JUSTICE FOR THE 96!

‘Beside the Hillsborough Flame
I heard the kopites mourning
where so many taken on that day
Justice has never been done
but the memory will carry on’

(John Power – The Fields of Anfield Road, versie bij de twintigste verjaardag 15 april 2009)

Anfield remembers the 96

Ooit staarde ik in de vlam, de eeuwige Hillsborough Flame. Ik stond voor de Shankly Gates aan Anfield Road en las in gedachten de ellenlange lijst van 96 namen. De eternal flame warmde de memorie op aan deze Liverpoolfans die op 15 april 1989 in radeloos gedrang het leven lieten op Hillsborough, het stadion van Sheffield Wednesday. Tijdens de uitvaarten van de slachtoffers vertolkte de song You’ll never walk alone de pijn, als een negro-spiritual die de vertwijfeling een flard hoop bood. Het treuren stopte nooit. Meer dan twintig jaren later wakkert het verlies nog steeds het vuur aan. De Hillsborough Family Support Group voert met zijn Campaign Justice for the 96 actie om de ware toedracht van de calamiteit op te spitten, om de families financieel te steunen en om de te protesteren tegen bureaucratische wantoestanden en hatelijke uitspraken, voornamelijk op het conto te schrijven van de sensatiepers of van politici die behoren tot het conservatieve front.
Meer dan 30.000 mensen woonden in 2009 de bewogen herinnering bij van de twintigste herdenking. De toenmalige staatssecretaris voor sportzaken in de regering van Labour heette Andy Burnham. Hij nam onaangekondigd het woord. Het publiek diende hem, in een spontane opwelling tegen het gebrek aan overheidsbeleid ter zake, meteen van repliek en scandeerde en zong ‘Justice for the 96’. De staatssecretaris, een Evertonvolger in hart en nieren, incasseerde met een krop in de keel, bood zijn oprecht medeleven aan en beloofde opening van zaken. Achter de schermen werkte hij de voorbije twaalf maanden zeer nauw samen met de Hillsborough Family Support Group. Voorzitter Margaret Aspinall, moeder van een in de ramp verloren zoon, speechte op 15 april 2010 voor de tribune gedurende tien minuten, zonder papieren en recht uit het hart. Voor één woord: the truth! Ze prees Burnham als bondgenoot aan, die steun afdwong van de hoogste kringen en het Hillsborough Independent Panel installeerde. Dat wil spijkers met koppen slaan. En diep afdalen in de feiten: het toenmalige conservatieve kabinet van Margaret Thatcher legde destijds de verantwoordelijkheid volledig bij de Liverpudlians. De sensatiekrant The Sun spuide een pak leugens en diende er zich nadien voor te verontschuldigen. Het parlementaire rapport van Lord Taylor sprak in de zomer van 1989 de fans vrij van elke blaam en gaf toe dat de catastrofe te wijten was geweest aan het falen van de politie. Onderzoeksjournalisten onthulden hoe commissarissen jonge agenten onder druk hadden gezet om hun verklaringen te wijzigen en de schuld in de schoenen te schuiven van ‘dronken’ en ‘baldadige hooligans’. Twee decennia later rijzen nog steeds veel vragen. Ouders en familieleden van slachtoffers weten amper het fijne van de omstandigheden waarin hun geliefden hun laatste ogenblikken beleefden. Tot vandaag werd geen verantwoordelijke aangeduid voor de hartverscheurende gebeurtenissen. Rechtszaken botsten op corrumperende kronkels en schadevergoedingen blijven een twistappel. De discussie over de lamentabele hulpverlening en de starre politiehouding kwam nooit van de grond. Het Hillsborough Independent Panel, onder leiding van de Anglicaanse aartsbisschop James Jones, wil eindelijk de waarheid van onder de stolp halen. Onder het motto: the full story of Hillsborough may finally be told! De wonde geneest nooit, maar tot dusver klonk het helende vermogen enkel uit gezangen, gedichten en gesprekken op Anfield Road. Zoals bleek uit de slotzin van Margaret Aspinall: ‘They didn’t come home from a football match. The families will never stop fighting for the truth, the real truth. So help me God.’ Haar woorden vonden weerklank in de respons: ‘Justice for the 96’. Zoals steeds sloot de ceremonie zichzelf af met You’ll never walk alone.
De Liverpool Echo schreef: ‘The Memorial was a generally sombre, heavily religious event.’ Zo baart de totale zinloosheid toch een nieuwe vorm van zingeving. En krijgt het lijden een empathisch karakter in het stadion met een koor dat in dialoog treedt met de acteurs. Anfield Road als een openluchttheater uit de Griekse Oudheid. Met de onvergankelijke vlam, the Hillsborough Flame.

Advertenties

Groeten uit Manchester

Waarom dacht ik aan Michel Platini? Zou hij écht de website van http://www.meerdanvoetbal.nl frequenteren? Ik richtte me hier op 23 februari 2009 tot hem, met de oproep: Dear Mr. President, Change! Yes, you can Michel Platini! Een pleidooi voor een sociaal departement in elke Europese profclub én voor supportersdemocratie. Daarom dacht ik aan Michel Platini, op het moment dat ik keek naar een glasraam met de tekst: The Lancaster Football Association 1878. Daarnaast een bord met Bury Football Club, winners of the dedicated community business 2008. Verleden en toekomst van het voetbal in één beeld gevat. Ik zit in The 1885 Suite, dat is de persruimte van de Engelse vierdeklasser FC Bury. Op tafel ligt een uitnodiging. Er wordt gevierd: de 125 th Anniversary Celebration Dinner Dance. In de glazen kasten hangen foto’s van mannen met knevels, trofeeën en klokken uit de tijd van ver voor de Tweede Wereldoorlog. Dit is authentieke ouderwetse voetbalcultuur. Ik reisde er naartoe op invitatie van FC United of Manchester. Ik nam de tram naar de buitenwijken van Manchester. Je bereikt het stadionnetje van Bury – waar ook FC United speelt – tegen een decor van besneeuwde heuvels en restanten van industriële archeologie: landschappen met diepe putten en vervallen fabrieken.
Geen sympathiekere voetbalclub ter wereld dan FC United of Manchester. Op 29 oktober 2006 passeerde ik er reeds op hun door bijna 3000 fans bijgewoonde ‘People’s Day’. Ik beschreef dit in mijn weblog van 6 oktober 2008. Even citeren, ter situering en ook wel uit gemakzucht: ‘FC United is geboren in de schoot van de Manchester Supporters Trust. Het is een prematuurtje, een te vroeg ter wereld gekomen kind. De bevalling verloopt niet zonder pijn en nervositeit. De overname van Manchester United door Malcolm Glazer in de lente van 2005 zwaait tweedracht, verstomming en vertwijfeling. Er worden harde noten gekraakt en oude, innige vriendschapsbanden vertonen kwalijke en niet meer te lijmen barsten. Drie maanden later staat FC United in de steigers. De jongens en meisjes van de barricades benoemen zichzelf tot members of the board van een club op het allerlaagste niveau van het échte Engelse voetballeven. A matter of true love. Voor hen is het een nieuwe liefde, die de oude vlam weliswaar niet helemaal heeft doen uitdoven maar toch naar een donkere kamer van het geheugen verdringt. Ze zijn trots op deze oorspronkelijke gemeenschap, die openstaat for those who are exclused from Premier League Football.’ Ik schudde toen even Andy Walsh de hand. Hij is de duivel-doet-al en actievoerder-stichter van FC United of Manchester. Vandaag, 13 maart 2010, spreek ik hem in het kader van ‘Back the bid for Supporter Ownership’. Hij is de eigenlijke voorman van FC United maar met aanspreektitels wordt in het voetbalhuis der directe democratie – one member, one vote – niet uitgepakt. Walsh begeleidde vanuit de Independent Manchester United Supporters Association en de Shareholders United van 1999 tot 2005 de protesterende fans tegen verschillende overnamepogingen. Vandaag opereert FC United, na drie promoties, in The Unibond League, de zevende divisie pakweg. Andy Walsh is niet enkel een man van de actie, ook van de lobby richting politici en voetballeiders. Hij stelt een kentering der tijden in het vooruitzicht en dringt aan op daadkracht. Hij vertelt me dat hij alle fans wil oproepen tot samenwerking en organiseerde in februari een Debt Rallye, een agitatiemars tegen de invloed van malafide investeerders.
Hij klopte aan bij zowel de Premier League als de Uefa, zowel bij de Engelse regering als de Europese Commissie. Met als doelstelling, ik herhaal: ‘Back the bid for supporter ownership’. Andy Walsh heeft zijn doel bereikt.
Want zeg nu zelf: wie had het volgende verwacht? Begin april, neen geen grap, stuurde premier Goldon Brown een electorale boodschap de wereld in. De uit Manchester stammende kwaliteitskrant The Guardian, die zich heeft opgeworpen als zeer geëngageerde journalistieke stem in dit debat, rapporteerde over het statement van de prime minister: ‘a blueprint to give the game back to fans’. Met als belangrijkste element: de Supporters Trust krijgt 25% van de zeggenschap in de club, via een systeem van democratische verkiezingen, met een wettelijk kader en een link naar de plaatselijke gemeenschap. De Labour Party heeft het idee in zijn verkiezingsmanifest opgenomen. De Conservatieven reageerden lauw maar konden om hun beurt niet meer om de hete brij heen. UEFA-voorzitter Michel Platini sprong – in het kader van zijn plan voor Financial Fair Play – onmiddellijk op de kar van Brown: ‘Ik vind het een fantastisch idee dat supporters investeren in een club omdat zij uiteindelijk de identiteit verdedigen.’ Quote genoteerd. Winst voor Walsh. Kan het anders of Platini leest http://www.meerdanvoetbal.nl?

Ik herinnerde mij het moment dat ik tussen de Stand stond van FC United. Nadat een tegenstander scoorde met een MarcootjevanBasten – een volley van buiten het strafschopgebied, zij het in dit geval plompverloren maar de bal viel via de lat in het net – applaudisseerde het thuispubliek beleefd maar gemeend. Nadien scandeerde het minuten ‘United, United, United’ om hun team aan te vuren. Over sportiviteit en respect gesproken. Zouden we dat nog eens beleven in Nederland? Dat ‘vijandige fans’ een Unitedteke doen?

Dit terzijde, ter zake nu: Change, yes you can Michel Platini! Bis.
Groeten uit Manchester, bis!

Market Street, Manchester. De koffiehuizen puilen om tien uur ’s ochtends uit van de fans. De leeftijd schommelt tussen 5 en 65 jaar. Ze dragen rode shirts met goudgroene sjaals. Aan de tramhalte staart een kleine rosse sproetkop me uitdagend aan. Gehuld in een geel shirt, met groene letters: Love United, Hate Glazer. De beweging is overal. Met green & gold verwijst men naar de oorspronkelijke kleuren van Newton Heath (1878-1902) – de heidenen – waaruit Manchester United in 1902 ontsproot.

Ik bezoek Old Trafford op 14 maart, naar aanleiding van de match tegen Fulham.
In de buurt van het stadion schreeuwt een oude man ‘buy protest scarves’. Hij grabbelt er eentje uit zijn versleten auto en brabbelt in onverstaanbaar dialect iets over ‘five pond, mate’ en dat de helft van de opbrengst naar de actie zou gaan. Aan de grijns op zijn smoel zie ik dat hij me in de maling neemt.

Manchester is the city of change. Alle emancipatiestromingen zagen hier het licht. Manchester United vervult deze rol in het voetbal. Steeds sociaal en tot ondernemingszin bereid. Een eeuw geleden (1910) werd het modernste stadion van Engeland gebouwd: Old Trafford. Een commercieel schot in de roos. In dezelfde periode namen (1907) de spelers van United het initiatief tot de uitbouw van de Professional Footballers Association, de eerste vakbond voor voetballers. Met tal van maatschappelijke initiatieven. Op het einde van de jaren tachtig van vorige eeuw opende men vanuit Manchester het offensief tegen het hooliganisme met het verhaal van Football in the Community. Vandaag is ‘supporter ownership’ er het grote thema.

‘That shot is worth a million words. Now the Anti-Glazer Movement has its picture.’ David Beckham raapte na afloop van de match Manchester United – AC Milan een sjaal van de grond en hing hem achteloos rond de nek. De foto ging de wereld rond. En het gaf de Green & Gold Campaign een gezicht. Hét gezicht van de populairste speler ter wereld. Beckham is meer icoon dan voetballer. Ook al nam hij nadien afstand van het verzet tegen de Glazer Family, zijn gebaar was daar! Die avond van 10 maart 2010 toonde Old Trafford de waarden van de Republik of Mancunia aan Europa. Nooit eerder stond er in de geschiedenis van het voetbal een dermate sterke stroom van supporters in het eigen stadion op die met zoveel recht het aftreden eiste van de eigenaars van de club: ‘Green & Gold was in the overwhelming majority.’

Het kost mij drie telefoons en het duurt tot een half uur voor de partij. Dan krijg ik eindelijk het licht op groen voor een gesprek. Ik begeef me door de Coronation Street-achtige steegjes aan de beroemde Stretfordzijde van Old Trafford.
Langs de achterdeur treed ik binnen in het rommelige kantoor. Aan de muur hangt een portret van Alex Ferguson. We kijken uit op de ijzeren dakconstructie van het stadion. We horen het publiek juichen maar Sean Bones bezoekt zijn favorieten niet meer. Al vijf jaar blijft hij thuis, omdat hij de Glazer Family geen cent gunt. Ik praat met de vice-chairman van de machtige Manchester United Supporters Trust. MUST is zijn missie. Hij verdedigt vol vuur het idee van ‘supporter ownership’ en debiteert dat alle inkomsten van Manchester United moeten worden ‘herverdeeld’ richting rechtvaardige ticketprijzen; verbetering van de atmosfeer in het stadion en uitbouw van de capaciteit; transferfondsen ter versterking van het team en ondersteuning van het ‘community’-werk van de Foundation. Hij hoopt in UEFA-voorzitter Michel Platini een medestander te vinden en steunt diens plan voor ‘financial fairplay’:
‘Waar haalt het voetbal overal ter wereld het geld? Uit de zakken van de supporters. Tegelijk hebben we geen vertegenwoordiging in de leidende structuren.’ Wishful thinking? On the contrary! Sean Bones wijst erop dat die fase voorbij is. Men probeert historie, erfgoed, traditie een morele waarden van Manchester United te vertalen in deze sjaal: ‘We need a new idea for international football. Using football just for profit is wrong. Using football in the good way can create good citizens.’ De dag nadat David Beckham ‘did the scarve’, registeerde MUST 5000 nieuwe on-line members. Intussen tikt de lijst aan richting 150.000! Met dezelfde eis: democratiseer Manchester United en breng de club onder controle van de fans. Sean Bones toont zich een visionair: ‘One day in the future, there will be supporter ownership!’
Hij eindigt met een leuke anekdote over de honderdste verjaardag van Old Trafford op 19 februari 2010. Met enkele vrienden en vriendinnen speelden ze een potje voetbal tussen standbeelden van Matt Busby en van The Holy Trinity George Best-Bobby Charlton-Denis Law in: ‘ A moment of magic! Life is just crazy now. Our final statement: Green & Gold until the club is sold!’

Ik sta beduusd op de stoep en loop nog even langs in de Trafford Pub om Rooney en Berbatov de eindstand op 3-0 te zien brengen. We staan met onze voeten in het bier en twee dronken supporters spreken me schamper aan: ‘Jouw geelgroene sjaal is nep maat. Dat zijn de kleuren van Norwich City. Je bent in de zak gezet, man.’ Ik maak me uit de voeten. Groeten uit Manchester!

Even een flash-back uit november 2006. Kuierend door de kille straten van Manchester bots ik op The Trafford Pub. Een uithangbord brengt met zijn wapenspreuk iets van licht in de duisternis: One Love, One Life: 1902-forever MU! Binnen verwarm ik mij aan de klassieke Engelse popmuziek uit de jaren zeventig. Ik keer terug in de tijd met de rode fotogalerij: veel sixties met Best-Law-Charlton; een schilderij van de viering van de treble in 1999 – in de vorm van de open busrit door de stad voor een dansende massa van bijna één miljoen mensen; de laatste line-up van de Busby Babes in Belgrado 1956; een getekend portret van Ruud van Nistelrooy, the Dutch Master; Cantona met opstaande kraag en…het geboortecertificaat van George Best.
Daar voerde ik, bij een Manchester Beer, een samenzweerderig gesprek met enkele woordvoerders van de Independant Manchester United Supporters’ Association (IMUSA). Veteranen van vele veldslagen tegen oneigenlijke bezitters van de club en voor de installatie van supportersdemocratie.
Daaraan dacht ik toen ik u dit verhaal van Rode Ridders en een goudgroene revolutie wilde vertellen. Van ondernemers – the Red Knights, lezen zij Vlaamse stripverhalen? – en van doodgewone mensen: the green & gold revolution. Ze delen dezelfde missie, vanuit een passie voor de show, het temperament en de opstand. Hun geloof heet Manchester United.
Wat vindt u van deze: kunnen gemotiveerde fans het beleid van zieltogende voetbalclubs ombuigen en bepalen? Wordt dit een thema in het politieke debat bij de volgende Britse verkiezingen in de lente? Volgt u even een curieuze verhaallijn?

Op zondag 28 februari 2010 demonstreerden duizenden supporters van Manchester United tijdens en voor de gewonnen finale van de League Cup met wapperende geelgroene sjaals. Ze uitten op speelse wijze hun onvrede met de stand van zaken bij hun geliefde club. Ze kondigden meteen de volgende etappe van de strijd aan: een zingend protestkoor net voor de Champions Leaguewedstrijd tegen AC Milan op 10 maart.
Krijgt het opzienbarende verhaal van ‘ownership’ oftewel ‘democratische controle door supporters’ een plaats op de agenda van de General Election in mei? Het onderwerp beroert duizenden mensen. Mogen we het ‘money-model’ stilaan ten grave dragen? Waarbij makelaars, maffiosi en andere akelige mannetjes het voetbal financieel hebben kaal geplukt: how they stole the beautiful game! Hoeveel zogenaamde traditieverenigingen balanceren er, als gevolg van de waanzinnige weddes en het geldzuchtige graaien, op de rand van de afgrond? Journalist David Conn van The Guardian berekende het voor het Engelse voetbal: 53 clubs raakten sinds de oprichting van de Premier League (1992) in financiële turbulentie. Zijn we de tirannie van die businessboys met hun irritante vingertje niet meer dan beu? Pek & veren graag! Ik zou zelfs meer zeggen: pek & veren!
Het systeem moet op de schop! Manchester United is een exemplarisch voorbeeld: 75000 fans per thuiswedstrijd en miljoenen supporters around the globe. En toch: een torenhoge schuldenberg! De beroemdste club ter wereld werd in 2005 tegen de zin van ongeveer iedereen rond Old Trafford overgenomen – gekaapt – door de Amerikaanse investeringsgroep The Glazer Family. Ondanks vermanend verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid van supporters, kritische artikels in de pers en zure oprispingen van voormalige spelers. Het resultaat vandaag is onthutsend: het destijds financieel gezonde roodwitte gezelschap – als gevolg van een relatief voorzichtig uitgavenpatroon – hikt tegen een schuld aan van meer dan 700 miljoen pond. De leningenlast van de Glazer Family- het bedrijf kocht de club op om de eigen verliezen te dekken – hangt als een molensteen rond Manchester United.

Maar ziet, wat gebeurde er?
De fans komen vandaag opnieuw op straat: deze keer gegroepeerd in de Manchester United Supporters Trust (MUST) en de Green & Gold Revolution. Onder het bewind van de Glazers presteerden de Red Devils op het veld nochtans beter dan ooit: wereldkampioen 2008, winnaar Champions League 2008, verloren finale 2009, landstitels 2007, 2008, 2009 en League Cups 2006, 2009 en 2010. Toch schalt de ontevredenheid uit vele kelen: Love United, Hate Glazer!
De soul is deze supporters dus dierbaarder dan het succes. ‘Green & Gold’ verwijst naar de oorspronkelijke geelgroene kleuren van Newton Heath, de voorloper van Manchester United tussen 1878 en 1902. Historicus Jim White beschrijft het fenomeen treffend: ‘Green & Yellow scarves are now in the majority in the stadium. Fans are finding fresh enthousiasm for what it is they most cherish about United: the sense of shared identity between them, their fellow supportes and the players on the pitch. Manchester United has a soul.’
De beweging put zijn kracht uit het optimistische en opvoedkundige karakter menen de initiatiefnemers: ‘It feels now like a widespread movement for change.’ Onder het motto ‘debt is the road to ruin’ gooide het plaatselijke Labourparlementslid Tony Lloyd zich in de strijd. Hij is een fervente fan van United. Het district Stretford, het grondgebied van Old Trafford, stuurde hem sinds 1983 naar het parlement. Daar werd hij de stem voor een kernwapenvrije wereld, dierenwelzijn, groene energie, openbaar vervoer en sociale samenlevingsopbouw. Lloyd oppert dat hervormingen in het voetbal noodzakelijk zijn als gevolg van het roekeloze management: ‘We have seen the deregulated banks making huge mistakes and we have all paid the price. We accepted regulation there and we have to do the same with football.’ Lloyd roept op tot verbeelding: clubs in handen van – ook zeer welvarende – supporters. To be truly a club! Waarom kan een voetbalvereniging wél bezit zijn van speculanten-zonder-interesse en niet van een gesmeerd lopende combinatie gestructureerde supportersbeweging-professionele krachten op het terrein-beleggers met een hart voor het spel?

Democratische controle, sociale omkadering, behoud van de clubcultuur, ethisch investeren. Ziedaar het nieuwe voetbalverhaal van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat staat lijnrecht tegenover het klassieke casinomodel van ongecontroleerd en onverantwoord spenderen. Met op het einde van de rit: het morele en reële bankroet. Which side are you on? Naar de film van Ken Loach, kritische cineast en ‘Mancunian Minded’. Het thema voor zijn volgende prent ligt reeds op de plank. Daar zijn de Red Knights en de Green & Gold Revolution! Ze rollen vanuit Manchester naar u toe! Back the bid for supporter ownership! In de wetenschap dat, dankzij de medewerking van het on line dream team Barack Obama, er intussen reeds bijna 115.000 mensen zich achter de Manchester United Supporters Trust hebben geschaard. Maar dat aantal is tijdens het lezen van deze column ongetwijfeld alweer achterhaald (klik http://www.joinmust.org).
Ik trek deze week maar weer eens naar Manchester, voor een beer en een babbel in de Trafford Pub.

Wordt vervolgd!

Roze revolutie graag!

Op 19 februari 2010 werd de campagne ‘Football against Homophobia’ gelanceerd.

Vuile Flikkers! Voil Jeanetten! Bloody Poofs! U kent ze wel, het zootje mensen dat alle remmen loslaat op een voetbaltribune.
Zou het echt zo erg zijn? Neem nou David Beckham. Tien jaar geleden verbaasde hij zich over het feit dat binnen het voetbal niemand voor zijn homoseksuele geaardheid durfde uit te komen. Wat zei die dwaze Becks dan? Even diep ademhalen, want met name ‘de wereld van de showbizz veranderde mijn kijk op de seksuele verschillen tussen mensen.’ Er volgde nog meer: ‘Met mijn vrouw Victoria bezocht ik vaak homoclubs. Zij amuseerde zich dan alleen op de dansvloer, terwijl alle mannen zich rond mij verdrongen. Dat stoorde mij niet. Het was altijd great fun in de gaybars.’

U begrijpt: van dan af kreeg de blonde god – die graag als gigolo poseerde en ongeveer elke onmogelijke haarsnit uitprobeerde – niet alleen vrouwenslipjes naar het hoofd gegooid maar ook elk mogelijk denkbaar scheldwoord van de slechte smaak. En toch: geen voetballer is populairder geweest dan hij. Geen shirt ging meer over de de toonbank in Manchester, Madrid, Milaan en Los Angeles. Zelfs deze David Beckham had geen oren naar de oproep van de Justin Campaign: Football versus Homophobia! Justin Fashanu pleegde zelfmoord in 1998. De zoon van een Nigeriaanse advocaat ging als eerste zwarte speler door de barrière van 1 miljoen pond toen hij in 1981 tekende voor het Nottingham Forest van Brian Clough. De beroemde coach stond bekend om zijn radde tong. Hij hekelde in het openbaar Fashanu’s voorkeur voor de ‘gay bar’ en bespotte hem als ‘vuile flikker’. Justin werd ook door zijn op het hoogste niveau voetballende broer John in het openbaar geminacht als een ‘outcast’ en stapte na vijftien jaar in 1994 uit de sport, gedegouteerd door het schunnige geschamper in de stadions.
Clough betuigde, rijkelijk laat, in zijn autobiografie spijt over de eigen botte handelswijze. Wat als David Beckham nog in Engeland zou gevoetbald hebben? Zeker, het ellendige en onverbeterlijke rechtse-ratjetoe-rapalje gijzelt het voetbal al decennia met geweld, grievende spreekkoren en racistisch gejank. Een beetje beschaafde ouder houdt zijn kinderen thuis van de wedstrijden. Het blijft een domme minderheid, moedwillig en malicieus. Haar hatelijk en grof gehuil bepaalt te vaak het beeld van het publiek. Een onderzoek naar supportersopinies van de Gay Rights Campain Group Stonewall leverde desondanks bevredigende resultaten op. Tweeduizend Britse voetbalfans werden ondervraagd. Drie op vijf zijn van oordeel dat antihomosongs verhinderen dat een speler zich zou ‘outen’. Twee op drie hebben geen probleem met het feit dat een voetballer zijn geaardheid zou tonen en willen bovendien maatregelen tegen het ‘homobashen’.
En toch durfde er geen voetballer in de Premier League de nek uitsteken voor een filmpje van de Justin Campaign, ter ondersteuning van Football versus Homophobia.
De Engelse krant The Guardian vroeg zich vertwijfeld af: ‘Can gay footballers ever come out?’
Zelfs David Beckham wist er geen raad mee.
Een roze revolutie graag! Met een roze voetbalschoen? Naar Belgisch model. Vorig jaar spraken liefst 70% van de Belgische profspelers zich uit tegen homo’s. Als reactie riep de rebelse radiozender Studio Brussel ‘de roze schoen’ in het leven, naar analogie met de ‘gouden schoen’, die jaarlijkse de beste Belgische voetballer bekroont. Winnaar Wim Wauters speelde bij een amateurelftal. Zijn ploegmaats toonden hun zin voor humor door een keer met zwembroeken onder de douche te gaan staan. Sta op, vuile voetbalflikker! Surf naar http://www.thejustincampaign.com!

De spirit van de zwarte Johan Cruijff.

De Haitiaans tragedie heeft ook de voetbalwereld niet onberoerd gelaten. De FIFA heeft 2,2 miljoen Euro veil om de sportinfrastructuur herop te bouwen. Vele voorzieningen zijn vernietigd. Ook in Nederland en België werd geld verzameld door de professionele clubs.
Ik roep om, vanuit deze inkomsten, een Nederlands-Belgische WK 2018 Steunfonds ‘Manno Sanon’ te lanceren.
De zwarte Johan Cruijff werd hij genoemd.

Wie was hij? Emmanuel Sanon (25 juni 1951 – 21 februari 2008) werd bij zijn begrafenis herdacht als ‘un objet d’art du football haitien’. Zijn doelpunt tegen Italië op het WK van 1974 maakte hem wereldberoemd. Hij versloeg, na een mooie ren en knappe schijnbewegingen, de Italiaanse doelman Dino Zoff en verbrak diens record van 1142 minuten zonder tegendoelpunt. Sanon dompelde Haiti onder in een langdurige carnavalssfeer. Een collectieve hap naar adem, als reactie op de dictatuur van Duvalier, de wrede Baby Doc. Voetbal kreeg in een Haiti een ondergrondse allure. De Haitiaanse diaspora in de Verenigde Staten beschouwde de matchen van het nationale team als een oncontroleerbare, creatieve kracht. Met Sanon als uitblinker: 47 goals in 106 interlands.
De wijze waarop hij Zoff te grazen had genomen, openbaarde als het ware het bestaan van Haiti aan de wereld. Sanon verdiende er een transfer mee naar de Antwerpse club Beerschot. Hij speelde er van 1974 tot 1980 en won in 1979 de Beker van België. Met een ongrijpbare actie leidde hij het winnende doelpunt in. Vooral het samenspel met Juan Lozano – de statenloze Spaanse artiest, later bij Anderlecht, waarvoor de jonge Ruud Gullit in 1981 en 1982 speciaal naar Brussel reisde – zorgde voor spektakel. Lozano tikte met een ‘crochet’ of zes de tegenstander dol en lepelde de bal in de ‘loop’ van Sanon. Schijnbeweging-op-speed, keeper voorbij én binnen! In de 35-jarige geschiedenis van het Belgische profvoetbal (1974-2010) verdient Sanon meer dan een bijzondere vermelding. Pelé nam het op in zijn Top 100 van het WK.
Hij voetbalde ook nog in de Verenigde Staten en verdiende in 1999 de trofee ‘Haitiaanse atleet van de eeuw’. Zijn populariteit kende geen grenzen, ook in het muzikale milieu en in kringen van kunstenaars werd hij aanbeden.
In 1998 stichtte hij de Fondesa: Fondation Emmanuel Sanon. Met als doelstelling: de promotie van cultuur, onderwijs en sociale waarden via het voetbal. Fondesa wilde jongeren van de straat houden; hen met preventieve activiteiten behoeden voor criminaliteit en druggebruik; een veilige omgeving aanbieden. Met het voetbal als hulpmiddel: ‘giving youth an alternative to anti-social activities and firing their imagination and creating a more favorable interactive social climate in Haiti’.
Boegbeeld Sanon steunde ook Futbol para la Vida, een campagne rond het bespreekbaar maken en vermijden van HIV/AIDS.
Op 21 februari 2008 overleed hij aan kanker. Over zijn doelpunt tegen Dino Zoff vertelde hij in zijn biografie: ‘I beat defender Spinosi with my speed. One-on-one with Dino Zoff, and the goal was wide open. I dummied to go left, and then went right. I rounded him, and rolled the ball into the net.’
Ik weet niet of Fondesa vandaag nog bestaat. Het lijkt me wel hét moment om een Nederlands-Belgisch WK 2018 Steunfonds Manno Sanon op te richten en zijn geest nieuw leven in te blazen. Met de bal van de straat naar de school. Een SOS Kinderdorp naar hem genoemd? In de spirit van Sanon.

DE AFRIKAANSE VRIJHEIDSDROOM VAN DE GHANESE BLACK STARS

De Africa Cup 2010 begon onder een slecht gesternte, na de aanslag van een Angolese afscheidingsbeweging op de spelersbus van Togo.

De boeiendste episode uit het feuilleton van 27 edities (1957-2010) werd geschreven door de Black Stars van Ghana.
Het is een zwierige pas-de-deux met de geschiedenis tussen Kwame Nkrumah en Martin Luther King. De ene schreeuwde I have a dream en de andere sprak I speak of freedom. Het voetbalevangelie volgens Puskas en Pelé bracht die vrijheidsdroom even dichterbij.
Kwame Nkrumah (1909-1972) is een vergeten profeet van de emanciperende staatsmanskunst. Hij werd in 1957 de eerste onafhankelijke president van Afrika. De leider van Ghana, het vroegere Goudkust, filosofeerde openlijk over de verheffing van zijn land. Hij creëerde daarvoor The Black Stars, het nationale elftal dat het onafhankelijke Afrika een sportieve illusie in de schoot wierp.
Goudkust was letterlijk en figuurlijk de poort van de internationale slavenhandel tussen de zestiende en negentiende eeuw geweest. Rond 1500 vonden de Europeanen er goud. Ze bouwden langs de kustlijn forten waar ze tienduizenden Afrikanen het brandmerk ‘slaaf’ letterlijk op het lichaam tatoeëerden en vervolgens zonder mededogen verscheepten naar de Nieuwe Wereld.
Binnen het Britse Commonwealth trok Goudkust de welvaart naar zich toe, dankzij de exploitatie van goud en cacao. Het besteedde veel geld aan onderwijs, een overheidsapparaat en een vrije pers zodat zich ook een intellectuele elite kon ontpoppen. De opkomst van de jonge Kwame Nkrumah liep parallel met die van de Burgerrechtenbeweging van Martin Luther King in de Verenigde Staten. Nkrumahs succes ging crescendo. In 1950 zette hij de tanden in een ‘Positive Action’-campagne. De Britten draaiden hem de nor in maar hij won vanuit de cel de verkiezingen van 1951 en leidde zijn land naar Ghana’s Independence Day op 6 maart 1957. Martin Luther King woonde de ceremonie bij en herinnert zich in zijn memoires: ‘Op een donkere nacht kwam daar nieuwe natie tot leven. Dat was een emotioneel moment voor de 500.000 aanwezige Ghanezen. Ik weende van vreugde en dacht aan de pijn en de ontbering van dit volk. Na de laatste speech van Nkrumah hoorden we overal die oude negrospiritual, uit het diepste van ieders hart: Free at last, free at last, God Almighty, I’m free at last!’

Kwame Nkrumah belijdde vurig de geboorte van een ontwakend Afrika, dat zou breken met zijn vernederend verleden van uitbuiting, onderontwikkeling en armoede. Hij ijverde voor de Verenigde Staten van Afrika, de opkomst van een rechtvaardige grootmacht op het geopolitieke schaakbord en droomde van een ‘blotevoetensocialisme’ dat er mede zou komen door de bal. Voetbal gold in Nkrumahs visioen als entertainend moment in de eindeloze weg naar ontvoogding. Hij vertolkte het gevoel van duizenden Afrikanen met zijn eerste toespraak: ‘ Van nu af aan staat er een nieuwe Afrikaan in de wereld.’ Nkrumah zette de ‘Afrikaanse onafhankelijkheid’ op de internationale agenda.
In zijn pleidooi voor democratische verlossing van het zwarte continent bestempelde hij de blotevoetenvoetballers als ambassadeurs van de nieuwe Afrikaanse mens. In zijn overheidsproject voor kinderen van de straat liet hij sport, onderwijs en cultuur elkaar bestuiven. Nkrumah wakkerde de gedachte aan dat het voetbal de jeugd kon kneden en tevens de bevolking waardigheid en troost bezorgde.
In de geschiedschrijving over het Afrikaanse verzet tegen het kolonialisme werd de rol van het voetbal steeds genegeerd. Nochtans werd dat onder Nkrumah hét expressiemiddel bij uitstek voor solidariteit en politiek protest tegen de Europese overheersing. Onder meer omdat het ontsnapte aan de koloniale controle. Voetbalwedstrijden versterkten het symbool van de lokale identiteit en boden de vaak in de clandestiniteit opererende opposanten de mogelijkheid tot politieke speeches voor een groot publiek. Als een gevolg van zijn overtuiging gebruikte hij het nationale Ghanese voetbalelftal voor de promotie van zijn pan-Afrikaanse model.
In 1959 smeedde hij ‘The Black Stars’, als symbool van de rijzende spirit van ‘het zwarte continent’. Eén van de eerste coaches was de Slowaak Joseph Ember, die de selectie de geheimen van de ‘Magische Magyaren’ van Puskas en co aanprees: individuele techniek, collectieve automatismen, tactisch inzicht, zuivere balbeheersing, doeltreffend spel. De Hongaarse voetbaldans tussen 1950 en 1955 was beminnelijk én revolutionair.
Nkrumah haalde dan de enige Ghanese profspeler, de immens populaire C.K. Gyamfi, terug uit Düsseldorf en benoemde hem, in het kader van zijn politiek van Afrikanisering, tot bondscoach. Ghana toonde zich daarmee een voorloper want alle Afrikaanse landen deden beroep op buitenlandse trainers. Twee jaar later programmeerde Nkrumah een uitgebreide tournee door Europa met als belangrijkste bedoeling de ziekelijke vooroordelen die over Afrika heersten uit te vlakken. Er stond geen maat op de Black Stars. Het team won acht van de twaalf demonstratiewedstrijden, verloor er slechts één en speelde gelijk tegen het machtige Real Madrid (3-3) van Puskas en Di Stefano.
Nkrumah stuurde Gyamfi op stage naar het Braziliaanse WK-elftal van 1962 met Didi, Vava en Garrincha. De bondscoach knoopte contacten aan met Pelé en prefectioneerde zijn kennis van het Braziliaanse systeem. Gyamfi polijstte vervolgens de Ghanese voetbalstijl naar het model van de Braziliaanse én Hongaarse school. Gekruid met de natuurlijke dribbelkunst van de ‘king of football’ Stanley Matthews, die als topattractie van de onafhankelijkheidsfeesten van 1957 de affiche sierde.
In 1963 stond de ster van zowel Martin Luther King als Kwame Nkrumah in het zenith. King zaaide in augustus tijdens zijn beroemdste protestmars I have a dream uit over de hoofden van tienduizenden demonstranten. Drie maanden later vervolmaakten The Black Stars de eerste etappe van deze droom. Ze wonnen de Africa Cup in de eigen hoofdstad Accra met ongekunsteld en briljant dribbelvoetbal. Black Football as a Game of Fun! Dit scenario herhaalde zich twee jaar later, in 1965. Een militaire staatsgreep, met hulp van de CIA, maakte in 1966 een einde aan het bewind van de sociale president. Nkrumah werd brutaal afgezet en de sportbeleving verdween, louter als reactie tegen zijn beleid, van het voorplan. Er volgde nog een laatste opflakkering in januari 1968. Ghana bereikte opnieuw de finale, maar verloor zijn eerste wedstrijd in vijf jaar tijd. Met het afzetten van Nkrumah dwarrelde ook de mystiek rond The Black Stars langzaam weg. Drie maand later, op 3 april 1968, stierf Martin Luther King de dood met de kogel. De vrijheidsdroom raakte in bloed gesmoord.

In No Man’s Land is niemand meer. Toch stond ik daar op 19 december 2009, in het weidse winterlandschap van de Westhoek. Het niemandsland van The Flanders Fields, de Vlaamse Velden, is omzoomd met beelden uit de Eerste Wereldoorlog: monumenten en war graves. Ik arriveerde er in het gezelschap van de Kraks van Club Brugge: kinderen met een autismespectrumstoornis, in de blauw en zwarte shirts. Het decor: de koeienstal-vol-vlaaien van de stokoude boerin Thérèse uit Ploegsteert, op de grens met Frankrijk. Philippe Servais is hun bezielende onderwijzer. Minnaar van Club Brugge en gepassioneerd door de vredesgedachte. Met veel respect voor het menselijk lijden tijdens de waanzinnige permanente moordpartij tussen 1914 en 1918. Hij vertelde zijn leerlingen over de kleine vrede in de Grooten Oorlog: ‘Op kerstdag 1914 werd in deze weide gevoetbald. In plaats van kogels naar elkaar te schieten, trapten ze tegen een bal. De Duitsers staken vanuit hun loopgraven de kerstboom in de lucht. De Britten deden vervolgens hetzelfde.’ Naast een kruisbeeld lezen we op een bord over de wapenstilstand, the Christmas Truce, la Trêve de Noël. Voor het kruis: twee versleten voetballen.
De kinderen leggen er hun vredeswerkjes, dragen de ‘Peace’-vlag en zingen een variant op het oude Schotse afscheidslied Auld Lang Syne. En ze spelen de wedstrijd van kerstdag 1914 na. In zijn boek ‘Voetballen of vechten?’ beschrijft de Vlaamse jeugdauteur Herman Van Campenhout dit merkwaardige moment: ‘Een voetbal! Gevonden. Iemand heeft hem achtergelaten. Ze komen uit de loopgraven en maken twee doelen op het Niemandsland: links één met Duitse punthelmen, rechts één met Britse helmen. De Britten tegen de Duitsers, met een Duitse scheidsrechter, die ook nog een fluitje op zak had. Ze konden zo beginnen met hun soldatenlaarzen en hun vuile uniformen aan. Het was niet ongewoon dat een speler het veld verliet om aan de zijlijn een slok schnaps, rum of whisky naar binnen te gieten. De scheidsrechter floot af op 3-2 voor Duitsland.’
De spontane wapenstilstand duurde bijna twee weken maar was niet helemaal naar de zin van de bevelhebbers. Ze bevalen tot de terugkeer naar de barbarij.

Philippe Servais vertelt over zijn werk met de Kraks van Club Brugge:
‘De Kraks zijn kinderen die heel graag bijleren en voetballen, maar die in onze steeds sneller draaiende maatschappij jammer genoeg in de kou blijven staan. Je zou echter versteld staan van wat ze allemaal kunnen. Ze moeten er enkel een kans toe krijgen. Elke zaterdagochtend trainen we op de oefenvelden van Club Brugge, in de schaduw van het stadion. Het anders zijn van deze kinderen uit zich in het moeilijk communiceren, niet zelf beslissingen nemen, niet voldoende opkomen voor zichzelf, moeilijk samenspelen en samenwerken. Wij gebruiken sport om de sociale barrières te doorbreken, de vooroordelen weg te werken en proberen dat anders zijn als verrijking te beleven. Onze Kraks krijgen wekelijks een spelprogramma voorgeschoteld. De rode draad wordt het spelen van echt voetbal, maar ook bewegingsopvoeding en coördinatie staan hoog in het vaandel.’

Filip Caemerlyncks is gezinswerker bij het Medisch Pedagogisch Instituut Het Anker. Hij organiseert met Philippe Servais de zaterdagsessie. Volgens hem zijn dit zeer belangrijke belevenissen voor deze autistische kinderen: ‘Het is voor hen een bijzondere ervaring. Ze worden eindelijk op een positieve wijze benaderd. Hun zelfbeeld verandert. Tegelijk is dit ook goed voor de gemoedstoestand van het gezin. Het wekelijkse voetbalpartijtje zorgt voor een rustpunt in hun leven. De kinderen kijken uit naar deze activiteit en keren ook vol enthousiasme terug naar huis. Dat maken de ouders zelden mee. Ze worden opgenomen in de grote familie van Club Brugge en dat geeft hen een uitstekend gevoel.’
En op 19 december 2009 speelden de Kraks dus ‘de kleine vrede van de Groten Oorlog’ na, daar in die winterse Westhoek van The Flanders Fields. Het Niemandsland stroomde eventjes vol.

Voetbalbrief aan Herman van Rompuy.

Onlangs zat ik mij te vervelen in mijn favoriete Irish Pub. Omdat die mieterse kroegbaas een scheut Bailey’s in mijn koffie had gesmokkeld, schoot een lichtend idee door mijn verdwaasde hoofd: even de President van Europa bellen! Bij wijze van stunt, om hem een stukje voor te lezen uit mijn nieuwe boek ‘Europese Topclubs. Meer dan een Spel’. In ruil voor een haiku van mijn hand! In het jaaroverzicht ‘internationale politiek’ had ik op VARA-radio gehoord hoe een geleerde commentator verwees naar de beroemde zin van Henry Kissinger, de voormalige Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken: ‘Met wie moet ik telefoneren als ik de mening van Europa wil kennen?’ De spottende Kissinger stelde hiermee het eeuwige onderlinge Europese gekissebis in staatszaken aan de kaak. Ik dacht: laten we meteen even natrekken of die Kissinger nog steeds de waarheid spreekt. Ik draaide het nummer van Herman Van Rompuy en hij nam zowaar zomaar de telefoon op. ‘Hallo Herman’, vroeg ik plechtig: ‘Ik heb gereisd door de werkelijke Europese ruimte op zoek naar de identiteit van voetbalclubs, althans dat schrijft mijn uitgever op de flaptekst. Mag ik u het eerste exemplaar van mijn boek overhandigen? Ik zal dan voor uedele een voetbalhaiku plegen.’ Het lukte zowaar zomaar, hij nodigde me uit op zijn bureau en sprak: ‘Ik ben een echte liefhebber, want supporter al mijn hele leven voor Rik Van Looy.’ Dat was de Vlaamse keizer van de wielersport tussen 1955 en 1965. Hij aanhoorde geduldig mijn haiku: ‘Voetbal is Europa’s state of mind, zelfs voor een minister-president.’ Hij maakte er mij minzaam op attent dat mijn alleraardigste poging niet volledig volgens de regels van de kunst was geschreven maar ik mocht toch blijven om een verhaaltje te vertellen over mijn geweldige avonturen.

Zo zat ik in Lissabon op de vlooienmarkt tijdens die mooie novembernazomer van 2009. Vanuit het stokoude fadorestaurant Os Unidos – slechts te bereiken via de ontelbare trappen van de middeleeuwse steegjes der Bairro Alto – keek ik uit over de glinsterende rivier Taag. In het gezelschap van een fles rode wijn, mijmerend over vijftien jaar voetbalreizen door Europa.

Daar haalde ik mijn eerste uitstap voor de geest: in 1994 vertrok ik voor een reportage naar Londen, halve finales FA Cup tussen Chelsea en Luton Town. Wembley zien en sterven? De illusie verdween als sneeuw voor de zon. In de Underground verzamelden enkele jeugdige Chelseahooligans zich rond een eenzame, met strohoed getooide Lutonsupporter. De cheerleader woog meer dan 100 kg. en er kleefde een dubbele ring aan de oren. Hij brulde tegen de arme man: I’m gonna fuck you tonight! Een halte verder dwarrelde de oranjeblauwe strohoed, het symbool van The Hatters, over het station. Ik besloot lafhartig maar veiligheidshalve de andere kant uit te kijken, net als de andere passagiers in de overvolle metrowagon. De skinheads van Chelsea tooiden zich met White Powersymboliek en waren gewelddadig en racistisch.

Precies vijftien jaar later, in de lente van 2009, bezocht ik in Turijn een bejaarde vrouw in haar historisch herenhuis. De 82-jarige Susanna Egri geniet mondiale vermaardheid als danseres en choreografe. Ik voerde met haar mijn meest fascinerende tweespraak over het spel om de bal. Ze maakte me tot mijn verbazing duidelijk: ‘Ik veranderde de dans met mijn I balletti di Susanna Egri, op basis van mijn vaders ideeën over…voetbal! De spelende mens: homo ludens.’ Haar vader, Ernest Egri Erbstein, was een joodse wereldburger. Hij schreef tussen 1945 en 1949 geschiedenis met Il Grande Torino. Hij coachte de club naar een aanvallende en vrije stijl, vanuit de filosofie van het humanisme. In antwoord op de fascistische voetbalopvattingen uit het tijdperk van Mussolini. De familie Egri sloeg op de vlucht voor de Italiaanse antisemitische wetten en ontsnapte in Boedapest miraculeus aan de Holocaust. In 1949 crashte het vliegtuig van Torino. Niemand overleefde het drama, vader Egri evenmin. ‘My father is my force’, zegt Susanna Egri nog steeds: ‘Teach them to be free!’
De cirkel was toen voor mij rond. Tussen deze twee uitersten – hardleers racistisch hooliganisme en fijnzinnig artistiek spel – staat de spanningsboog van het voetbal, als ware het een absurd theater.

Daaraan dacht ik toen ik in dat stokoude fadorestaurant Os Unidos vond wat ik zocht: Eusebio en Amalia Rodrigues! De vreugde van het voetbal en het muzikale verdriet om het leven verenigd in één portretfoto van vergeelde glans.

Ik kuchte en liet een stilte vallen. Herman Van Rompuy kon zijn ontroering amper de baas. Ik misbruikte de gelegenheid om hem mijn favoriete statement op te dringen: een sociaal departement voor elke Europese topclub! Het idee ‘voetbal, solidariteit & ambiance’ als bindmiddel voor het oude continent! Een Europese Stichting Meer dan Voetbal, als ware het een centrum voor Europese voetbalcultuur! Ik vroeg hem naar zijn mening. Hij antwoordde zonder dralen maar toch plechtstatig: ‘Dat past perfect in mijn missie, met name de verdediging van het sociale model van Europa!’

‘Dank u beleefd, mijnheer Herman’, stamelde ik. ‘Dat we dit nog mogen beleven!’
Zal de President van Europa het plan uitvoeren? Om het spannend te houden, verklapten de oude Vlaamse jeugdfeuilletons-op-televisie al het antwoord van de volgende aflevering in de aankondiging: ‘Hij zal!’

Ik hield wel van Maradona. Zeker als hij, aan zijn Cubaanse Castrosigaar zuigend, met een arrogante smoel naar de camera loenste. Hij hoopte op een ontmoeting met Nelson Mandela, de FIFA stak er een stokje voor en greep zijn alle conventies tartende schuttingtaal op een persconferentie aan om hem de toegang tot het lotinggala van het WK in Zuid-Afrika te ontzeggen. Ik herinner mij hoe Bob Marley zong in No Woman, No Cry: ‘I remember, when we used to sit in a government yard in Trenchtown, oba-observing the hypocrites as they would mingle with the good people they meet.’

De zaal puilde uit van de foute lui in maatpak – niet dat ik deze Very Important Pokkekoppen niet de hand wil schudden – van wie de FIFA de aanwezigheid noodzakelijker achtte dan van haar geniaalste gek. Pluisje is de huilende wolf, de einzelgänger van het wereldvoetbal.
Zou Nelson Mandela Maradona in geuren en kleuren verteld hebben over ‘soccer’ als ‘the king of the townships’? Over Stanley Mattews, de grote Engelse dribbelaar uit de jaren vijftig? Die duwde na het einde van zijn loopbaan het niveau van het zwarte voetbal de hoogte in. De dribbelkoning reisde van 1963 af elk jaar ‘clandestien’ naar Soweto om gedurende vier maanden de kinderen van de townships al zijn geheimen te leren. De Sowetogemeenschap droeg hem, zeer tegen de zin van het apartheidsregime, op handen en noemde hem een zwarte met een blanke huid. Dat moet Maradona goed in de oren klinken. Stuur hem naar Soweto, Stanley Mattews achterna. En laat hem Messi meenemen.

‘Ik heb mijn opvolger gevonden.’ Zo sprak de immer vloekende El Diego na het bewonderen van de heerlijke jonge god die op het WK voor Junioren in 2005 de twee doelpunten versiert tijdens de finale tegen Nigeria (2-1). Lionel Messi (1987), hij staat vandaag met stip op de shortlist van de World Player of the Year 2009. Hij wordt geboren in de Argentijnse cultstad Rosario. Na enkele maanden bij zijn eerste club Newell’s Old Boys baart zijn wankele gezondheid zijn ouders zorgen. Ze sturen hem naar een tante in Barcelona. De club van Camp Nou schotelt hem na een test meteen een contract voor. Op zijn zeventiende debuteert hij in het eerste elftal en coach Frank Rijkaard geeft hem snel een vaste plaats in zijn plannen. Messi teert op de kracht van de verbeelding. Het samenspel met Ronaldinho verschaft de fans van de blaugrana het hoogste genot.

Was Maradona de beste voetballer aller tijden? Op basis van individuele brille vermoedelijk wel. Dribbelend voorbij zeven spelers en dan scoren. Tijdens een WK, tegen Engeland in 1986. Een strakke pas, die sneller dan het licht, vijftig meter overbrugt en Cannigia toelaat om de bal binnen te lepelen. Ook tijdens een WK, tegen Brazilië in 1990. Telkens op het hoogste podium. Maradona liet het elftal in zijn dienst spelen. Geen zin? Dan draaide alles stroef. Is Lionel Messi anders? Zijn baltoets benadert die van de maestro. Ligt zijn voetbal-IQ hoger? Ziet Messi het sneller? Maradona liep met de bal, Messi laat de bal lopen. Tot voorbij drie tegenstanders, die hij met een ingebeelde beweging de loef afsteekt. Eer zij het begrepen hebben, rent Messi al juichend weg. De ploeg knapte het vuile werk op voor Diego Armando, maar Lionel maakt zijn team beter. Door er steeds te staan, op de juiste plaats. Zich aanbiedend voor de snelle circulatie, met een brein dat de beweging bepaalt: altijd een stap sneller dan de anderen. Weerstaat hij de verwoestende verlokkingen van het vedetteleven? Dan is hij de man van de toekomst en wordt hij misschien beter dan de virtuoos van het verleden. Zijn dynamiek veroorzaakt pijnscheuten bij zijn opponenten. Zij kunnen hem enkel met gemene schoppen afstoppen. Zij lot is bekend: vroeg of laat wordt hij ‘verraden’ en nagelt men hem aan het kruis. Net als Maradona zal hij het slachtoffer worden van akelige en doortrapte schurkenstreken. Moge hij ons, voor dat gebeurt, nog op veel heerlijke dribbels trakteren. Hij is immers de nieuwe messias van het voetbal. Lionel Messi is de naam. Diego Maradona heeft zijn opvolger gevonden. Een nog onschuldig ogende jongen, die al eens in filmpjes voor Unicef opduikt. Ik gun ze graag een podium in juli 2010: Maradona, Messi en Mandela. Op de tonen van No Woman, No cry een oplawaai uitdelend aan the hypocrites van het balspel. Everything’s gonna be allright. Zo zong Bob Marley. Ik hou wel van Messi.