaanse geschiedenis. De Democracia Corintiana was dààr! Socrates en de zijnen genoten respect bij artiesten, zakenmensen, politici en activisten. Het meest nog: bij de eenvoudige voetbalfan. De grimassen der generaals werden steeds grimmiger. In 1985 trok het front van Diretas Jà aan het langste eind. Eén van hun leiders balde de vuist: Luiz Inacio Lula da Silva. De gevangenissen hadden al hun sinistere geheimen voor hem geopenbaard. Daar begon zijn lange weg naar vrijheid. Hij huilde toen hij aan Corinthians, zijn zwartwitte lievelingsclub-voor-het-leven, dacht. Democracia Corintiana, kampioen in 1983, bracht hem in de juiste stemming. Zijn vriend Socrates trok aan zijn sigaartje. Hun samenspel zou uitmonden in één van de beste één-tweetjes der moderne Braziliaanse tijden.