RAF WILLEMS: JAN MULDER EN ZIJN ANDERLECHT STATE OF MIND

november 4, 2010

Café Scheltema, 1 november 2010. Een typische bruine kroeg in Amsterdam. Aanwezig: enkele helden uit mijn jeugd. Piet Keizer, Rob Rensenbrink, Wim Suurbier, Johnny Rep. Johnny Rep! Oranje 1974. Verder: televisiepresentatoren, schrijvers, cabaretiers, dichters. Het ademt de Amsterdamse sfeer van de jaren zeventig. De reden: Jan Mulder came to town. De 65-jarige schrijver, columnist, tv-persoonlijkheid presenteerde zijn biografie. Een monumentaal werk van 526 pagina’s, met prachtige fotografie en geschreven door zes auteurs, gepubliceerd door ‘De Buitenspelers’, een uitgevershuis van internationale kwaliteit. Ik mag Mulder. Hij uit zich graag met wilde theorieën genre ‘laten we voetballen zonder tackle; alle trainers buiten’. Op televisie demonstreert hij zich bij voorkeur in de overtreffende trap. Lachend en schreeuwend, meent-ie-het-nou-of-niet? Tegen de algemene opinie inroeien. Bombardementen afkeuren, vegetariërs verdedigen, bepleiten van vrouwenrechten in de islamitische wereld, met humor opkomen voor homo’s. Brede gebaren, uitdagende smoel. De kunst van de overdrijving, de overdrijving als kunst. Zoals bij de beschrijving van zijn liefde voor Anderlecht, het eerste en beroemdste handelsmerk van de voetballer Jan Mulder. Wie herinnert zich dat nog? Ik dook, als mede-auteur van het boek, in zijn Brusselse jaren 1965-1972. Samen met François Colin, de Vlaamse senior soccer writer. We ontdekten dat Jan Mulder vandaag nog steeds leeft in een ‘Anderlecht state of mind.’ Het is een ‘mood’, een geestesgesteldheid, een levenshouding.

Jan Mulder en Anderlecht. Het is een verhaal van verlangen en beproeving. Een hunkering naar de herinnering aan het succes van het gouden purperen team in de jaren zestig, vijf keer op rij kampioen. Een melancholische kwelling als gevolg van de mijmering aan de mooie episode van weleer, die nooit meer terugkeert.
A la recherche du temps perdu, de onuitputtelijke en beroemde romancyclus van de negentiende eeuwse Franse auteur Marcel Proust wordt door sommigen geïnterpreteerd als ‘het zoeken naar het verleden dat verloren is gegaan en hersteld zou moeten worden’. Het lijkt alsof de oudere Jan Mulder voortdurend ‘op zoek gaat naar die verloren tijd’. En heimelijk hoopt dat die ooit en definitief in ere zal worden hersteld.


Was de periode die Mulder in Anderlecht verbleef, van 1965 tot 1972, de spannendste, prikkelendste en meest intense uit zijn leven? Van de provincie naar de grootstad. Van puberteit tot volwassenheid. Huwen met de liefde van zijn leven. De geboorte van zijn kinderen. De dood van zijn vader, slechts beleefd op afstand. De sportieve triomftocht. De adoratie door de massa. Het onaangekondigde en plotse – en daardoor onverwerkte? – afscheid in 1972. Bij een verwarrende en emotionele toestand: tussen euforie (winst van het landskampioenschap op de laatste speeldag; de overstap naar het Ajax van Johan Cruijff), conflict (met de trainer, in mindere mate met de voorzitter) en onzekerheid (de al knagende blessure aan de knie, het verlaten van de vertrouwde omgeving).

Wat is de diepere betekenis van dat gevoel voor Anderlecht? Vanwaar die fascinatie? Zijn het de namen van de straten in de buurt van het stadion Astridpark? Zeker, er is de niet bij Mulder passende ‘Koning-Soldaatlaan’, maar de meeste andere werden genoemd naar componisten: Chopin, Van Beethoven, Debussy, Tinel, Lekeu, Vieuxtemps. Men roemt zowel de Australische operazangeres Nellie Melba als de Franse toondichter Charles Gounod. De laan die het beste beeld geeft op het aparte landschap – met name stadion in park – droeg men op aan Eugène Ysaye, een Belgische vioolvirtuoos uit de negentiende eeuw. Ysaye baande zich een pad naar de buitenissigheid, stond soms onder invloed van drank op het podium en twistte voortdurend met zichzelf om een evenwicht te vinden tussen de geniale gekte en de door de muziek opgelegde patronen. Kent Jan Mulder Ysaye? Deze man moet hem toch bekoren?

Wat weet Jan Mulder van La Maison des Artistes? Dat Huis der Kunstenaars situeerde zich van net na de Tweede Wereldoorlog tot in de jaren zeventig in het park als silhouet van het stadion van Anderlecht. Het was een centrum voor concert, theater en feest. Waar verhalen verteld werden van leute en plezier, van hartzeer en smart. Men filosofeerde er over vrijheid en fantasie. Kan de kunstenaar zonder de fantasie? Waar ligt de dunne lijn tussen discipline en vernuft? Tussen grillige individuele hoogbegaafdheid en collectiviteit? Wie ze gevonden heeft, bezit de sleutel tot de kunst van het voetballen. Dé kunst van het voetballen van het Anderlecht van de jaren zestig, le football champagne. Met de jonge Jan Mulder als exponent én criticus van het systeem. Het Astridpark is dus omgeven met een air van een centre de l’art.

Vond Jan Mulder zijn spirituele thuis in de historische Meirwijk? De triomf van de l’Art Deco schenkt de bezoeker en bewoner rust en inspiratie. De huizen rond het park ademen de tijd van het Interbellum: esthetische gevels met Engelse balkons, Franse façades, Japanse glasramen en Italiaanse renaissancetorens. Kunstkenners beschrijven het Quartier du Meir als een ‘complexe stilistische beweging’, die stijlen verlegt en vermengt: art deco, modernisme, beaux arts.
Bestaat er een betere bedding dan deze beaux arts voor een huis der voetbalkunstenaars?
Aan de achterzijde van het park loopt de Avenue Théo Verbeeck. De laan die verwijst naar de beroemde voorzitter telt van oudsher een hele rij supportersetablissementen. Ze mondt uit op de Place de Linde, met die ene oude heilige lindeboom voor de karakteristieke herberg ‘Le Chateau d’Or’ – het ‘Gouden Kasteel’ – waar de zoete, rode kriekenlambiek gul uit het vat stroomde.
De bal en de boom, de poëzie van het park, de kunst, de kroeg en de kriek. Heeft het Jan Mulder – in zijn onderbewustzijn – gemaakt tot de mens die hij is geworden?
‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen, en niet slapend denk ik aan de dood.’ Het is de vertrouwde versregel van de Hollandse dichter J.C. Bloem. Mogen we met enige zin voor overdrijving – of toch weer nét niet – deze ook toepassen op ons thema: ‘Denkend aan Anderlecht kan ik niet slapen, en niet slapend denk ik aan Anderlecht.’? Ziedaar zijn Anderlecht State of Mind.
De echte roots van de complete, complexe mens Jan Mulder liggen in Brussel. Daaraan dacht ik in die bruine literaire voetbalkroeg van Amsterdam, waar het goed vertoeven is. Café Scheltema, 1 november 2010.

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: