Café Den Tilt! Geen authentieker voetballokaal in de Lage Landen dan deze ruim honderd jaar oude-kroeg-met-stoof aan het Mechelse Vrijbroekpark. Op 26 februari krijgt daar het beroemde blonde stadsbier Gouden Carolus een extra kraag schuim en schalt het onsterfelijke en uit 1926 stammende Toe Malinois Vooruit door de boxen: “De club zal zegepralen, ’t is de club van geel & rood. Trotseert de hinderpalen, door dapperheid in nood!’ Over de Koninklijke Voetbalclub van Mechelen, in de volksmond Malinois/Malinwa.

Met wat geluk ontmoet je er Mark Uytterhoeven, de grensverleggende, onnavolgbare en prettig-gestoorde televisiemaker. Of je loopt er de Rotterdammer Piet den Boer tegen het lijf, de man die KV Mechelen in 1988 – 1-0 tegen het Amsterdamse Ajax – de Europacup der Bekerwinnaars schonk.
Misschien tref je er zanger Patrick Riguelle aan de toog, de beste Vlaamse rockstem. Hij stak de oude hymne in een nieuw kleedje op de CD The Yellow Red Dream, een prachtige verzameling voetbalgezangen. Zeker zie je er de aan blues verslaafde Henk Van Nieuwenhove, chef van Hattrick, het Open Stadionproject van KV Mechelen.
Op die dag, 26 februari, in 2003 realiseerde het comité Red KV – op initiatief van Mark en Piet, met hulp op de achtergrond van Henk en Patrick – de enige doelstelling die in de merkwaardige naam verscholen zat: inderdaad, de redding van KV.
Met de onuitputtelijke kracht van de fan power.
Tot op dat ogenblik strompelde KV Mechelen langs het klassieke kromme voetbalpad van die tijd, richting financiële ramp. De liquidatie dreigde, verplichte degradatie naar derde afdeling voorkwam de ondergang. Maar ziet, duizenden verstokte supporters wandelden de mars van de hoop en beantwoordden Uytterhoevens motto: we doen het gewoon zelf! Met een schenking van 1000 Euro per persoon of als geelrode vriendengroep.
Ik luisterde dus in die herberg Den Tilt naar de verhalen van Mark, Piet, Patrick en Henk. En trok een conclusie uit hun passie en strijd, naar de slotsong van de plaat: passie en strijd, liefde voor altijd, voor Malinwa. Volgens Uytterhoeven voelen de fans zich sinds 2003 de morele eigenaar van de club. Het principe van supportersinspraak staat voor altijd gebeiteld in het organigram: ‘Geen industrieel als voorzitter, dat is een achterhaald idee. En evenmin een cent zwart geld. Wel een nieuw soort voetbalvereniging waarbij de fans het gevoel krijgen: de Kavee is van ons.’ Piet den Boer aanvaardde het ambassadeurschap van The Foundation. De voormalige vedette inspireert het verhaal van meer dan voetbal: ‘Als voetballer wordt men aardig betaald. Daar mag best iets tegenover staan. Wie sociaal kwetsbaar is, moet voor het voetlicht. En profspelers krijgen automatisch een podium, dus heren, gebruik dat!’

Patrick Riguelle belichtte de muzikaliteit – heart and soul – van KV Mechelen:
‘Een liefde voor altijd, KV Mechelen is een levenslied met recht-uit-hart-sentimenten. De fans zingen ook in de juiste toon. Er is geen agressiviteit tegen de andere ploeg, wel applaus voor de eigen spelers. De Harmonie – het ensemble van blazers en slagwerkers – van KV Mechelen verbindt de generaties. Ze mixt de stijl van de jaren twintig van de vorige eeuw met die van vandaag. Ze stapt het veld op, stopt ter hoogte van de KV Kop en dreunt dan Toe Malinois Vooruit af. Iedereen joelt mee en verkeert in een staat van opperste geluk. Dan volgt het ingetogen You’ll Never Walk Alone en daalt een soort stilte over het volk. De sjaals in de lucht, de kroppen in de kelen. Passie en strijd, liefde voor altijd, voor Malinwa.’

Henk Van Nieuwenhove trekt een parallel tussen blues en voetbal: gevoel, belevenis, emancipatie.
‘Als hoofd van het sociale departement begrijp ik dat de mensen waarmee wij werken – thuislozen, gedetineerden, drugsverslaafden, asielzoekers – in vele gevallen fans zijn van KV die door allerlei tegenslagen aan de onderkant van de samenleving zijn beland. We voetballen elke week in de gevangenis. We organiseerden er ook een muzikale happening met de Harmonie en de Belgische blueslegende Roland. Hij musiceerde een reeks Prison Songs, nummers die in de gevangenis werden gecomponeerd. Bij zijn bekendste lied ‘Goodnight Irene’ klommen gedetineerden mee op het podium om te jammen.
Fan Power en communitywerking versterken elkaar. Het legioen is het sociale netwerk van een club. Wie denkt dat die club overleeft op basis van sponsoring en televisiegelden, dwaalt en begrijpt niets van voetbal. De belangrijkste schakel in het raderwerk is de supporter.’

Aan het eind van de avond laat ik mijn geest graag benevelen door een Mechels jeneverken. Er blijft genoeg helderheid in mijn hoofd aanwezig voor een gemotiveerde uitsmijter: het model KV-Mechelen is een voorbeeld voor noodlijdende Nederlandse clubs. Dankzij de fantastie van ‘fan- & funpower’: In passie en strijd, we doen het gewoon zelf.

Dat komt men te weten na een bezoek aan Café Den Tilt, die warme voetbalstaminee aan het Vrijbroekpark: Toe Malinois Vooruit!

The future of football is feminine part 3.

Sometimes all it takes is one ball and many dreams.
Zo klinkt de slotzin van het boek However tall the mountain. A dream, eight girls and a journey home (Hyperion Ed. New York, 2009) Dit is het waar gebeurde verhaal van Awista Ayub en van acht Afghaanse meisjes. De auteur schreef haar belevenissen neer in het boek However tall the mountain. Naar de helft van een populair Afghaans gezegde: hoe zwaar de beklimming van de berg ook moge zijn, er is altijd een weg. However tall the mountain, there is always a road.

Awista Ayub begon haar persoonlijke beklimming met de oprichting van haar Afghan Youths Sport Exchange in 2003. Ze werd geboren in 1979. Datzelfde jaar opende de voormalige Sovjet-Unie een oorlogsfront in haar geboorteland. Haar familie vluchtte naar de Verenigde Staten. Tijdens haar jeugd leerde ze het Amerikaanse vrouwenvoetbal kennen. Ze putte inspiratie uit de positieve kracht van women soccer. Ze zocht een middel om Afghaanse meisjes te verenigingen en hen hoop en plezier te bezorgen. Ze zag in voetbal een weg naar social change. Met haar eigen woorden: ‘to make a loud and clear statement for Afghan women.’ Ze verzamelde acht meisjes en bracht hen naar een soccer clinic van de International Children’s Games in Cleveland.
Ze leerden de geheimen van het spel en ontwikkelden zelfvertrouwen: voor het eerst in hun leven. Exemplarisch is het verhaal van keeper Samira.

Haar ouders gaven hun dochter een droom mee: vrijheid. Toen de Taliban in 1996 op een alle brutaliteit tartende wijze de macht grepen, veranderde het leven van Samira in extreme mate. Ze legden vrouwen alle denkbare verboden op en jonge meisjes mochten niet meer naar school. Haar vader onderwees zijn dochter in de clandestiniteit. Haar moeder prentte haar onafhankelijkheid in. Na de verdrijving van de Taliban uit Kaboel in 2001 stapte Samira in het project van Awista Ayub. Ze beoefende de kunst van het keepen en worstelde met de kernvraag ter zake: overwin de angst voor de bal, de tegenstander en jezelf! Zoek de kracht om ‘alleen te staan.’ Het bracht haar opnieuw op het spoor van het leven: ‘She stands alone in the goal. In this way, Samira begins to reenter her life.’

Ze keerden terug naar Afghanistan en verspreidden de spirit voor soccer.
Op 28 december 2005 trapte het team van Ayub de bal af van het eerste meisjeskampioenschap. Plaats van handeling: het nationale Ghazi Stadium, op dezelfde middenstip werden vrouwen tijdens de tirannie der Taliban geëxecuteerd. Met als decor: de agressieve massa.
Ze voetbalden met én zonder hoofddoek. Voor de burgeroorlog droegen de meisjes van Afghanistan immers de kleding die ze zelf verkozen betoogt Ayub: ‘Before those wars, women weren’t wearing scarves.’

Wat begon met acht angstige maar wel zeer gemotiveerde meisjes evolueerde tot een fenomeen van vijftien vrouwenclubs met 250 speelsters. Awista Ayub schrijft: ‘Against all odds and fear, these girls decided to come together and play a sport.’ Ze namen enorme risico’s om hun vrijheid af te dwingen. Tot vandaag wordt echter in Afghanistan – veelal met bedreigingen en vaak met geweld – nog steeds in vraag gesteld: mogen vrouwen voetballen volgens de aloude tradities en wetten der religie en cultuur? De mannelijke coach van het team van Awista Ayub botste een paar keer op de van woede withete vuisten van islamitische amokmakers. In het boek blaast hij uit: ‘Ik ben vermoeid van de voortdurende strijd. Soms gaat het mijn bevattingsvermogen te boven. Maar ik hou nog steeds van voetbal.’

However tall the mountain, there’s always a road. Sometimes all it takes is one ball and many dreams. Ziedaar de vervulling van de verboden voetbaldroom van Afghaanse meisjes.

The future of football is feminine! Alzo sprak de heer Blatter, Josephus.
Waarmaken die woorden, Sepp.

The Future of Football is Feminine, part two

In een optimistische bui riep de filosofe Julia Kristeva de 21 ste eeuw uit tot: die van de vrouw. Dan kende zij Andy Gray nog niet! De invloedrijkste – en duurste – Britse voetbalcommentator grapte op zaterdag 22 januari 2010 tegen collega Richard Keys over de vlaggende Sian Massey tijdens Wolverhampton Wanderers-FC Liverpool: ‘Vrouwen begrijpen de buitenspelregel niet. Waarom denk je dat ze het linesmen noemen?’ Dat was nog eens een billenkletser! Keys en Gray schuddebuikten van het lachen. Helaas, helaas: de microfoonlijn van de commerciële televisiezender Sky stond nog open. Het ontslag volgde. Gray – aan de deur gezet – en Keys – de zogenaamde eer aan zichzelf houdend – waren niet aan hun proefstuk met hun kletspraatjes. Kan het nog smakelozer? Het kan! Kende Julia Kristeva bij haar uitspraak de reputatie van de harde kern van AA Gent? Zij kende die niet. Wat dacht u van deze? ‘Zij is de hoer van Nzolo, zij is de hoer van Nzolo, de hoer van Nzolo’. Vermenigvuldig met een keer of tien. Zo zongen de welopgevoede jongens van AA Gent op zondagavond 23 januari 2010 bij de streekderby tegen Sporting Club Lokeren. Doelend op grensrechter Ella De Vries en op de uit Gabon afkomstige arbiter Jérôme Nzolo. Het verhaal was geen debat ten gronde waard in België. Verlos ons van deze jonge heertjes en hun maniertjes. In Engeland keerden de media de affaire Gray-Keys wèl binnenstebuiten. The Guardian legde de link met een UEFA-congres in Amsterdam op 18 januari 2010 omtrent ‘institutionele discriminatie’. Bedoeld werd: het gebrek aan vertegenwoordiging van vrouwen in de cenakels van de macht, waar de invloed der ‘old boys’-netwerken welig tiert. David Conn schreef: ‘The lumpen embarrassements of Sky TV’s Richard Keys and Andy Gray could hardly have been better timed.’

Een onderzoek van Steven Bradbury van de Loughborough University duwde de vinger nogal nadrukkelijk op de wonde. Enkele uitzonderingen in Scandinavische landen daargelaten worden de belangrijke functies bij bonden en clubs bezet door ‘blanke, bejaarde mannen’. Bradbury bleek nogal duidelijk: ‘More than 99% of white collar staff at professional clubs and national football associations are white, and overwhelmingly men.’ Meer dan 99%! Of de 21ste eeuw daadwerkelijk die van de vrouw zal worden, is mij een raadsel maar in 2011 staat de focus hoe dan ook op het Weltmeisterschaft Frauen Fussball in Duitsland. Ik denk, de Jasmijn- en andere revoluties indachtig: daar dient zich het momentum aan! Hebben we werkelijk niet genoeg van bobo’s met smeergeldschandalen en andere stommiteiten? Welaan dan: gendergelijkheid moet de norm worden, ook op het hoogste niveau. Te beginnen dus bij FIFA en UEFA. Ik pleit voor de Amerikaanse Mia Hamm – beste voetbalster aller tijden – als toekomstige FIFA-voorzitster. En zet Steffi Jones, wereldkampioene met Duitsland en coördinatrice van het komende WM 2011, aan het roer bij de UEFA. Beiden hebben ook een sterk sociaal geëngageerd profiel. Iemand moet het hen vragen, dat is bij deze dus gebeurd. Zo hangen we graag even de populaire Koos uit, ’t is niet voor onszelf maar wel voor: de vrouwen aan de macht in het voetbal! Niet morgen, nu! Laat de 21 ste eeuw die van de voetballende vrouw worden, overal ter wereld. En zo blokken we Blatter met zijn eigen toespraak om de oren: The future of football is feminine.